The Intelligence :: Fake Surfers

Voor veel mensen mag een plaattitel als Fake Surfers misschien een vreemde keuze lijken, maar voor de artrock van The Intelligence is het dat eigenlijk allerminst. De term “surfers” roept namelijk connotaties met rechttoe-rechtaan genres als garagerock en rock-‘n-roll op, terwijl The Intelligence intussen toch al even niet meer in dat hokje te klasseren valt. Dat is de reden voor het waarschuwende prefix “fake”.

The Intelligence is nooit In The Red Records meest typische groep geweest. Dat bleek al met het debuut Icky Baby, waarop het combo melodische rock-‘n-roll en arty noise met elkaar in perfecte harmonie bracht. Het resultaat was tegelijkertijd even dansbaar als fifties rock-‘n-roll en even avant-gardistisch als The Velvet Underground in zijn gouden tijd. Na Icky Baby is er weinig tot niets veranderd, want met opvolger Deuteronomy vergde de groep nog net iets meer van het publiek, met een plaatje dat dezelfde klus met aanzienlijk minder decibels moest klaren.

Met Fake Surfers verloochent The Intelligence geen van beide voorgangers en eet de groep een beetje van beide walletjes. Dat betekent concreet dat Fake Surfers enerzijds nummers met het rock-‘n-roll-gehalte van Icky Baby bevat, terwijl het plaatje anderzijds eveneens trage nummers heeft. Meer schizofrenie dus, en bijgevolg is het nog net iets moeilijker geworden voor Jan met de pet om de muziek van The Intelligence naar waarde te schatten.

Wie het openingsnummer “South Bay Surfers” hoort, is er nochtans helemaal van overtuigd een perfect vervolg op Deuteronomy te horen. De ogenschijnlijk zonnige titel van het nummer botst helemaal met het onheilspellende geluid van de acid blazers en dan hebben we het nog niet eens over de bevreemdende drum gehad, waardoor dat denkbeeldige, Californische strand in onze gedachten al vlug met vleesetende zombies overspoeld wordt in plaats van mooie, blonde grieten. Het ritmischer “Tower” heeft meteen daarna een verlichtend effect en werkt zalvend, maar blijkt eveneens een druppel op een hete plaat, omdat The Intelligence heimelijk heel wat kracht put uit triestige eighties pop à la Joy Division en The Smiths. Iets dat eveneens uit “Debt & E.S.P.” en het erg met Depeche Mode flirtende “I Hear Depression” mag blijken.

Dat The Intelligence popgewijs vooral in dergelijke nummers interessant is, betekent echter nog niet dat er om het hoekje geen andere mogelijkheden schuilen, want hier en daar slaagt The Intelligence er wel degelijk in om tegelijkertijd muzikaal en poppy interessant te zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval met “Saint Bartholomeu”, een nummer dat met zijn vervormde vocals en eendenfluitjes even bevreemdend als ritmisch klinkt, al vragen wij ons wel af wat het nummer in hemelsnaam met een levend gevilde martelaar te maken heeft. Hetzelfde soort klasse bevat een nummer als “Warm Transfers” dat met een fantasierijke tekst, een lekker ritme en een beetje gefluit haast als een te volgen prototype voor een artrock-hinklied klinkt.

Dat het combo dat geloof in nieuwe mogelijkheden eveneens in de tweede helft van Fake Surfers met nummers als het rockende “Thank You God For Fixing The Tape Machine” en het met vrouwenstemmen verrijkte “Pony People” tentoon kan spreiden, bevestigt dat The Intelligence nog altijd ideeën in overvloed heeft en bijgevolg nog niets aan relevantie heeft moeten inboeten.

Of relevantie een garantie voor een topplaat is, is echter nog maar de vraag en in het geval van Fake Surfers is het antwoord zelfs eenduidig negatief. De reden hiervoor is dat het plaatje even geniaal als versplinterd klinkt. Het logische, maar spijtige gevolg hiervan is dat de natuurlijk klinkende debuutplaat van The Intelligence, Icky Baby, tegen beter weten in nog steeds meer dan Fake Surfers onder de laser van onze autoradio zal verdwijnen. Maar laat dat u er vooral niet van weerhouden om een uiterst interessante groep op de voet te blijven volgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + een =