Dossier K




Je mag denken van ‘De Zaak Alzheimer’ wat je wil, maar het
commerciële succes van de film was in 2003 zo groot, dat ze de hele
Vlaamse filmindustrie van verse zuurstof voorzag. Rond die periode
hadden prenten als ‘Any Way the Wind Blows’ en ‘Steve + Sky’ al de
interesse van een relatief beperkt publiek weten te prikkelen –
the word was out: Vlaamse cinema kon best weer hip en
trendy zijn. ‘De Zaak Alzheimer’ bevestigde dat, ditmaal voor de
grote massa. Het was geen meesterwerk, maar wel een knap gemaakte
policier, waarmee Van Looy, naar eigen zeggen, “een groot publiek
wilde bereiken zonder zijn broek af te steken”. Zelfs verstokte
cinefielen zullen moeten toegeven dat hij daarin geslaagd was. Kun
je nagaan hoe groot onze teleurstelling was toen we hoorden dat Van
Looy de regie van opvolger ‘Dossier K’ had overgelaten aan Jan
Verheyen, een man die doorgaans, in de naam van de makkelijke hit,
zijn broek al afsteekt nog voordat iemand hem daarom gevraagd had.
Heel even vreesden we het ergste, maar kijk: het valt erg mee.

Het verhaal begint wanneer een lid van de Albanese Tahir-clan in
Antwerpen wordt doodgeschoten door leden van de rivaliserende
Gaba-bende. De zoon van het slachtoffer, Nazim Tahir (Blerim
Destani), reist van Albanië af naar België om bloedwraak te nemen,
wat in minder dan geen tijd aanleiding geeft tot een gewelddadige
bendeoorlog. Erik Vincke (Koen De Bauw) en Freddy Verstuyft (Werner
De Smedt) zijn belast met het onderzoek naar de eerste moord, en
zitten dan ook al snel middenin dat hele conflict.

En zo zijn we vertrokken voor een degelijke flikkenfilm, die
allicht ongeveer dezelfde reacties zal uitlokken als zijn
voorganger. Nadat de hele hype rond ‘Alzheimer’ was gaan liggen,
doken er steeds meer morrende stemmen op die beweerden dat ze de
film toch ook niet zó goed vonden en dat, als het een Amerikaanse
prent was geweest, iedereen er zo lelijk niet over had gedaan. Tja,
dat zal wel zo zijn. ‘Alzheimer’ was niet meer dan wat het was –
een duidelijk op Hollywoodleest geschoeide actiethriller – maar ook
niet minder: de film deed wat hij moest doen. En net zo is het bij
‘Dossier K’. Niemand maakt zich de illusie dat het warm water hier
opnieuw wordt uitgevonden en de relaties tussen de personages zijn
wat al te voor de hand liggend, maar als policier werkt dit
best.

In navolging van ‘De Zaak Alzheimer’ is ook ‘Dossier K’ op zijn
best wanneer de makers zich concentreren op de plot zelf. Het is
best knap hoe scenaristen Carl Joos, Erik Van Looy en de regisseur
zelf er in slagen om een ingewikkeld verhaal toch op een elegante
manier te vertellen. Ze vervallen nooit in
gemakkelijkheidsoplossingen, zoals daar zijn: a) een lange monoloog
inlassen waarin één van de personages gewoon alles van a tot z
uitlegt, of b) één van de hoofdfiguren bovennatuurlijk slim maken
waardoor die op miraculeuze wijze kan deduceren wie het heeft
gedaan en waarom. Dergelijke verhaaltechnische trucjes zijn meestal
een teken dat de scenaristen simpelweg niet wisten hoe ze hun
intrige anders nog aan het publiek uitgelegd moesten krijgen, en
die vind je hier nergens terug. Het verhaal klikt soepel in elkaar,
zonder dat de film ooit aan tempo moet inboeten.

Ook wat actie en suspense betreft, scoort ‘Dossier K’ goed. Een
actiescène in een slonzig Antwerps hotel moet op papier ronduit
fantastisch hebben geleken, maar wordt net iets te rommelig
geregisseerd om helemaal te werken – ik heb bijvoorbeeld nog steeds
niet door hoe één van de personages om het leven is gekomen. Daarna
wordt het echter beter. Een face-off tussen agente Linda (Hilde De
Baerdemaeker) en een messentrekkende Albanese gangster is zowaar
écht spannend, en een autocrash tijdens de finale ziet er – niet
alleen naar de standaards van de Vlaamse film – spectaculair en
pijnlijk uit.

Bovendien wordt er in ‘Dossier K’ sterk ingespeeld op een
plotlijn die in ‘Alzheimer’ al geïntroduceerd werd, rond corruptie
in hogere kringen. Vincke krijgt vermoedens dat een antipathieke
procureur (Jappe Claes) misschien niet helemaal zuiver op de graat
is, en dat leidt tot een interessante nevenplot waarin expliciet de
vraag wordt gesteld hoe ver je de deontologie opzij mag schuiven om
resultaten te boeken.

Zolang Verheyen en co bij de zaak blijven, zit het dus wel goed
met ‘Dossier K’. Eens de makers proberen om er met man en macht
toch maar een menselijke dimensie bij te sleuren, durven ze
daarentegen al wel eens een uitschuiver te maken. Er wordt een
romantische subplot tussen geworpen die maar weinig geloofwaardig
is, en aanleiding geeft tot regels dialoog à la: “Ik breng
ongeluk”, waarop de ander dan antwoordt: “Als dit ongeluk is, dan
wil ik mij voor de rest van m’n leven ongelukkig voelen.” En die
clichémeter maar piepen. Ook de relatie tussen de wraakzuchtige
Nazim en zijn liefje komt er niet goed uit – blijkbaar was het de
bedoeling om van de twee een tragisch koppel te maken, voor wie je,
ondanks jezelf, toch sympathie voelde, maar in de praktijk kan het
je eigenlijk weinig schelen wat er met hen gebeurt. Dat is
natuurlijk een conflict waar de makers van dit soort cinema altijd
al mee hebben gezeten: je wilt je politiefilm een extra laagje
meegeven, dus moet je iets vertellen over het privéleven van je
personages. Maar je mag er ook niet te veel tijd mee verliezen,
want je bent wel een thriller aan het maken, dus de plot mag nooit
stilvallen. Heel af en toe lukt het om echt een geloofwaardig
emotioneel niveau aan zo’n film te geven, maar meestal blijft het
beperkt tot dit soort obligaat aanvoelende zijsprongetjes, waarin
de personages volop voorzien worden van trauma’s in de hoop dat ze
daardoor diepzinniger zullen worden.

Dat aspect van ‘Dossier K’ werkt dus niet echt, maar wees
gerust, er valt meer dan genoeg te beleven aan al de rest. De cast
levert degelijk werk – Koen De Bouw en Werner De Smedt zijn goed in
wat ze doen, hoewel De Bouw dringend eens een rol moet aannemen
waarin hij mag lachen. Zijn treurige typetje hebben we net al één
keer te vaak gezien. Hilde De Baerdemaeker speelt opnieuw een
uitstekende bijrol, die me doet hopen dat ze binnenkort eens haar
eigen film zal krijgen – één met wat meer vlees aan dan de
gemiddelde aflevering van ‘Louis Louise’, als het even kan. En ook
oudgediende Jappe Claes is indrukwekkend als malafide procureur.
Blerim Destani is gepast intens, maar zijn pogingen om Nederlands
te spreken zijn zo ongelukkig dat ze de aandacht afleiden – na de
eerste keer dat hij het probeert, zit je eigenlijk de hele film
lang te hopen dat hij het verder gewoon zo laat en Albanees
spreekt. Antwerps-Turkse filmgoeroe R. Kan Albay is op zijn beurt
dan weer niet slecht, maar ik heb zo’n vermoeden dat hij tien keer
beter zou zijn geweest, mochten ze hem in het Antwerps dialect
hebben laten praten.

De hype rond ‘Dossier K’ zal allicht wel weer zorgen voor de
voorspelbare splitsing tussen kritiekloze believers, die
het allemaal de Besss*te fillem vh jaar vonde!!! en humorloze
non-believers, die er niets van moeten weten omdat het
“maar” populair entertainment in Amerikaanse stijl is. Net als bij
‘De Zaak Alzheimer’ en ‘Loft’ val ik ergens middenin: ik heb er
graag naar gekeken, ik heb me er mee geamuseerd. En toen was de
film gedaan en twee uur nadien lag ik er al niet meer wakker
van.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + 9 =