Slow Club :: Yeah So

"Jullie eindejaarslijstjes! Tegen twintig december! Op mijn bureau!" Dat jaarlijks gebulderde bevel van onze chef volstaat voor elke goddeau’er om koortsachtig zijn platenkast en de promostapels nog eens grondig te doorploegen voor vergeten of genegeerde parels. Slow Club is er bijna zo eentje. Met de nadruk op ’bijna’, maar veel scheelt het niet.

We hebben de plaat al een tijdje in ons bezit en het slotoordeel was al snel bekend: dit is zo’n plaatje dat men zich aan het einde van het kalenderjaar, laat staan volgend jaar, amper nog herinnert. Toch is dat zonde, vandaar dat we het nekschot dat vergetelheid heet toch nog even willen uitstellen. Op het debuut Yeah So staan namelijk zo’n hartendiefjes van songs waardoor de shufflefunctie van onze iPod uiteindelijk toch nog gebruikt wordt.

Slow Club is een duo dat bestaat uit gitarist Charles Watson en de mooie Rebecca Taylor, die drumt tot op volle flessen water en rugleuningen van stoelen toe. Op hun (aller)best klinken ze als een koppel dat auditie heeft gedaan om de rollen van Johnny en June Carter Cash te spelen in Walk The Line en best wel ver is geraakt. Op hun zwakst hadden ze echter de preselecties niet overleefd. Niet dat Watson en Taylor grossieren in country: ook snuifjes folk (Conor Oberst klopt soms aan), rockabilly, songs die leentjebuur spelen bij The Ronettes en anderen uit Spectors ark, songs die The Raveonettes eerder al hadden moeten opnemen en enkele druivensuikertjes akoestische pop passeren de revue.

Verdienen vooral uw aandacht: "Giving Up On Love", dat uitmondt in een stralende, opgejutte gospel, en vooral het aandoenlijke, bronwaterfrisse "It Doesn’t Have To Be Beautiful": twee rotaanstekelijke dotjes van songs die vooral Taylor (soms lijkt ze zelfs op Laura Palmer) met drums en aandoenlijke zang(lijnen) van draf in galop doet lopen. Van hetzelfde niveau is het mooi met koortjes opgedirkte "Our Most Brilliant Friends", waardoor de zoveelste trein in vertraging u niet uit uw hum zal krijgen — The Arcade Fire in bermuda op een strand, zoiets.

Toch is het niet altijd uitbundigheid wat de klok slaat: ghost track "Boys On Their Birthdays" is een van de mooiste plaatafsluiters van het jaar — dat kunnen we stilaan geloofwaardig doen klinken — met (weer) Taylor, die hier zelfs aan de over het Kanaal terecht gevierde Laura Marling doet denken. Razend mooi. Zo ook "Sorry About The Doom", waarin Taylor met gefluisterde woordjes als "And I know your heart is beating slow/And out of time with mine/So now I’ll say goodbye" de barometer toch van melig over aandoenlijk naar ontroerend doet overslaan. Aanradertje.

Het probleem is dat Slow Club dat uitstekende niveau bijlange niet de hele plaat kan aanhouden. Vooral Watson lijkt soms de vleesgeworden middelmaat, waardoor de songs die hij moet dragen veel te licht wegen. Pas wanneer Taylor hem vervoegt, zoals in "Because We’re Dead", ontstaan er terug gensters, maar vonken als in "Giving Up On Love" doet het niet, pakken als in de slotsongs doet het ook zelden. Al probeert "There Is No Good Way To Say I’m Leaving You" nadrukkelijk hard. Zo zakt de plat over de helft in en ontstaat de indruk dat de weliswaar uitstekende confituur over een te grote boterham is uitgesmeerd. Maar vooral: de bal misslaan doen ze niet. De vraag rijst alleen of er meer had in gezeten, of net niet.

Het is trouwens nog maar de vraag of Slow Club nog snel eens naar België afzakt: lichtjes getraumatiseerd vertrokken ze hier vorig jaar nadat ze voor vijf luidruchtige klanten hadden gespeeld in een klein Gents café. Binnenkort volgt er nog een kerst-e.p., maar we vragen ons net zozeer af of we hierna ooit nog iets van Slow Club gaan horen. Eerlijk gezegd vrezen we ervoor. Vandaar: probeer enkele van deze songs toch nog maar te luisteren voor u ze uit de donkere vergeetput moet vissen. U zult er geen spijt van hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 5 =