Slow Club + CODY

4AD presenteerde op 26 maart een zeer mooie affiche, met
Shearwater op het hoogste schavotje. Helaas hebben
wij nog steeds geen rijbewijs en heeft Diksmuide een gruwelijke
treinverbinding met Gent, dus toen onze chauffeur in samenspraak
met de rest van het gezelschap besloot om na Slow Club op het gemak
huiswaarts te keren konden we daar niet veel tegenin brengen.

Het Deense collectief CODY opende de avond. De
band, opgebouwd rond songsmid Kasper Kaae maar door de jaren heen
vooral een verzameling van begeesterde muzikanten geworden, beklom
in de 4AD het podium met z’n drieën. De frontman had z’n
akoestische gitaar bij, Line Felding begeleidde hem afwisselend op
cello en viool en een derde groepslid bespeelde de contrabas. In
het hoge Noorden wist CODY niets dan lof te verzamelen met hun
debuutalbum ‘Songs’ (2009, Slow Shark Records), en dit succes
verzilverden ze in 2009 met een plaatsje op Roskilde. Tegenwoordig
proberen ze al tourend de rest van Europa van hun kunnen te
overtuigen. De MySpace-beschrijving houdt het op ‘alternative
country’ en het eerste belletje dat ging rinkelen bij het horen van
hun tweede song was dan ook Bon Iver. Mochten we niet weten dat ze
in hun thuisland bijna aanbeden worden en een stevige livereputatie
hebben opgebouwd, we hadden kunnen schrijven dat we hier een
beginnend stuntelig bandje aan het werk zagen. De songs klonken
leuk, doch ‘hebben we al gehoord, maar dan beter’ was toch het
overheersende gevoel van hun – overigens zeer korte – set. ‘Comfort
and Rage’ was het enige nummer dat ons een beetje bijbleef, de
slome opbouw en de uiteindelijke uitbarsting met een snedige
contrabas eronder ontlokten ons een goedkeurend knikken en we
feliciteerden CODY met de toch wel zeer terecht titel die ze voor
dit nummer gekozen hadden.

Het is niet makkelijk om voor een semi-ongeïnteresseerd publiek op
te treden, Shearwater was immers duidelijk dé headliner van de
avond en dat voelden die van Slow Club erg goed
aan. Wij waren echter speciaal voor hen helemaal naar daar afgezakt
en de verwachtingen waren betrekkelijk hooggespannen. Hun
debuutplaat ‘Yeah, So‘ was de
soundtrack bij onze zomer en we waren benieuwd of ze de dromerige
en mijmerende sfeer van hun felgesmaakte album zouden kunnen
vertalen naar een beklijvend optreden. Het antwoord verklappen we u
al meteen: neen. Maar dat lag meer aan technische mankementen dan
aan het enthousiasme dat Rebecca & Charles vertoonden. Openen
deden ze akoestisch met een nieuw nummer en tot daar klonk het
allemaal zeer mooi. ‘Giving Up On Love’ werd echter tweemaal
opnieuw aangevat omdat Rebecca’s microfoon maar bleef uitvallen en
op het moment dat Charles z’n gitaar in full force bijviel, werd
het meteen duidelijk dat zijn versterker zo loeihard knetterde dat
de samenzang, toch één van de troeven van het duo, volledig
verloren ging in een muur van geluid. Zo’n drie kwartier lang
hoorden en zagen we Slow Club stuntelen met microfonen die omver
vielen, gitaren die niet gestemd raakten en hun eigen
zelfvertrouwen. Het ligt vast aan onze vooringenomenheid dat we het
allemaal ongelooflijk schattig en aandoenlijk vonden.

Tussendoor deelden ze ons mee dat ze aan een nieuw album werken en
de vier nummers die ze daarvan brachten klonken alvast
veelbelovend. De oorzaak van de over-enthousiaste versterker werd
ook duidelijk toen ze David Thomas Broughton bedankten omdat ze die
van hem hadden mogen lenen. Muzikaal hoogstaand was dit optreden
niet, maar wat live wel duidelijk werd, is dat de stem van Charles,
waar we in onze review van het album nog iet of wat onzeker over
waren, veel sterker is dan zijn ingehouden timbre op plaat doet
vermoeden. Akoestisch voelt de band zich duidelijk het meest in hun
element, zoals ze bewezen toen ze hun concert afsloten, middenin
het publiek, met elk een gitaar en een zeer ontroerende versie van
‘Christmas TV’ brachten. Samen met een furieus opgevoerd ‘Trophy
Room’ het sterkste moment van hun korte set.

www.myspace.com/codysongs
www.myspace.com/slowclub

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + vier =