Slow Club :: Yeah So

Slow Club, dat zijn Rebecca Taylor en Charles Watson. Deze twee
jeugdvrienden richtten in 2006 samen een bandje op en slijten tot
op heden het merendeel van hun dagen in Sheffield. In de herfst van
2008 brachten ze met ‘Let’s Fall Back In Love’ hun eerste e.p. uit.
De vijf dromerige poppy tracks deden ons al gauw smachten naar meer
en in april 2009 werd onze honger gestild met hun eerste
langspeler: ‘Yeah So’. Wie bij manvrouwduo’s onmiddellijk
associaties legt met de onversneden rock van The White Stripes en
The Kills zal echter van een kale reis terugkeren.

Ondanks het feit dat het instrumentale arsenaal van Slow Club zich
net als bij voorgenoemde bands beperkt tot gitaar (Watson) en drums
(Taylor), sluit hun sound eerder aan bij de indiepop van
labelgenoten Tilly and the Wall. Ze combineren frisse uptempo
popsongs met een vleugje countryfolk en wisselen deze af met
breekbare ballads. Ook themagewijs kleurt Slow Club braaf binnen de
lijntjes van de indieregels. Zware onderwerpen worden netjes
overgeslagen en ruimen plaats voor herkenbare lyrics over liefde,
vriendschap, opgroeien en escapisme.

Prettig weerzien is het met ‘Come On Youth’ en ‘Dance ’till The
Morning Light’, songs die gerecycleerd werden van op de ep. Twee
sterke nummers, maar vooral het laatste toont ook meteen de tere
plek van de band aan. Het eenvoudige gitaarriedeltje dat ‘Dance
’till The Morning Light’ begeleidt kan immers niet verbergen dat
Watsons stem solo net iets te licht uitvalt. Die andere ballad, ‘I
Was Unconscious, It Was a Dream’, bevestigt dit opnieuw.

De openingsstrofe is voor Watsons rekening, maar het nummer grijpt
pas echt aan wanneer Taylor invalt. Halverwege gaat het jonge duo
zelfs de eclectische toer op, met gitaar distortion op de
achtergrond en een slepend ritme dat het geheel naar een hoogtepunt
brengt. Een andere hartenbreker, piano-ballad ‘There Is No Good Way
To Say I’m Leaving You’, toont de songwritervaardigheden van de
band aan: wat de lyrics betreft zeer inventief maar tegelijkertijd
doeltreffend en eenvoudig in z’n sfeerschepping.

Dat Taylor wél in staat is om een song vocaal op haar eentje te
dragen is duidelijk te horen in ‘Sorry About The Doom’. Onder
begeleiding van een subtiele pianotoets en sober gitaarspel
ontvouwt dit nummer zich tot het meest openhartige en breekbare
moment van ‘Yeah So’. Vooral de wanhopige uithaal op het einde van
het nummer zorgt keer op keer voor kippenvel: “And I know your
heart is beating slow/ and out of tune with mine/ so now I’ll say
goodbye
“.

Deze akoestische, rustigere nummers worden afgewisseld met
gelaagdere up-tempo pareltjes. ‘Giving Up on Love’ barst los in
ware Raveonettes-stijl: vinnig, scherp en voorzien van een strak
drumritme. Dezelfde formule stuwt ook ‘Trophy Room’ voort: een
nerveuze weergave van het verlangen om te ontsnappen. ‘It Doesn’t
Have To Be Beautiful’, de vooruitgeschoven eerste single van het
album, is een muzikaal gelaagde, quasi perfecte popsong. Tekstueel
erg sterk en ondersteund door een wiegende melodie, die wordt
gecreëerd door een schijnbaar chaotische combinatie van drums,
gitaren en tamboerijn. De harmonieuze samenzang tussen Taylor en
Watson zorgt hierbij voor de perfecte afwerking.

Het mooiste bewaren ze echter voor het laatst: afsluitende track,
‘Our Most Brilliant Friends’ beschrijft de quarterlife crisis op
een aandoenlijke manier terwijl een wanhopig ritme en het snelle
afratelen van de lyrics je je doen afvragen of dit nummer nu
vrolijk dan wel triest hoort te zijn. “And we’re scared about
the world/ The athmopshere/ our bodies and our health
“,
schreeuwt het duo uit voor het refrein wordt ingezet.

Het getuigt van lef dat Slow Club besloot om hun sterkste song als
hidden track bij het album te voegen. Na het uitsterven van ‘Our
Most Brilliant Friends’ zet Taylor ‘Boys On Their Birthdays’ in,
begeleid op de gitaar door haar partner en haar eigen zachte
drumbeats. De song is hartverscheurend mooi en slaagt erin na
elfendertig luisterbeurten nog voor kippenvel op onze armen te
zorgen, wanneer Taylor en Watson in samenzang eindigen met een
tantrisch herhalen van “and the bones inside my shins are
crumbling
“.

Slow Club leverde met Yeah So een prachtige debuutplaat af.
Eenvoudig, doeltreffend en vooral zéér schattig allemaal. True, op
vocaal vlak is er zeker nog ruimte voor verbetering, maar ons
hebben ze alvast weten te overtuigen en vooral nieuwsgierig gemaakt
naar nieuw en meer materiaal. Interessant weetje om af te sluiten:
Slow Club werd zowel door Pitchfork als Stereogum volledig over het
hoofd gezien. Shame on them.

www.moshimoshimusic.com/artists/slow-club
www.myspace.com/slowclub

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 1 =