Pelican :: What We All Come To Need

Elk album van Pelican, het lelijke eendje van de post-scene, werd zowel verguisd als bejubeld. Met What We All Come To Need heeft het viertal eindelijk in de spiegel gekeken, al is het niet helemaal duidelijk welke richting de band wil uitgaan.

Alsof de wereld te klein werd in de Misty City, verhuisde Pelican zijn santenboetiek van Chicago naar Los Angeles. De eerste boreling, Australasia uit 2003, is dankzij de cocktail van atmosferische sludge en doom veruit de beste Pelican. Op The Fire In Our Throats Will Beckon The Thaw ging de voorkeur naar een populaire (post)rockopbouw. Deze genreswitch culmineerde in de instrumentale hardrockplaat City Of Echoes uit 2007: voor de ene een unieke songgedreven postmetalplaat, door de andere de grond ingeboord bij het horen van de onnodig catchy melodieën.

Voor het talent van de gitaristentandem Trevor de Brauw en Laurent Lebec was er niks van lof maar de gebroeders Bryan (bas) en Larry Helweg (drums) kregen het hard te verduren. Als koppige DDR-agenten zouden ze de band niet toelaten de grenzen te overschrijden en meer creatieve composities neer te schrijven.

En wat is het resultaat op What We All Come To Need? Om te beginnen zijn de Pelicanesque songs verstopt achter een dikke wall of sound. De luisteraar lijkt plots een gevangene in Oost-Berlijn. "Ephemeral" heeft een krachtige postrockmelodie, maar gaat vervelen wanneer plots saai riffwerk een verhoopte climax wegduwt. Koppig als een ezel zet Pelican langs hobbelige paden voort. "Strung Up From The Sky" kent een rustige en heldere start, maar de lightversie van het uptempo instrumentale werk van City Of Echoes gaat compleet de mist in.

Pelican lijkt op zoek te gaan naar een ideaal middelpunt tussen lang uitgesponnen atmosferische melodieën en het rock-’n’-riffgeweld van City Of Echoes maar de boodschap komt niet over. Missie mislukt? Niet helemaal. Het doomy "An Inch Above Sand" is weer even back to the roots en ja hoor, de spanning is niet te snijden door lekker geroffel van Larry Herweg … tot het onbegrijpelijke knip- en plakwerk op het einde.

Een aantal nummers zullen ongetwijfeld live — met de volumeknop open — als één lange en ondoordringbare muur worden opgebouwd. "Glimmer" is door zijn dikke basgedreven traagheid één dikke ijle laag. Ook hier is concentratie vereist en zullen de zweetdruppels van het gezicht lopen. Hetzelfde geldt voor "Specks Of Light": vertrekkend vanuit een grungy rocksound raakt het nummer zoek in een muzikaal labyrint.

De nummers met gastbijdragen zijn nog het meest doorzichtig: in "The Creeper", met een dreigende verdoemenis en — alweer — lekker basgedreven stukje, zit Sunn 0)))-coryfee Greg Anderson verstopt. Dankzij "Final Breath", met dromende en lome vocalen van Allen Epley van Shiner en The Life And Times kunnen we Pelican in extremis van originaliteit beschuldigen.

Voor de lezers die tot hier geraakt zijn: What We All Come To Need is een moeilijke bevalling geworden. Deze vijfde worp had gerust een minder zwaarwichtige EP mogen zijn, met de helft overboord gekieperd. Er is dus nog hoop voor de toekomst van Pelican. Het eendje is niet langer lelijk, maar is ook nog lang geen zwaan geworden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + vijftien =