Pelican :: Forever Becoming

Is Post-metal dood? Waarschijnlijk wel, en als dat nog niet zo is, zal het in ieder geval niet lang meer duren. Is dat erg? Ja en neen. Muzikaal had het genre veel te bieden, en heel wat platen zullen ons nog lang bijblijven. Zijn er nog gelijkaardige bands die de moeite waard zijn? Tuurlijk: oervader Neurosis blijft zijn eigen ding doen, en groepen als Russian Circles, Cult of Luna of Red Sparowes blijven boeien. En Pelican dan? Goh, euh… dat weten we eigenlijk niet.

Kansen geven. Het is een van de redenen waarom ik ben beginnen schrijven over muziek. Er loopt op deze kluit verdorie heel wat muzikaal talent rond en daar wil ik over schrijven. Niet alleen door veel te luisteren, maar ook door veel te lezen leer je heel wat interessante, boeiende, zelfs levensveranderende muziek kennen. Een recensie in OOR leidde mij in 2003 naar Australasia van Pelican en maakte samen met Oceanic van ISIS een overtuigde post-metaladept van ondergetekende. ISIS is ondertussen voltooid verleden en Pelican zit reeds enkele albums in een sukkelstraatje. Nu is er plaat vijf. Een kans geven?

Met het voornoemde Australasia kon Pelican geen beter getimede plaat uitbrengen. Kolossen van gitaarmuren perfect afgewisseld met knappe geluidstexturen en gelaagde subtiliteit: het maakte van het viertal uit Chicago meteen de stoottroepen van het prille genre post-metal (of hoe je dat ook wilt noemen, maar daar gaat het nu even niet over). Opvolger The Fire In Our Throats Will Beckon The Thaw zag de sound van Pelican introspectiever, meer uitgekristalliseerd worden. Tegelijkertijd ontstonden echter de eerste twijfels over de spagaat tussen het creatieve gitaarspel en de soms nogal lompe, weinig flexibele ritmesectie. Die spanning werd steeds meer duidelijk en ging hand in hand met een steeds toenemende stuurloosheid. City Of Echoes verloor zichzelf in een poppy geluid, terwijl What We All Come To Need een halfslachtig experiment in heaviness was.

Het pleit leek helemaal beslecht toen oprichter-gitarist Laurent Schroeder-Lebec niet meer mee op toer ging met zijn band en uiteindelijk zijn gitaar aan de wilgen hing. We waren dan ook enigszins verrast toen we hoorden dat er een nieuwe plaat zou verschijnen. Dallas Thomas (van Chicago-sludgeband The Swan King) nam de plaats in van Schroeder-Lebec, zodat er naast creatief brein Trevor De Brauw weer een volwaardige gitaar-tandem staat, die hopelijk ook voor een creatieve boost zou kunnen zorgen. Dat is gelukkig gelukt, zij het dan maar gedeeltelijk.

Forever Becoming grijpt tot onze grote vreugde terug naar het geluid van The Fire In Our Throats Will Beckon The Thaw (we blijven het voluit schrijven, gewoon omdat het zo’n mooie titel is), met een evenwichtsoefening tussen gecontroleerde poweruitbarstingen, gelaagde sfeerschepping en zo’n beetje alles daartussenin. “The Tundra” laat zich beluisteren als een staalkaart van alles waarin Pelican goed is: openen met een knaller van een riff, afwisselen met donkerdere, meer ingetogen partijen die stilaan opbouwen naar een glorieuze climax, om in het slotakkoord weer meedogenloos uit te halen. We kunnen oeverloos palaveren over de wisselvalligheid van Pelican (dat zullen we zeker nog doen), maar als de heren in vorm zijn, slaan ze spijkers met koppen.

”Deny The Absolute”, het eerste échte nummer na het twijfelgeval (intro? nummer?) “Terminal”, kiest ook resoluut voor de gerichte energiestoot en klinkt als een wake-up call voor zij die de band bij het oud vuil hadden gezet. Het nummer staat bol van geconcentreerd en bevlogen spel, waarin het nieuw samengestelde gitaargezin De Brauw-Thomas zich van zijn beste kant laat zien. Ook in “Vestiges”, dat de teugels wat meer laat vieren, voelen de twee gitaristen elkaar moeiteloos aan, waardoor de track met plezier in je hoofd blijft hangen.

En hoe zit het nu met die bas en die drums? De broertjes Herweg kregen in het verleden heel wat kritiek over zich heen vanwege hun solide, maar weinig geïnspireerde spel. En ook nu beperkt de ritmesectie zich weer voornamelijk tot het aangeven van het tempo en wordt er bitter weinig afgeweken van de grondlijnen die als basis dienen van de nummers. In het beste geval voorziet dit het geluid van nog wat extra oompf-gehalte, zoals in het voornoemde “Vestiges”. Maar wanneer de gitaren zich wat meer naar de achtergrond begeven, geven bas en drum niet thuis. Zeker de meer rustige nummers, zoals “Threnody” en “The Cliff”, verzanden hiermee in het moeras van de middelmatigheid. Zo vergaat het ook het eerste deel van slotnummer “Perpetual Dawn”, dat godzijdank halverwege zijn tweede adem vindt, en Forever Becoming op een climax laat afsluiten. Maar het blijft verdomd frustrerend om te horen hoe de gitaarpartijen steeds opnieuw de brokken moeten lijmen van een ritmesectie die zichzelf steeds weer degradeert tot metronoom met forsballen.

Het is fijn om Pelican weer te horen doen waar de band goed in is: zwaarte, euforie en ingetogenheid combineren tot een boeiend en intrigerend geheel. Het levert de band zijn beste plaat op sinds (hier zijn we weer) The Fire In Our Throats Will Beckon The Thaw. Maar een terugkeer naar de oude vorm gaat jammer genoeg niet gepaard met het overwinnen van oude demonen. Hiermee haalt Pelican steeds weer zijn eigen potentieel als stugge overlever van de post-metalstroom hopeloos onderuit. Alles samen is Forever Becoming zowel in de kwaliteiten als gebreken vooral een herkenbare plaat geworden. Dat is op zich weer positief, maar het is jammer genoeg ook alles.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − 6 =