Pelican :: Ataraxa Taraxis

Eigenlijk was dat debuutalbum veel te goed. Australasia (2003) vond met zo’n plomp gemak een sleutelpositie binnen de dan nog fris riekende postmetal, en pakte uit met zo’n overdonderende mix van verschroeiende herhaling en overwinningsadrenaline, dat een instant classic een feit was. Die plaat was een monoliet: onwrikbaar, immens heavy, fucking epic en toch toegankelijk. Elke daaropvolgende release hebben we afgerekend aan dat debuut, een proces dat we eigenlijk met steeds meer tegenzin gingen uitvoeren.

 

The Fire In Our Throats Will Beckon The Thaw (2005), dat was immers nog een klepper, die enkel een iets gestileerde versie van het debuut was. City Of Echoes (2007), waarmee duidelijk werd gemikt op een breder publiek door het inzetten van compactere songs en een wat minder kolossale sound (op zich natuurlijk niks mis mee), miste duidelijk de organische furie van het oudere werk, die werd ingeruild voor een wat meer verteerbare, maar ook minder eigenzinnige sound. De overstap naar Southern Lord zou dat gaan rechtzetten, maar niets was minder waar: What We All Came To Need (2009) was een halfslachtige plaat die ontstellend middelmatig was en leek te bevestigen wat her en der al een paar jaar werd opgemerkt: het vet was definitief van de soep in de wereld van de postmetal.

De e.p. Ataraxia/Taraxis liet bijna drie jaar op zich wachten, een periode die doet vermoeden dat de band – wel nog altijd in originele bezetting – toe was aan een bezinning, een herbronning. Misschien ook een indringende koerswijziging. Onze man, die hen vorige maand live aan het werk zag op het Dunk!festival, de Belgische postrockhoogmis, was nochtans niet bepaald onder de indruk van het kwartet en sloot af door hen een ‘vergane glorie’ te noemen. Het was dan ook bang uitkijken naar deze nieuwe release. En serieus, we hebben moeite gedaan en het zilveren schijfje opnieuw en opnieuw opgelegd om maar een indicatie van een nieuwe vonk terug te vinden. Die hebben we niet gevonden.

Binnen deze vier songs vinden we immers geen exemplaren die meekunnen met het oudere werk, terwijl ook weinig sprake is van een nieuwe wending in zijn parcours, een noodzaak waar Isis en Neurosis zich ook bewust van waren en er ook in slaagden om uit te voeren. “Ataraxia” is een sfeerscheppend stuk, met akoestische texturen en logge bassen, maar ook niet meer dan een aanloop naar meer conventionele nummers als “Lathe Biosas” en “Parasite Colony”. Het zit er daar allemaal in: die krachtige riffs en lichtere sferen, de verscheidenheid aan gitaartexturen en het spel met dynamiek, maar impact, laat staan spanning? Neen, dit is gewoon bandwerk.

Enkel voor afsluiter “Taraxis” valt er een uitzondering te maken: de melancholische melodie blijft hangen en de akoestische, met dissonantie dreigende gitaren weten een wat ongemakkelijke sfeer op te bouwen, maar één tevreden stellende song op vier is onvoldoende voor een band die we ooit een fantastische toekomst toedichtten. We willen de volgende langspeler afwachten om dat van die ‘vergane glorie’ te herhalen, maar deze e.p. belooft alleszins geen verrassingen. Die ataraxia is een Griekse term die verwijst naar een gelukzalige staat van zorgeloosheid en onverstoorbaarheid. Als de band dat bereikt denkt te hebben, met dit soort releases als gevolg: fuck that. Tijd om wakker te worden in een geënerveerde staat van woestheid en ontreddering. Wie zet de wekker?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − drie =