Fever Ray :: Fever Ray

De
meeste stadionrockers, politici en Temptation Island-deelnemers
zullen het misschien niet geloven, maar er bestaan mensen die geen
spotlights verdragen kunnen. Karin Dreijer Andersson is zo iemand.
In fel licht zoekt ze naar een schelp om in te kruipen en priemende
ogen fnuiken haar inspiratie.
In de schaduw licht de muze echter op als een bedwelmende lavalamp.
Die creatieve kriebels resulteerden met The Knife een paar jaar
geleden nog in het meesterlijke ‘Silent Shout’. Ondanks de
sabbatperiode van die groep met haar broer Olof en de verwelkoming
van haar tweede kindje kroop het muzikale bloed echter waar het
niet gaan kan. Resultaat: ‘Fever Ray’, een met stemmig zwart-wit
gekleurenspoeld universum dat qua intrigerende onbehaaglijkheid en
beklemmende pracht amper voor The Knife hoeft onder te doen.

Karin en Olof Dreijer zijn niet zo’n tweeling die elkaar per se
vandoen hebben om hoge toppen te scheren, hoewel The Knife anders
doet vermoeden. Geen semi-incestueuze, Suske & Wiske-achtige
streken bij de Dreijers, maar de nodige ademruimte die de
creativiteit enkel ten goede komt. Terwijl Olof noest aan z’n opera
over Darwin werkt, schaafde Karin in alle familiale rust aan haar
soloplaat.

Samen met het beitelwerk aan haar alter ego vijlde Dreijer ook alle
stuiterende beats en puntige synths van The Knife weg uit haar
sound. Het strakke elektronische minimalisme van ‘Fever Ray’
vertaalt zich dan ook nergens in dansbare tracks, maar in
hypnotiserende, sjamanische slepers met Karin in de rol van
opperpriesteres. ‘Seven’ bijvoorbeeld, een sprookjesachtige brok
new wavepop (inclusief Kate Bush-stemmetje) die moeiteloos het merg
uit uw beenderen zuigt. ‘Triangle Walks’ en ‘Concrete Walls’
beginnen dan weer met de ijsgekoelde minimal van Ellen Allien, maar
Dreijer’s stem doet alle steriliteit smelten als sneeuw voor de
zon.

En daarmee zijn we bij de grote kracht van deze plaat beland.
Conform aan de verschillende rollen in haar leven (moeder, zus,
dochter,…) creëert Dreijer met haar vocalen ook in haar muziek
verschillende persona’s, maar geen enkele is non grata. Zo
klinkt ze in de claustrofobische electropop van ‘If I Had A Heart’
als een sirene die haar breekbaarheid achter een mannelijke
vocoderstem verbergt terwijl ze in de duistere coming of
age
-vertelling van ‘When I Grow Up’ met een vlijmscherpe
meisjesstem de zeepbelbeats en filmische synths doorprikt. Een
plaat lang klinkt Dreijer door deze aanpak als een ongrijpbaar
hermafrodiet wezen dat door de ziel van de luisteraar zwerft.

Dat klinkt allemaal erg onheilspellend, maar ‘Fever Ray’ wordt
nooit een labyrint van ijle soundscapes met een gitzwarte ziel. Hoe
claustrofobisch de tracks soms ook mogen klinken, het blijven songs
met koppen en staarten die voor houvast zorgen en straaltjes licht
laten schijnen in de cryptes van ‘Fever Ray’. Luister maar naar de
sublieme melodieën van het al eerder vermelde ‘Seven’, maar ook in
‘Now’s The Only Time I Know’ en ‘I’m Not Done’ is het heerlijk
wegdrijven op het vlot van Dreijer’s stem.

Met deze plaat trekt de mysterieuze mist rond Karin Dreijer
allerminst op, maar het is verdomd verslavend om te blijven
proberen door te dringen in haar ondoorgrondelijke kosmos. Als een
duikboot sleurt de plaat je naar de abyssale dieptes van de
menselijke geest én stem. Hoewel de sound van Fever Ray duidelijk
geënt is op The Knife, heeft Dreijer in haar eentje een muzikale
wereld geschapen voor rusteloze dolers die moeiteloos alle zuurstof
uit de longen trekt. Bij de hand houden, dat
beademingstoestel!

http://feverray.com
www.myspace.com/feverray

Fever Ray speelt op 2 mei op Polsslag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 6 =