J. Tillman :: Vacilando Territory Blues

Het zal je maar overkomen: je werkt al enkele jaren gestaag aan een oeuvre zonder ooit echt potten te breken, tot plotsklaps de groep waarin je maar een van de muzikanten bent, doorbreekt. Opeens komt je solowerk dat jarenlang alleen door een kleine groep kenners gewaardeerd werd, opnieuw onder de aandacht te staan.

Toen Fleet Foxes zich vorig jaar in de harten van zowat eenieder wist te nestelen met zijn gelijknamige debuut, had drummer Joshua Tillman al een vijftal platen op zijn naam staan en trad hij onder meer al met Damien Jurado en Jesse Sykes op. Dat hij desondanks een nobele onbekende bleef voor veel muziekliefhebbers is vreemd, in het bijzonder omdat zijn latere platen (vanaf Minor Works uit 2006) niet in kleine oplages bij obscure labels verschenen.

Een mogelijke verklaring voor het uitblijven van succes ligt bij de muziek zelf: in tegenstelling tot de pastorale meerstemmigheid van Fleet Foxes zweert Tillman immers bij een spaarzame en minimalistische singer-songwriter/americanavariant die net zo goed de mosterd haalt bij Nick Drake, Damien Jurado als bij Jason Molina. In de wereld van Tillman heerst met andere woorden een eeuwige herfst, dat als sfeerseizoen dient voor rouwtafels, gebroken harten en verloren zielen.

Maar in tegenstelling tot bij zijn bekendere collega-treurdichters klinkt het bij Tillman allemaal iets te oprecht en gemeend zodat het haast een kwelling wordt een album volledig uit te luisteren. Bovendien neemt hij het woord spaarzaamheid zo letterlijk dat er vaak op een enkele gitaar na niets te horen valt. De enige uitzondering tot op heden vormde Minor Works waar af en toe zowaar zelfs drums en strijkers te horen waren. Dat vanuit die optiek Vacilando Territory Blues zonder meer bombastisch klinkt, is dan ook geen overdrijving.

Stellen dat Tillman levensvreugde gevonden heeft, zou meerdere bruggen te ver zijn, maar zoals "Master’s House" overtuigend bewijst, helpt een goede productie alvast om de droeve songs niet al te naargeestig te laten klinken en het een plaat lang uit te zweten. Eindelijk wordt de waarde van Tillman als songschrijver duidelijk en hoeven zijn songs niet langer aan hun eigen neerslachtigheid ten onder te gaan. Want hoewel nummers als "No Occasion" of "Firstborn" qua teneur niet onder hoeven te doen voor eender welk nummer uit het debuut, klinken ze niet langer reddeloos verloren.

Dat Tillman daarenboven een enkele keer ook echt voluit durft te gaan zoals in het meerstemmige "All You See" of het door een volwaardige band gebrachte "Steel On Steel" komt het album alleen maar ten goede. Door bij een aantal nummers opnieuw voor strijkers en drums (onder andere in "Laborless Land") of zelfs een piano en elektrische gitaren ("New Imperial Grand Blues") te kiezen, komen de zachte nummers genre "Someone, With Child" en "Above All Men" eindelijk tot hun recht.

Na het zo mogelijk nog kalere Cancer And Delirium uit 2007, dat nauw aansluit bij zijn eerste platen I Will Return en Long May You Run, J. Tillman (vorig jaar als een dubbel-cd bij Fargo verschenen), lijkt Tillman opnieuw het gegeven arrangement omarmd te hebben. Het zijn vaak kleine ingrepen die de songs niet alleen draaglijk(er) en voller maken, maar ook de plaat in zijn geheel ten goede komen. Maar ook op die nummers die het alleen met gitaar en stem moeten beredderen, klinkt hij niet langer als iemand die alvast preventief in zijn sterfbed ligt te wachten op het onvermijdelijke.

Op Vacilando Territory Blues overheerst nog steeds de herfst, maar het lijkt ernaar dat Tillman eindelijk ingezien heeft dat ook dit seizoen een kleurrijk schouwspel bieden kan, zelfs al is het dan de voorbode van een tijdelijk sterven. Het is geen Fleet Foxes, maar het herbergt wel eenzelfde oprechtheid. Wie zich ondanks alle nostalgische gevoelens nooit aan een kampvuur thuis gevoeld heeft, kan zich aan dit album warmen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + zeventien =