Andrew Bird :: Noble Beast

Er zijn songschrijvers die in hun teksten nooit verder zullen komen dan "I love you / The sky is blue", en een alliteratie het toppunt van creativiteit vinden; songschrijvers die ieder cliché uit de popmuziek recycleren, en er maar niet in slagen een eigen stempel op hun nummers te drukken. Maar er is ook Andrew Bird.

De fluitende violist uit Chicago is de absolute tegenpool van die herkauwende, rijmen-en-dichten-zonder-uw-gat-op-te-lichten-songschrijvers. Hij is er de man niet naar om eenvoudige liefdesliedjes op papier te zetten, maar kiest ervoor om zijn achtste album Noble Beast te openen met "Oh No", een nummer over onschadelijke sociopaten. Als we Bird goed begrepen hebben tenminste; hij kiest zijn woorden immers niet zozeer om hun betekenis, maar vooral om de klank, en dat zorgt geregeld voor verwarring — sla er de gespecialiseerde discussiefora maar eens op na.

Toch keren bepaalde thema’s regelmatig terug in zijn teksten. Net zoals een Bruce Springsteen-album niet compleet is zonder porches en roads, zo kan een plaat van Andrew Bird niet zonder de nodige natuurkundige elementen, wiskundige termen en andere wetenschappelijkheden, liefst nog overgoten met een licht surrealistisch sausje. Wat moet een mens bijvoorbeeld met zinsneden als "While chinless men will scratch their beards / Tool their minds to sharpened axes / Brush up on the Uralic syntaxes", uit "Tenuousness"? Wie het weet, mag het zeggen.

We vergeten daarbij echter dat Andrew Bird geen dichter is, maar wel degelijk een songschrijver. De muziek dus. Die klinkt verrassend normaal. Waar Bird zich de laatste jaren geheel kon verliezen in ellenlange fluitsolo’s en eindeloze loopjes op gitaar en viool, is het op Noble Beast opniew back to basics. Na jarenlang vooral getokkeld hebben, opteert Bird nu voor bijzonder zwierige vioolpartijen, en hij lijkt bovendien een plotse voorliefde voor handclaps ontwikkeld te hebben, waardoor "Masterswarm" doet denken aan Calexico ten tijde van hun Love-cover "Alone Again Or".

Nog meer traditionele elementen in het prachtige "Effigy": een mooie maar nogal ongepaste elektronica-intro zet de luisteraar nog even op het verkeerde been, maar daarna volgt één van de meest klassieke songs die Andrew Bird ooit op plaat zette. Met de rake woorden "Fake conversations on a nonexistent telephone / like the words of a man who spent a little too much time alone / When one has spent too much time alone" gunt hij ons een zeldzame blik op zijn innerlijk, waarna een folky viool het nummer — en het hart — doormidden klieft.

Zoals steeds bij Andrew Bird zit ook Noble Beast vol woordspelletjes en intertekstuele verwijzingen — zie bijvoorbeeld "The Privateers", een herwerking van "The Confession", dat Bird ooit opnam met zijn Bowl Of Fire. Het jazzy arrangement van weleer wordt evenwel ingeruild voor een rijkelijk georkestreerd en vooral erg warm geluid, en daar wordt het nummer alleen maar beter van. Diezelfde warme klanken zijn doorheen het hele album terug te vinden, getuige onder meer "Tenuousness" en "Souverian". Enkel het elektronische "Not A Robot, But A Ghost" springt enigszins uit de band en kiest ook muzikaal voor experiment. Dat resulteert echter meteen in het minst boeiende nummer van de plaat.

De traditionele aanpak blijkt voor Andrew Bird dus wonderwel nog het beste te werken. Het levert hem dan misschien niet zijn beste plaat op — dat is nog altijd The Mysterious Production Of Eggs — maar Noble Beast is wel Birds meest coherente album, één dat zich echt als een geheel laat beluisteren. Liefst wel met een woordenboek bij de hand.

Andrew Bird staat op 9 mei op Les Nuits Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + tien =