Australia




Het is al zeven jaar geleden dat Baz Luhrmann, de Australische
wacko achter hypergestileerde werkjes als ‘Romeo + Juliet’, het
nieuwe decennium op z’n staart trapte met ‘Moulin Rouge’. Love
it or hate it,
maar Luhrmanns überkitscherige liefdesverhaal
bereikte sinds 2001 wel de status van glitterklassieker, gay
icon movie
én één van de eerste meesterwerken van de
21ste eeuw (kom maar eens zeggen dat het niet waar is).
In de tussentijd probeerde de regisseur een film te maken over
Alexander de Grote – een project dat werd afgeblazen toen Oliver
Stone op de proppen kwam met ‘Alexander’ – en voor het
overige was het beangstigend stil rond de man. Tot nu. Met zijn
jongste worp, ‘Australia’, gaat de megalomane Aussie
immers definitief voor het goud. Zelf schaamt hij zich er helemaal
niet voor om zijn prent te vergelijken met ‘Gone with the Wind’, en
niemand die de film ziet, zal zich afvragen waarom. De grootse
setting van de Australische outback, waarin twee mooie mensen
passioneel op elkaar verliefd worden. Schurken die zo slecht zijn
dat ze niet eens pommade nodig hebben om hun snor kwaadaardig te
doen krullen. Actiescènes met paarden en op hol geslagen vee, en
naar het einde toe zelfs een volledige WO II-luchtaanval met alles
er op en er aan. Yup, Luhrmann heeft voor ‘Australia’ alle
elementen genomen die in zijn ogen een film episch maken en nu
presenteert hij ze als een gigantesk, spectaculair,
ouderwets-Hollywoodiaans schouwspel dat er van de eerste tot de
laatste minuut op uit is om de kijker te overbluffen. Blijft er wel
de lastige bijkomstigheid dat al dat bombast niet kan verbergen dat
het verhaal en de personages niets om het lijf hebben.

Het is 1939. Nicole Kidman speelt Sarah Ashley, een Britse
lady wiens echtgenoot al jaren van huis is om vee te
fokken in Australië. Uiteindelijk besluit ze hem achterna te
reizen, voornamelijk omdat ze ervan overtuigd is dat hij wat al te
veel interesse vertoont voor de plaatselijke fauna en flora. Eens
ze op de ranch, Faraway Downs, aankomt, ontdekt Sarah echter een
bende die ze niet eens had durven vermoeden: haar man werd vermoord
(een aboriginal spiritualist is de officiële verdachte), en een
rivaliserende veehandelaar, King Carney (Bryan Brown), is blijkbaar
bereid tot elke vorm van sabotage om zijn monopolie over de
veehandel in dat deel van het land te verzekeren. Samen met een
veedrijver die de hele film lang enkel wordt aangesproken als “The
Drover” (Hugh Jackman), besluit Sarah om orde op zaken te stellen:
ze gaat de strijd met King Carney aan en adopteert zelfs een
halfbloed jongetje, ah (gespeeld door de 13-jarige Brandon
Walters).

Hoe meer Baz Luhrmann verandert, hoe meer hij dezelfde blijft.
Zijn vorige drie films, ‘Strictly Ballroom’,
‘Romeo + Juliet’
en ‘Moulin Rouge’
werden beschouwd als een informele trilogie – the red curtain
trilogy,
vol theatrale effecten, over-de-top emoties en
gestileerde situaties. ‘Australia’ is inderdaad anders, in de zin
dat het verhaal op een meer traditionele manier verteld wordt. De
camera houdt zich rustig, de montage is klassiek en de muziek wordt
op een “normale” manier gebruikt. ‘Australia’ refereert zeer
nadrukkelijk naar de klassieke epische films van de jaren vijftig
en zestig, en ontwikkelt zich dan ook aan een gelijkaardig tempo,
dat ver verwijderd ligt van de hysterie van Luhrmanns vorige
films.

Anderzijds blijft de regisseur wel een geboren entertainer, die
inhoud maar al te graag opoffert voor een goed effect. Red
curtain-
film of niet, Luhrmann is en blijft een showman, die
er zichtbaar van geniet om te kunnen uitpakken met gigantische
settings en grootse emoties. Less is more is een
uitdrukking waar hij nog nooit van gehoord heeft. Telkens wanneer
zijn camera omhoog gaat om een gigantisch, panoramisch
overzichtsshot te geven van een woeste kudde vee of gewoon het
dorre Australische landschap, voél je de lol die Luhrmann er in
heeft. Het is het kinderlijk genoegen van een goochelaar die weet
dat hij net een goeie truc heeft uitgehaald. En in dat opzicht laat
‘Australia’ zich erg gemakkelijk naast zijn vorige prenten
zetten.

Vormelijk valt er op de film dus weinig aan te merken: Luhrmann
kan gewoonweg geen lelijk shot in elkaar steken. Elke zonsondergang
is betoverend, elke regendruppel valt precies waar hij moet zijn.
Inhoudelijk heeft de regisseur ditmaal wél ernstige problemen. Een
hele rist scenaristen werkte mee aan het script van ‘Australia’,
wat resulteert in een film die niet zozeer uit drie akten lijkt te
bestaan, als wel uit drie geheel verschillende verhalen, die niet
bijster soepel in elkaar overvloeien. We krijgen eerst het verhaal
van een Britse kakmadam die respect verdient omdat ze samen met
haar drijver een kudde runderen door de woestijn krijgt. Daarna
verandert de hele film plots in een tragedie over geliefden die uit
elkaar gerukt worden door de oorlog. En daar tussenin krijgen we
nog een verhaal over een halfbloed kind dat continu bang moet zijn
dat de regering hem zal oppakken (zie ‘Rabbit-Proof Fence’ voor
meer details daarover). Luhrmann en co gooien enorm veel
verschillende plotelementen bij elkaar in één gigantische soep die
nooit echt “pakt”.

Getuige daarvan is bijvoorbeeld het feit dat slechterik Bryan
Brown na ongeveer anderhalf uur plotseling zonder boe af ba wordt
afgevoerd (kan het zijn dat de schrijvers gewoon geen blijf meer
met hem wisten?). Ook de manier waarop de spirituele krachten van
de aboriginals worden gebruikt wanneer de plot een deus ex
machina
nodig heeft, lijkt eerder op lui schrijfwerk dan wat
anders. “Ah zo, we weten niet hoe we een situatie moeten oplossen?
Laat dat schattig bruin manneke maar wat toverpraat mompelen, dan
is het direct opgelost.”

Ook de toon van ‘Australia’ is, zeker tijdens het eerste half
uur, vrij onzeker. Luhrmann begint zijn film als een klucht, waarin
Nicole Kidman gechoqueerde gezichten mag trekken bij alles wat Hugh
Jackman doet, en we het ongelooflijk hilarisch moeten vinden
wanneer Kidmans slipjes en jarretellen op een stoffige straat
belanden. Daarna schakelt Luhrmann over naar “sentimenteel
epos”-modus; een stijl die hem beter ligt. Ineens is het menens met
de grootse emoties en kleverige liefdesbetuigingen. Je kunt klagen
dat ‘Australia’ sentimenteel is, maar dat lijkt me ongeveer even
zinvol als klagen dat een komedie grappig is.

De acteurs variëren van redelijk tot uitstekend. Nicole Kidman
stelt lichtjes teleur met een eentonige vertolking als Sarah – haar
rol hier is in essentie hetzelfde als wat ze deed in ‘Far and Away’
in 1992, maar veel diepgang kan ze aan haar personage niet geven.
Hugh Jackman is beter als The Drover, de ultieme machoman, die
bronstige blikken werpt naar Kidman en ondanks het povere script,
toch een extra dimensie weet te suggereren. Brandon Walters gaat
echter met de hele film lopen, met een doorleefde vertolking die
eigenlijk thuishoort in een prent met meer substantie.

‘Australia’ is één en al show: het ziet er geweldig uit, het is
groots, het is episch, het is indrukwekkend en het heeft absoluut
niets te betekenen. Het is een levensgrote illusie van een film,
een circus dat enorm veel lawaai maakt en je probeert omver te
blazen met licht en kleuren, maar onder de oppervlakte alleen maar
een leegte verbergt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =