Christmas in Paris





“De laatste film van een levende legende”,
koppen de affiches van ‘Christmas in Paris’. En waarom ook niet –
Gaston Berghmans, de Antwerpse komiek die in een straal van 10
kilometer rond ‘t stad altijd wereldberoemd zal blijven
als Joske Vermeulen, is onderhand 82 en dus wel toe aan wat
lofbetuigingen. De eerbetonen op VTM en in theaterzalen overal ten
lande wezen hem gegund. Dit regiedebuut van de iets minder
wereldberoemde (in ‘t stad of daarbuiten) acteur Hans Rooyaards
werd dan ook met veel bombast aangekondigd als zijn afscheid. Een
laatste grote rol – ditmaal een dramatische, om te bewijzen dat hij
het echt wel kàn – voordat het doek definitief dicht gaat. Daarom
ook dat het bijna fysiek pijn doet om de film in kwestie te moeten
aanschouwen, laat staan hem te bespreken. Afscheid van Gaston
Berghmans of niet, de hele film baadt immers in een sfeer van
totale incompetentie die niet alleen genant is, maar ook moeilijk
om te geloven. Was er dan niemand op de set aanwezig die al eens
eerder een film had gemaakt? Nee, sterker, was er wel iemand
aanwezig die ooit al een film had gezien en op die manier
misschien een basisbegrip had opgebouwd van hoe die dingen in
elkaar horen te zitten?

‘Thuis’-acteur Mathias Van De Vijver speelt Nick, een tiener die
wegloopt uit een inrichting in de Ardennen en zo Leon (Berghmans)
tegen het lijf loopt. Leon is een aan lager wal geraakte komiek,
wiens carrière volledig voorbij is en die nu troost zoekt in drank.
Omdat hij, ondanks al zijn trauma’s, heimelijk best wel een toffe
pee is, trekt Leon zich het lot van Nick aan, en hij helpt de
jongen om opnieuw in contact te komen met zijn grootmoeder Alice
(Chris Lomme). Het onwaarschijnlijke trio trekt zelfs naar Parijs
om daar hun onuitputtelijke stroom demonen onder ogen te komen.

In zekere zin valt het duidelijk te merken dat ‘Christmas in
Paris’ geregisseerd werd door een acteur. De hele film zit namelijk
afgeladen vol met Grootse Momenten, het soort van plechtstatige
scènes boordevol spetterende emoties waar acteurs gek op zijn,
omdat ze hen de kans geven om eens goed uit te pakken. ‘Christmas
in Paris’ is een buffet aan emotionele uitspattingen: Mathias Van
De Vijver heeft nagenoeg geen enkele scène waarin hij niet a)
hartverscheurend zit te snikken; b) razend kwaad is of c) een ander
soort meltdown beleeft. Chris Lomme mag een soort van
Cruella De Ville neerzetten die, van het ene moment op het andere
plotseling omslaat in een zachtaardig grootmoedertje, en Gaston
Berghmans mag zich in een oncomfortabele mix van plat
Aantwaarps en geforceerd standaardnederlands proberen in
te leven in de rol van suïcidale zuiplap. De ene geladen monoloog
volgt de andere op in een film die gaandeweg de allures krijgt van
een catalogus aan rampzaligheden: een jongen wiens ouders dood
zijn, alcoholisme, mishandeling, falende carrières, kanker,
criminaliteit, zelfmoord… Noem maar iets ergs op en het zal er
wel in zitten.

Die opeenhoping van alles wat een mens niet wilt tegenkomen in
zijn leven is ontegensprekelijk oprecht bedoeld (dat is misschien
nog het ergste): Hans Royaards was er vast van overtuigd dat hij
een ontroerend drama aan het maken was over de dingen des levens.
Maar in de praktijk is zijn scenario zo gekunsteld en overdreven
dat de film onbedoeld lachwekkend wordt. Royaards mikt vanaf de
eerste seconde op die grootse emoties, wat ‘Christmas in Paris’ een
film zonder opbouw maakt. Een gewoon drama begint vanuit een
bepaalde situatie, laat die situatie erger en erger worden en
eindigt ten slotte ofwel bij loutering, ofwel bij een negatieve
afloop. ‘Christmas in Paris’ begint echter al waar de meeste van
die films eindigen. Royaards mikt voor élke scène in zijn prent op
een intensiteit, een gevoeligheid, die hij niet heeft verdiend.
Elke scène in ‘Christmas in Paris’ is bedoeld als pay-off,
als emotioneel hoogtepunt. Set-up valt er niet in terug te
vinden. Tegen de tijd dat de film een uur bezig is, ben je klaar om
te roepen: “En nu moet er nog iemand zijn benen verliezen! En nu
moet er nog een nazi bij komen! En nu komt er plots een tsunami!”
Maar goed, ik wil Royaards ook niet op ideeën brengen.

Dat alles weegt ook door in de dialogen, die allemaal klinken
alsof ze voor de trailer bestemd zijn. Ik geloof niet dat ik ook
maar één regel tekst in de film heb gehoord die niét geforceerd
klonk. “Mannen van 80 mogen ook dromen,” horen we Mathias Van De
Vijver zeggen, alsof hij zelf niet beseft hoe melig die woorden
klinken. En van dat soort one-liners hangt de film aan
elkaar – regels tekst die waarschijnlijk heel diepzinnig lijken als
je een paar borrels op hebt, maar in de nuchtere wereld gewoon
clichématig en fake zijn. “Je verliest in het leven meer
dan je wint,” orakelt Gaston Berghmans. Chris Lomme vraagt zich
luidop af: “Wat heb ik gedaan?” (misschien tussen de bedrijven door
stiekem gefilmd nadat Lomme nog eens door het scenario had
gebladerd), en wanneer Van De Vijver een punt wil duidelijk maken,
doet hij dat door te schreeuwen: “Ik haat u, ik haat, ik haat u. Ik
haat u. Echt.” Ja maar, écht, hè!

Ook technisch is ‘Christmas in Paris’ absoluut verbazingwekkend
in zijn onkunde. Royaards gaat over zijn as van 180 graden alsof
het niks is (die as is een imaginaire lijn van waar je de actie
filmt en waar je niet over mag gaan, of je desoriënteert het
publiek), monteert van wijde top shots naar close-ups zonder dat
daar een reden voor te bedenken is, en slaagt er zelfs in om zijn
acteurs niet altijd afdoende te belichten. Let op een scène, vroeg
in de film, waarin Berghmans op het dek van zijn woonboot staat en
spreekt tegen Mathias Van De Vijver, die aan wal is. Je ziet
Berghmans’ gezicht niet eens. Een extra licht opstellen was allicht
te veel moeite. Ook de continuïteitsfouten zijn soms hilarisch: zo
verschijnt er tijdens de eindscène plotseling miraculeus een stoel
op het dak van een hotel (in het voorafgaande wijd shot is die
stoel er nog niet, maar dan plotseling in de close-up,
hocus-pocus-pas, kan Chris Lomme op haar gemakje gaan zitten).
Littekens op de borst van Mathias Van De Vijver verschijnen en
verdwijnen naargelang de werklust van de make-up persoon, en een
belangrijk rekwisiet (een buiksprekerspop) vindt op onverklaarbare
wijze zijn weg naar eender welke plaats waar de makers hem nodig
hebben. Niets van dat alles is echter even mysterieus als het
optreden van Hans Royaards zelf als notaris, die om de één of
andere reden de waarheid over het verleden van Mathias Van De
Vijver achterhoudt. We komen nooit te weten waarom, noch waarom hij
aan het einde plots in huilen uitbarst. De wereld is in veel
opzichten een onverklaarbare plek.

‘Christmas in Paris’ is zo slecht dat het treurig is om er over
te moeten schrijven. Dit is niet eens een slechte film in de
gebruikelijke betekenis van het woord, maar een project waarvan je
haast onmogelijk kunt geloven dat er professionele mensen aan
hebben meegewerkt. De meest fundamentele regels van de cinema
worden hier met de voeten getreden. Sorry, Gaston, misschien moet
je toch nog maar eens één extra film overwegen, om écht in
schoonheid te kunnen eindigen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − acht =