Yuko :: For Times When Ears Are Sore

Debonair, 2008

Schurende post-rockcrescendo’s, thrashmetal-tnt, de glasscherven
van indiepunk, de molotovcocktails van screamo of het roestige
nagelbed van hardcore: de mogelijkheden om uw buis van Eustachius
tot schroot te herleiden, zijn zo legio als maar zijn kan. Voor wie
z’n aambeeld, hamer en stijgbeugel graag bedelft met as en puin, is
een muzikale thuisapotheek geen overbodige luxe. Dat u uw heil
daarvoor niet per se over de grens moet gaan zoeken, is al langer
geweten. De balsemende melancholie van acts als Wixel, Styrofoam en The Go Find spalkt
makkelijk menig botje of smeert elk verschroeid trommelvlies gretig
in met flammazine. Voeg aan dit lijstje vanaf nu gerust Yuko toe,
een Gents-Brussels collectief dat nogmaals bewijst dat een
Belgische calimero-houding volledig overbodig is. Op het
grensgebied tussen pop, elektronica en post-rock speurt de band
tussen andere goudzoekers als Efterklang, múm en The Notwist naar
uitgepuurde schoonheid en hun debuut is alvast een goedgevuld
knapzakje van zalvende subtiliteit waar we nog heel lang op kunnen
teren.

De kwaliteiten van dit debuut van de band rond spilfiguur Kristof
Deneijs zijn allerminst een donderslag bij heldere hemel. De
aardschokjes die Yuko teweegbracht met z’n mini-cd werden eerder al
opgevangen door alerte seismografen als Cucamonga op Radio 1 en
VPRO. Hun voorzichtige gejubel bleek niet voorbarig en mag zelfs
ingeruild worden voor een luider geblaas op de loftrompet. Na
enkele luisterbeurten openbaart ‘For Times When Ears Are Sore’ zich
namelijk als een elf pareltjes tellende halsketting die door
producer Wim Maesschalck (Wixel) van een gloeiende glans werd
voorzien.

Dat Yuko z’n invloeden niet onder stoelen of banken steekt, valt
niet te ontkennen. Het zijn echter kniesoren die daarom zullen
malen, want de band bestrijkt het spectrum van tedere post-rock,
indietronica en toverpop met veel precisie zonder in goedkoop
gerecycleer te vervallen. Zo zuigt het titelnummer ons de
bermudadriehoek tussen Blanche, Shearwater en
Bonnie ‘Prince’
Billy
binnen, vaart ‘There’s A Light’ naar de vuurtoren van múm
en schittert ‘Feuchttücher’ als een instrumentaal Radiohead-miniatuurtje.
Het warm water heeft de band dus niet uitgevonden, maar dat maakt
hun bad van poëtische, meeslepende en fijnbesnaarde pop er niet
minder louterend om.

Hoewel Yuko in de meeste songs teder en intimistisch klinkt, is
deze plaat toch geen satijnen dekentje van in wasverzachter
gedrenkte melodieën. Het wateroppervlak mag dan wel vaak rimpelloos
lijken, toch broeit er gevaar in de zwarte diepte. In ‘Hurry, Back
To The Mealmobile’ rommelt het onbehagen als in de meest dreigende
composities van Mono, maar de vulkaan
slikt de lava nog net in. De geborgenheid van ‘Don’t Drag Dogs Into
Bed, They Carry Diseases’ barst dan weer als een zeepbel wanneer
omineuze post-rockgitaren de jazzy sfeerschepping aan flarden
scheuren en in ‘A Room For Two’ mag de grommende noise helemaal z’n
tanden in het nekvel van de luisteraar zetten. Die onrust zegent de
plaat met een voortdurende spanning die ons aan de stereo
gekluisterd houdt.

Naast zuiverende heling richt Yuko dus zelf ook wat schade aan,
maar de plaat weet perfect het evenwicht te bewaren tussen
verwondering en verderf. Songs met koppen en staarten worden
afgewisseld met kortere interludia en achter elke verschroeiende
uithaal loert al een wonderlijke melodie. De band gaat daarbij
slechts sporadisch uit de bocht. Zo heeft ‘I Don’t Know What I
Want, But I Do Know It Won’t Come From You’ weinig meer om het lijf
dan een leuke titel en een overdosis opborrelende belletjes en in
‘No One Here To Hug’ slaat het emotionele geweeklaag om in zielig
gezeur met zagende synths en lauwe vocals. Het zijn echter slechts
bloedarmoedige uitzonderingen op de regel en wanneer de cello in
‘Nurse The Child With Me’ weerklinkt, worden we weer ondergedompeld
in de betoverende, beschermende weemoed die de rode draad van deze
plaat vormt.

Dat baarmoedergevoel weet Yuko op z’n debuut treffend te evoceren.
Dankzij hun mix van bekoorlijke liedjes en feeërieke
klanktaptijtjes als bufferend vruchtwater lijkt de 21ste-eeuwse
wereld met z’n over de kop gaande banken en dalende koopkracht voor
even op het doemscenario van een scifi-drama. ‘For Times When Ears
Are Sore’ is een knap staaltje escapisme van eigen bodem en
verdient ten volle uw aandacht!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 1 =