Winterslag :: The Might-As-Well

Als songschrijven een ambacht is, dan zijn die van Winterslag gedegen, integere vakmensen. Vakmensen die met een album vol mooie liedjes onder de arm om uw aandacht komen vragen, en die deze aandacht zeker meer dan verdienen.

Het debuut van Winterslag, dat er vier jaar na een eerste dubbel-EP met Superlijm komt, heeft immers minder te maken met grauwe mijncités in de buurt van Genk, dan met indierock die perfect past bij het verkleuren van de bladeren. En er staat dan wel debuut, toch kan u als u goed opgelet hebt onder de bandleden ook muzikanten zien staan die hun sporen al ruim verdiend hebben bij Marble Sounds en Yuko. En die lieftallige vrouwenstem die zich tegen die van frontman Rolf Verressen aanschuurt, behoort toe aan Renée, de hinde achter “Dum Dum Dum” en andere lieve liedjes. Het mag dan ook niet verbazen dat The Might-As-Well tjokvol gelaagde indierocksongs staat, rijkelijk versierd met subtiele arrangementen en duidelijk voorzien van sierlijke koppen en staarten. En net daar wringt het soms wat, of net niet.

Openingsnummer “Sideways” bijvoorbeeld: mooie samenzang, zachtjes fluisterende stemmen die elkaar omarmen, schuifelende drums op de achtergrond en vele laagjes piano en gitaar. Subtiel is een woord dat hier op zijn plaats is, en dat geldt eigenlijk voor heel The Might-As-Well. Het fraaie “It Was Just A Daydream” bouwt voort op dezelfde formule, maar voegt daar nog een refrein aan toe dat zich in je hoofd nestelt om er de komende tijd niet meer uit te komen (en was dan ook een logische keuze voor de tweede single). “Stopped chasing those dreams years ago” zingt Verressen, en je wordt nog meer binnengetrokken in het herfstig mijmerende wereldje dat Winterslag oproept. Op dat vlak heeft de groep trouwens op het perfecte moment zijn plaat uitgebracht, want het mag dan wel een cliché zijn, sommige muziek gedijt nu eenmaal beter in bepaalde seizoenen, en Winterslag maakt nu eenmaal muziek die een uitstekende soundtrack vormt bij uw novemberblues en zijn winterse uitlopers.

Daarbij schrikt de groep er ook niet voor terug om, bijvoorbeeld in het titelnummer, al eens wat subtiele elektronica boven te halen. Dit leidt over het algemeen tot knappe resultaten die goed passen in de algemene sfeer van de plaat. Spijtig genoeg zitten er in het midden van de plaat wel wat momenten waarbij het allemaal iets té slepend wordt om alles nog bij elkaar te kunnen houden. “Hometown” en “A Brief Spell” voegen niet meteen veel toe aan het verhaal van de plaat, en weten de aandacht niet echt vast te houden. Daarna trekt de groep zich echter weer op gang met het luisterrijk gearrangeerde en van fraaie zangpartijen voorziene “These Rigid Limbs”, dat ook tekstueel knap werk biedt, en het vinnige “They Ran Into The Fire”.

Zeker tegen het einde van het album stapelt de groep vervolgens hoogtepunt na hoogtepunt op elkaar: “After I Fell In The Water” is een integer stukje melancholie dat al het voorgaande nog eens samenvat. “My Mind Will Sway” schuifelt op een nerveus, tegendraads tikkend ritme tot een krachtig gezongen en meeslepend refrein dat alles oplost. Slotnummer “Why Always Boris” bevat dan weer een zeer mooie, weerspannige gitaarlijn die wat unheimlich aandoet en je onherroepelijk meetrekt. Schone afsluiter van een schone plaat dus. Alleen… het klinkt soms allemaal wat té schoon, met te weinig randjes, iets wat wel meer Belgische indiegroepen zoals The Me In You of I Will, I Swear hebben. De songs blijven af en toe te braaf, kleuren te veel binnen de lijntjes en missen een originele invalshoek op het genre of een stoorzendertje hier en daar om écht het verschil te maken met andere bands, maar laat dat detailkritiek zijn. Over het algemeen is dit zeker een zeer fraai debuut en visitekaartje van een beloftevolle band die hopelijk nog een mooie toekomst voor zich heeft liggen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 2 =