Bob Dylan :: Tell Tale Signs

Jean-Marie Gustave Le Clézio. Zo heet de winnaar van de Nobelprijs
Literatuur. De naam mag dan al klinken als zeven canto’s van Dante
samen, wij literatuurkenners betwijfelen of hij de prijs meer
verdiende dan pakweg Kundera, Roth of Pynchon. Of Dylan, om er maar
een te noemen. De man heeft al een stuk of wat nominaties op zak,
maar slaagt er vooralsnog niet in wat hem toekomt mee naar huis te
nemen. Wat ons betreft uiteraard volkomen onterecht. Niet alleen
zou het comité met Dylan de gedurfde keuze die het met Churchill
maakte hernemen, het zou ook een blijk van erkenning zijn voor de
man en het genre waarin hij ondertussen veertig jaar kroondrager
is.

Net deze week kwam ook het achtste en voorlopig laatste deel van ‘s
mans alom geprezen Bootleg Series uit. 27 nummers of 137 minuten
lang Dylan, het maakt een mens week in de knieën. Het gaat vooral
om alternatieve versies van eerder uitgebrachte nummers, rariteiten
die de uiteindelijke selectie om uiteenlopende – en dus zeker niet
altijd kwalitatieve – redenen niet haalden of live opnames van
ouder werk. Alles omhelst de periode 1989-2006, ‘Oh Mercy’-Modern Times.

Aanvang neemt het kleinood met ‘Mississippi’, een nummer dat eerder
op ‘Love And Theft’ verscheen, daar al een hoogvlieger was en ons
ook hier meteen met verstomming slaat. Enkel ondersteund door
producer Lanois op gitaar toont Dylan zich hier het breekbaarst
(faut le faire, als je Bob Dylan bent) en zet Bawb meteen
de toon voor een plaat die hoogtepunten enkel afwisselt met wat
minder hoge pieken. De tweede versie van ‘Mississippi’ is zo’n
nummer dat zich wat traag voortsleept, maar anderzijds ook de
tegenpool vormt van de akoestische versie. Waar de smart over het
blijven daar nog glorieerde, is hier meer nuance aanwezig. Dan eens
Kerouac, dan eens Camus.

‘Most Of The Time’ vormt al meteen een tweede hoogtepunt. Het
ironische hedonisme viert hoogtij – lees de tekst op ‘s mans
website en gun hem die Nobelprijs ook – het gitaarriedeltje maakt
het nummer af. ‘Tell ‘Ol Bill’ is nog zo’n oplawaai, we weten dan
al dat Dylan zijn voorbije twintig jaar nuttiger heeft besteed dan
u en ik. Verdere extase wordt ons gebracht bij ‘Huck’s Tune’ en
vooral ‘High Water’, dat uptempo is en ‘Everything Is Broken’, dat
andere nummer op drift op de a-kant, moeiteloos overklast.

De tweede cd brengt meer van hetzelfde, maar heeft nog enkele
livetracks als toetje. ‘Cocaine Blues’ – niet te verwarren met het
gelijknamige nummer dat Cash brengt op zijn American Recordings –
mag dan nog onwennig en ietwat ongelukkig aanvoelen, voor ‘Lonesome
Day Blues’ en zeker ‘The Girl On The Greenbriar Shore’ zouden we de
collectieve ziel van dit e-zine verpatsen zonder er veel erg in te
hebben. De tekst is eenvoudig als betrof het een kortverhaal van
Hemingway, Dylans stem gaat door merg en been. Dat doet ie wel
vaker – ook ‘Can’t Wait’ gaf ons die snik – maar ook op deze
bootlegseries bezondigt de bard zich al eens aan het geneuzel
waarvoor hij zo gekend staat. Nou ja, bezondigt. Ons favoriete
geluid zal het nooit worden, we moeten bekennen dat het een
muzikaal curiosum is dat de man naar eigen goeddunken hanteert.
‘Marchin’ To The City’ en ‘Ring Them Bells’ klinken er niet minder
onweerstaanbaar door.

Nog aan deze kant van de schijf onthouden we ’32-20 Blues’, een
‘grootvader sprak, kleinzoon zit wat ongemakkelijk’-nummer en
‘Ain’t Talkin’, al een van onze favorieten op ‘Modern Times’, hier
nauwelijks minder dan toen. Oerfavoriet ‘Dignity’ horen we dan weer
liever – maar dan wel minstens zeven keer per dag – op piano zoals
Dylan het op kant A ten dans speelt.
Noem ons onkritisch of easy to please (zelfs ‘Under The Red Sky’
vonden we hier te pruimen), maar Dylan valt alweer op geen enkel
moment tegen. ‘Someday Baby’ mag dan al niet even goed zijn als
‘Miss The Mississippi’ of zalvende buitenwipper ‘Cross The Green
Mountain’, nergens is ‘s mans muziek minder dan ‘goed’. Een
twintigste eeuw zonder Bob Dylan had nooit plaatsgevonden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 5 =