Vertigo

Alfred Hitchcock was over het algemeen een no-nonsens man, die wanneer hij geïnterviewd werd over zijn werk, telkens sprak over plot en manipulatie van het publiek: hoe hou ik het publiek in spanning met een goed verhaal? Intellectuele, thematische discussies van zijn eigen werk waren hem grotendeels vreemd, maar dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat die thema’s er niet waren. Angst voor het irrationele, een geperverteerde seksualiteit en obsessieve gedachten waren maar een paar van zijn stokpaardjes, die al dan niet bewust telkens opnieuw opdoken. En dat was misschien nooit meer het geval in ‘Vertigo’, zijn meest persoonlijke en
complexe film. Destijds kreeg de prent geen goede kritieken en ook
het publiek was niet geïnteresseerd, maar over de loop der jaren
groeide zijn reputatie, tot hij routinematig werd opgenomen in lijstjes van de beste films aller tijden. De meeste Hitchcock-films tonen de regisseur als
een vakman. ‘Vertigo’ toont hem als een kunstenaar.

James Stewart speelt John ‘Scottie’ Ferguson, een
politie-inspecteur die een collega van een dak te pletter ziet
storten. Fysiek gewond en mentaal getraumatiseerd zegt hij zijn
oude job vaarwel, om kort daarna als privé-detective ingehuurd te
worden door zijn oude schoolvriend Gavin Elster (Tom Helmore).
Gavins echtgenote Madeleine (de onvergetelijke Kim Novak) gedraagt
zich steeds afweziger, maakt lange ritten door de stad en spreekt
steeds vaker over de dood en over zelfmoord. Scottie begint haar te
volgen, en langzaam maar zeker ontdekt hij dat Madeleine gelooft
bezeten te zijn door de geest van Carlotta Valdes, een vrouw die
vele jaren eerder een tragische dood stierf. Hij ontdekt ook dat
hij, misschien voor de eerste keer, verliefd is geworden. Scottie
raakt gevaarlijk geobsedeerd door Madeleine.

En die romantisch-erotische obsessie is meteen een belangrijk
thema van ‘Vertigo’. Fundamenteel is dit een film over mensen die
verliefd zijn op mensen die ze niet kunnen krijgen. Scottie valt
voor Madeleine, die – buiten het feit dat ze de vrouw van zijn
vriend is – ook nog eens leeft in de waan dat ze bezeten is door de
geest van een dode. Ondertussen is Midge (Barbara Bel Geddes), een
vriendin van Scottie, verliefd op hem, zonder dat Scottie zich dat
lijkt te realiseren of de neiging heeft om die liefde te
beantwoorden. De personages zijn vanaf het begin gefrustreerd, en
de gebeurtenissen in de film dienen enkel om die frustraties tot
een kritiek punt te brengen.

Nu volgen er spoilers – ik veronderstel dat de meeste mensen die
dit lezen de prent al gezien hebben. Madeleine pleegt zelfmoord
door van een kerktoren te springen. Scottie’s hoogtevrees
verhindert hem om haar tegen te houden, en achteraf blijft hij
zitten met een torenhoog schuldgevoel. Enkele maanden later ontmoet
hij Judy (opnieuw Novak), die als twee druppels water op Madeleine
lijkt. Hij spreekt haar aan en naarmate de twee een relatie
ontwikkelen, verandert hij haar uiterlijk doelbewust in dat van
Madeleine (kleren, kapsel, ga zo maar door). Hij gebruikt Judy als
leeg canvas waarop hij Madeleine opnieuw tot leven kan wekken, en
zij staat dat toe. Waarom? Omdat Judy ingehuurd was door Gavin om
Scottie er in te luizen. Gavin vermoordde zijn vrouw en wierp haar
lichaam naar beneden van de toren. Het verhaal van Scottie zorgde
ervoor dat niemand moeite zou hebben de zelfmoord te aanvaarden.
Dubbelgangster Judy werd ondertussen echter ook verliefd op
Scottie. Wat meteen zorgt voor de derde onbeantwoorde liefde in de
film – Scottie voelt niets voor Judy, hij was verliefd op
Madeleine, op de fictieve creatie die Judy en Gavin voor hem
gemaakt hadden. Waarmee Hitchcock een aloude vraag opnieuw in de
groep werpt: wanneer we verliefd worden op iemand, voelen we dan
affectie voor die persoon zelf, of voor het beeld dat wij ons van
die persoon vormen?

Voor Hitchcock was dat een erg persoonlijk thema. Hij was zelf
meer dan 50 jaar lang getrouwd met zijn echtgenote Alma Reville,
maar zijn films zitten wel afgeladen vol met ijzige blondines die
in de meeste van zijn verhalen minstens één scène van mentale
vernedering of fysieke pijn moeten ondergaan. Uit zijn werk spreekt
een erg ambigue houding tegenover vrouwen, en in ‘Vertigo’ lijkt de
regisseur die voor het eerst op een psychologisch diepgaande manier
te bestuderen. Wat doet een regisseur immers anders dan het leeg
canvas van de actrice vullen met de gedragingen en het uiterlijk
dat hij zelf voor ogen heeft om zijn film te maken? Judy/Madeleine
wordt door twee mannen in de film gedomineerd (of, als je wilt,
geregisseerd): eerst off camera door Gavin, daarna door
Scottie. In wie ze zelf is, zijn geen van beide heren
geïnteresseerd.

Visueel is ‘Vertigo’ waarschijnlijk Hitchcocks meest ambitieuze
film, in de zin dat er een sterke symboliek doorheen de hele prent
loopt, met belangrijke rollen voor de kleuren groen, rood, geel en
blauw. Groen wordt continu geassocieerd met Madeleine, van haar
groene jurk wanneer we haar het eerst zien, over haar groene auto
tot het natuurgroen waardoor ze vaak omringd wordt. Waarom
specifiek die kleur? Groen is traditioneel de kleur van jaloezie,
en verder levert het een soort van verkeerslicht-contrast op met
het rood waarmee Scottie wordt geïdentificeerd: kijk maar naar
zijn rode dassen, zijn rode voordeur en het knalrode interieur van
zijn favoriete restaurant, waarin een aantal belangrijke scènes
zich afspelen. Scottie is iemand die tot hij Madeleine ontmoet,
romantische gevoelens zoveel mogelijk buiten houdt: hij doet alsof
hij Midges avances niet begrijpt, is nooit getrouwd en verkiest het
zo. Hij is een rationeel man, die alles wat zijn rationele,
afgebakende wereldje bedreigt (inclusief krachtige emoties zoals
liefde) niet wilt toelaten. Wanneer Gavin hem aan het begin van de
film vraagt of hij gelooft in geesten, antwoord hij direct,
resoluut en zonder na te denken “nee”. Naarmate het verhaal verder
gaat, kruimelt die zekerheid in elkaar – zoals wel vaker bij
Hitchcock gaat de rationaliteit in het leven van het hoofdpersonage
verloren. Tijdens een sleutelscène in een bos loopt Madeleine als
in trance van Scottie weg, om achter een boom te verdwijnen.
Scottie staart haar twijfelachtig na: waar is ze naartoe? Plots
verdwenen als de geest die ze is? Nee, natuurlijk niet, ze staat
gewoon achter de boom, maar Scottie (en het publiek) twijfelt wel
even.

Geel is dan weer de kleur van Midge, een veilige, warme kleur
die huiselijkheid suggereert. Haar relatie met Scottie is deels
liefde, deels moederlijk. En blauw duikt dan weer op wanneer de
schuldgevoelens van de personages de kop opsteken (let op Scotties
felblauwe pakken tijdens de tweede helft van de film).

De visuele motieven van ‘Vertigo’ eindigen daar niet –
spiraalvormen keren voortdurend terug om de duizeligheid van
Scottie op te roepen, en dan is er natuurlijk nog de beruchte
techniek die Hitchcock gebruikte om in te zoomen terwijl hij de
camera fysiek achteruit reed, wat Scotties hoogtevrees tastbaar
maakt. Het is wellicht één van de meest geïmiteerde shots uit de
filmgeschiedenis.

James Stewart speelde vanaf de jaren vijftig wel vaker duistere
rollen (in tegenstelling tot het oerbrave imago dat hij in de
thirties had verworven in films als ‘It’s a Wonderful
Life’ en ‘Mr Smith Goes to Washington’). Denk maar aan zijn
onsympathieke cowboy uit ‘The Naked Spur’ (1953). Hier weet hij
Scottie echte emotionele diepte mee te geven, nominaal de held van
de film, maar eigenlijk een mentaal diep gekwetst persoon. Zijn
monoloog aan het einde, waarin hij Judy/Madeleine én zijn eigen
angsten confronteert, is waarschijnlijk één van de beste momenten
uit zijn carrière. Kim Novak, die tijdens het eerste half uur van
de film geen woord te zeggen heeft, speelt hier de ultieme
Hitchcock-blondine met Madeleine: koel, afstandelijk, getroebleerd
en – voor de held in ieder geval – onweerstaanbaar. De compleet
tegengestelde manier waarop ze Judy speelt geeft aan hoe groot haar
register als actrice wel is.

‘Vertigo’ is een langzame, methodische film, zeker naar de
huidige standaards. Het is een prent die geduld vereist, maar die
dat geduld ook beloont. Thematisch is dit zonder meer de beste film
die Hitchcock ooit heeft gemaakt – om nog maar te zwijgen van zijn
meest gedurfde – visueel is het zijn meest complexe en doordachte.
Met ‘Vertigo’ wierp Hitchcock de entertainer even een duistere blik
naar binnen, om er tegen een aantal van zijn eigen demonen op te
botsen. De confrontatie leverde onvergetelijke cinema op.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − een =