To Catch a Thief

Ook een master of suspense heeft van tijd tot tijd al eens een
korte vakantie nodig. Alfred Hitchcock had in 1954 één van zijn
beste en meest iconische films gemaakt met de ultieme
voyeuristische thriller ‘Rear Window’, maar in plaats van verder te
gaan op het elan van dat succes, besloot hij helemaal de andere
richting uit te gaan. Hitchcock ontspande zich, liet de suspense en
de zware thematiek helemaal achterwege en ging een filmpje opnemen
op een paar van zijn eigen favoriete vakantiebestemmingen in
Zuid-Frankrijk. Het resultaat was ‘To Catch a Thief’, een prent die
de indruk geeft in elkaar te zijn geflanst op een lome
zondagnamiddag in Cannes, met een goeie fles wijn er bij en de
zeelucht prikkelend in de neusgaten. Vluchtig als een briesje op
een snikhete dag, maar even genietbaar.

Cary Grant speelt John Robie, een juwelendief die tijdens de
Tweede Wereldoorlog in het verzet ging en daarna zijn leven als
crimineel vaarwel zei. Zijn rustige bestaan ergens in een villa
tussen de wijngaarden wordt echter abrupt verstoord wanneer er een
copycat juwelendief aan de slag gaat, die geheel volgens
Robie’s oude methodes rijke mevrouwtjes ontdoet van hun parels. De
politie gaat er uiteraard van uit dat Robie zelf achter de misdaden
zit, wat hem verplicht om de ware dief te ontmaskeren. Om dat te
doen, wurmt hij zich een weg in het leven van twee potentiële
slachtoffers: de steenrijke Jessie Stevens (Jessie Royce Landis) en
haar dochter Frances (Grace Kelly).

‘To Catch a Thief’ opent met een shot van een reisbureau dat
trips naar het zuiden van Frankrijk adverteert, en dat eerste beeld
geeft al meteen een goed idee van de sfeer van de rest van de film.
Relax, lijkt de regisseur ons vanaf de eerste minuut te willen
zeggen – we gaan mooie mensen zien in mooie locaties, die
extravagante dingen doen zonder ooit hun charme of de plooi van hun
kapsel kwijt te raken. Hitchcock heeft zelden een luchtiger film
gemaakt dan deze – noem het gerust een niemendalletje, maar één
ding kun je niet ontkennen: hij maakt de doelstellingen van zijn
prent meteen duidelijk, zonder iemand te willen misleiden. Dit
wordt escapisme in zijn zuiverste vorm, niets meer en niets
minder.

Die mentaliteit houdt onder andere in dat de plot veeleer
aanvoelt als een nagedachte – eens de locaties waren goedgekeurd en
de sterren aantrekkelijk genoeg waren bevonden om mee te mogen
doen, moest (ze waren het bijna vergeten) ook een verhaal verzonnen
worden om de hele onderneming te verantwoorden. John Michael Hayes
(die nog verschillende andere films van Hitchcock zou schrijven),
bewerkte de roman van David Dodge tot een flinterdun script waarin,
bij gebrek aan een fatsoenlijke intrige, zwaar de nadruk wordt
gelegd op het charisma van de hoofdrolspelers en de dialogen.

Vooral in dat laatste departement scoort ‘To Catch a Thief’
opmerkelijk goed. De sfeer en het tempo van de film is te gezapig
om te kunnen spreken van een screwball comedy, maar de
teksten verwijzen wel vaak openlijk naar dat genre, met de ene
dubbelzinnigheid na de andere. ‘Vanavond krijg je het meest
fascinerende zicht van de Rivièra te zien,’ belooft Grace Kelly aan
Cary Grant, terwijl ze, gekleed in een jurk zoals die alleen
gedragen wordt in Hitchcockfilms uit de jaren vijftig, de lampen in
de kamer uitdoet. En als antwoord op Grants vragende blik, voegt ze
eraan toe. ‘Ik heb het over het vuurwerk.’ Of nog eentje: na een
romantische avond, ontdekt Frances dat de juwelen van haar moeder
gestolen zijn, en ze verdenkt Robie van de misdaad. ‘Ik heb naar de
politie gebeld,’ zegt ze, ‘en hen alles verteld dat er vanavond
gebeurd is!’ ‘Alles?,’ antwoordt Robie. ‘Dat zullen de jongens van
het hoofdkwartier leuk hebben gevonden.’ Dat soort replieken zijn
tegenwoordig haast onmogelijk geworden, simpelweg omdat er
nauwelijks nog taboes bestaan – in een wereld waarin alles openlijk
gezegd kan worden, is er geen behoefte meer aan dubbelzinnigheden.
Tot in de jaren vijftig was het screwball-genre er echter één dat
helemaal was opgetrokken rond datgene wat eigenlijk ontoelaatbaar
was, maar op komisch verdoken manieren toch werd gedaan. De relatie
tussen Cary Grant en Grace Kelly in ‘To Catch a Thief’ beantwoordt
helemaal aan die standaards. Voor de normen van 1955 was het
lichtjes risqué, en voor de normen van eender welke tijd
blijft het geestig en gevat. Die humor krijgt overigens nog een
extra dimensie telkens Jessie Royce Landis op het toneel
verschijnt: als no-nonsense moeder van Grace Kelly steelt ze elke
scène waar ze in zit. Ze zou quasi identiek dezelfde rol overigens
hernemen als de moeder van Cary Grant in ‘North By Northwest’, vier
jaar later.

Voor het overige hebben noch de Franse Rivièra, noch de
hoofdrolspelers er ooit zo aantrekkelijk uitgezien als hier.
Hitchcock heeft hier glossy glamourcinema gemaakt, in felle
Technicolor-kleuren (als je je ogen sluit, blijf je groene vlekken
zien op je oogleden, zó fel zijn ze), waarin Grace Kelly er in
slaagt om in elke scène een andere, peperdure jurk te dragen (van
berucht ontwerpster Edith Head) en Cary er uit ziet als een
upperclass gentleman die met achteloze goede smaak loopt
te flaneren over de Croisette. ‘To Catch a Thief’ is één van de
zeldzame films van Hitchcock die voor een groot deel op locatie
werd gedraaid (normaal gezien zweerde de man bij het comfort van
een studio), en hij wou er zeker van zijn dat we dat wisten: een
autoachtervolging aan het begin van de film wordt zo goed als
helemaal vanuit een helikopter gefilmd, opdat we de magnifieke
omgeving toch maar zouden kunnen zien. De camera kan zich geen
millimeter bewegen of we krijgen wel een achtergrond te zien die je
zo op een postkaart zou kunnen zetten.

Het resultaat is onvervalste eye candy: het gaat
helemaal nergens over en aan het einde van de rit zal het je worst
wezen wie nu eigenlijk de juwelendief is (sterker nog: zelfs Cary
Grant lijkt er niet specifiek van wakker te liggen – die is te zeer
bezig met zijn eigen charmante zelve te zijn om zich over eender
wat zorgen te maken). We krijgen leuke dialogen, een speels,
zomers sfeertje, een bijzonder amusante achtervolgingsscène (die
kip!), en bovenal een blik op een fantasiewereld waarin alles en
iedereen verrukkelijk mooi is. En daar moeten we het dan mee
stellen – inhoudelijk is ‘To Catch a Thief’ immers het film
geworden niets. Maar wie staat daar bij stil wanneer Grace Kelly
met fonkelende diamanten rond haar nek en in haar ogen diep de
camera instaart?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 3 =