Family Plot

Het meest opvallende aspect aan ‘Family Plot’, de laatste film
die Hitchcock ooit zou regisseren, is hoe lichtvoetig de oude
meester nog eenmaal wist te worden. Met z’n 77 jaar was de
regisseur stilaan afscheid aan het nemen van de filmwereld (die hem
sowieso steeds minder nodig leek te hebben) en van het leven, met
een gezondheid die zienderogen achteruit ging. En toch – nadat hij
in ‘Frenzy’ zijn zwartgalligheid over het leven en (vooral) de
seksualiteit de vrije loop had gelaten, was zijn finale adieu een
opvallend geestige, luchtige prent over sympathieke oplichters die
échte schurken tegen het lijf lopen. Geen spoortje bitterheid over
de wereld bleef er over, alleen het milde toontje van een oude
meester die zijn publiek nog een keertje twee aangename uren wilde
bezorgen. Het resultaat is een film die sindsdien werd bestempeld
als een weinig memorabel, verwaarloosbaar tussendoortje (met dan de
uitzondering dat er niets meer volgde om er een tussendoortje van
te maken). De kans dat ‘Family Plot’ ooit herinnerd zal worden als
één van Hitchcocks grote werken is inderdaad zeer klein, maar toch
is het een plezierige thriller-komedie, met relatief bescheiden
doeleinden, die een betere reputatie verdient dan hij heeft.

Barbara Harris speelt Blanche, een zelfverklaarde spiritiste die
goedgelovige oude dametjes in contact beweert te brengen met hun
overleden geliefden. Op een dag vertrouwt Julia Rainbird, één van
haar klantjes, haar een familiegeheim toe: in de jaren dertig werd
haar ongehuwde zus zwanger. Om een schandaal te voorkomen (want dat
was een onwettig kind nog in die tijd), zorgde Julia ervoor dat het
kind voor adoptie werd afgestaan. Nu, zo’n veertig jaar later,
heeft ze daar spijt van en wil ze het kind van toen terugvinden om
hem haar hele fortuin na te laten. Ze vraagt daarvoor hulp aan
Blanche, en belooft haar 10.000 dollar voor haar moeite. Samen met
haar vriend, taxichauffeur George (Bruce Dern) gaat ze op zoek.
Onderweg kruisen Blanche en George echter het pad van Arthur
(William Devane) en Fran (Karen Black), twee beroepsontvoerders die
er een sport van maken high profile slachtoffers te
kidnappen en kostbare diamanten als losgeld te vragen.

Hitchcock vertelt dat (alles welbeschouwd tamelijk ingewikkelde)
verhaal met moeiteloos zelfvertrouwen – na een carrière van 50 jaar
weet hij wel hoe hij een plot moet construeren om ervoor te zorgen
dat zijn publiek helemaal mee is, en het is dan ook vooral die
beredeneerde, schijnbaar moeiteloze constructie van de intrige die
van ‘Family Plot’ maakt wat het is. Denk even aan de volgende
scène: aan het begin van de film wordt de set-up gegeven voor de
zoektocht naar het onwettige neefje van Julia Rainbird. Blanche en
George rijden achteraf naar huis en bespreken wat er net is gebeurd
– 10.000 dollar, stel je voor. Plotseling moet George bruusk remmen
voor een vrouw die de straat oversteekt. Tot op dat punt hebben we
Blanche en George ondubbelzinnig gepresenteerd gekregen als
hoofdpersonages, en we gaan er van uit dat de hele film rond hen
zal draaien. Maar dan volgt de camera onverwacht de vrouw die
George bijna overreden had. In één enkele camerabeweging verlegt
Hitchcock de focus van zijn verhaal plotseling op een ander koppel,
dat met iets helemaal anders bezig is. De regisseur schijnt zich
geen seconde lang de vraag te stellen of het publiek dat toeval zal
accepteren, maar gaat gewoon verder en laat de verhalen van George
en Blanche enerzijds, en Arthur en Fran anderzijds, langzaam maar
zeker in elkaar overvloeien, allemaal vertrokken vanuit dat ene
shot.

Die sierlijke vertelstijl is voor een deel natuurlijk ook het
werk van Ernest Lehman, de scenarist die jaren eerder ook al
verantwoordelijk was voor het script van ‘North by Northwest’.
‘Family Plot’ is structureel zelfs niet noodzakelijk minderwaardig
aan dat eerdere scenario – het probleem is alleen dat er minder set
pieces in zitten. Wat we ons herinneren uit ‘North by Northwest’,
net als uit zoveel andere Hitchcockfilms, zijn individuele
suspensescènes, zoals de aanval met het vliegtuigje in het veld, of
de achtervolging op Mount Rushmore. In ‘Family Plot’ zijn dat soort
scènes quasi onbestaande: we krijgen één redelijke
autoachtervolging (die wel gehinderd wordt door special effects die
zelfs anno 1976 al achterhaald waren), maar voor het overige is de
film grotendeels opgetrokken uit personages die praten, met de auto
van hot naar her rijden, uitstappen en nog wat praten. Die scènes
werken om de plot op een natuurlijke, gracieuze manier verteld te
krijgen, maar ze zijn maar weinig memorabel op zichzelf. ‘Family
Plot’ staat er wel als geheel, maar er zitten geen scènes in die je
de dag daarop enthousiast zult beschrijven aan je collega’s –
nochtans een effect dat veel van Hitchcocks vroegere werk
kenmerkte, en ook voor een groot deel het succes daarvan
bepaalde.

De acteurs zijn echter goed op dreef. Barbara Harris heeft een
goede komische timing (om de één of andere reden herinnerde ik me
haar ook nog als de moeder van Jodie Foster in de originele ‘Freaky
Friday’ – de gekste dingen blijven schijnbaar in je kop plakken als
je een kind bent), en weet zelfs energie te leggen in scènes die
voor het overige erg statisch hadden kunnen zijn. Bruce Dern levert
degelijk weerwerk als George, hoewel zijn rol er voornamelijk in
bestaat verbaasde koppen te trekken (“Er ligt geen lijk in dat
graf?!”) en te zeuren dat hij geen zin heeft om rond te blijven
rijden voor Blanche. Bij het andere koppel, Arthur en Fran, is die
dynamiek dan weer net omgekeerd: William Devane neemt het voortouw
als ontvoerder, met een hypocriete grijns die onwaarschijnlijk veel
tanden laat zien, terwijl Karen Black mysterieus mag wezen en
verder niet al te veel te doen krijgt.

‘Family Plot’ is geen grote Hitchcock – je kijkt en de volgende
dag ben je hem waarschijnlijk alweer vergeten – maar het is wel een
onderhoudende, amusante, goed gemaakte film die zonder al te veel
pretentie zijn ding doet en je vervolgens rustig de rest van je dag
laat doorbrengen. Een afscheid in mineur voor een grote filmmaker?
Misschien, maar misschien is het ook wel een mild adieu, een
regisseur die aan het einde simpelweg redeneerde: “laten we ons nog
één keer gewoon amuseren”. In dat opzicht bekeken, en zonder de
torenhoge verwachtingen die de naam Hitchcock steeds dreigt op te
wekken, is er ook niets mis met de film.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 5 =