Dial M for Murder

Het idee om personages vast te zetten in een beperkte setting
heeft Hitchcock blijkbaar altijd aangetrokken, met beruchte one
set movies
zoals ‘Lifeboat’ en ‘Rope’ als gevolg. Zelfs één
van zijn absolute meesterwerken, ‘Rear Window’, speelde zich
vrijwel geheel af in de flat van James Stewart. ‘Dial M For Murder’
– ook een iconische titel uit zijn oeuvre, zij het er dan één die
minder bekeken wordt – past in hetzelfde rijtje. De film werd
gebaseerd op het toneelstuk van Frederick Knott, en is ook
duidelijk een toneelstuk gebleven: enkele korte shots niet te na
gesproken, speelt alles zich af in de flat van de hoofdpersonages.
‘Dial M For Murder’ zit echter opgescheept met een probleem dat die
andere films niet hadden: de plots van ‘Lifeboat’, ‘Rope’ en ‘Rear
Window’ waren zo geconstrueerd dat het perfect logisch was dat we
die ene set niet verlieten – er was geen enkele reden om weg te
cutten. ‘Dial M For Murder’, daarentegen, is een moordmysterie
waarvan de actie zich eigenlijk afspeelt op verschillende locaties.
Om alles toch beperkt te houden tot die ene omgeving, moet
Hitchcock dus iets doen wat hij verder nooit deed (en waar hij
principieel ook tegen was): in plaats van de actie te laten zien,
laat hij de personages er over praten.

Ray Milland speelt Tony Wendice, een ex-tennisspeler die
tegenwoordig leeft van het geld van zijn rijke echtgenote Margot
(Grace Kelly, in haar eerste rol voor Hitchcock). Nadat hij ontdekt
dat zij nog steeds een relatie onderhoudt met oude vriend en
misdaadschrijver Mark (Robert Cummings), krijgt Tony echter
duistere plannen: hij chanteert een oude kennis (Anthony Dawson) om
Margot te vermoorden, zodat hij zichzelf een perfect alibi kan
bezorgen. Dat plan loopt echter niet als verwacht. Na een
worsteling steekt Margot haar would-be moordenaar dood met een
schaar (de bekendste scène uit de film) – Tony moet nu snel een
plan B bedenken.

Dat klinkt als de aanzet van een spannende thriller, en onder
normale omstandigheden was het dat waarschijnlijk ook geworden. De
beperking tot één set, daarentegen, houdt in dat grote porties van
de plot niet getoond kunnen worden, zodat de personages ze achteraf
moeten beschrijven in hun dialogen. Door steeds in de flat te
blijven, heeft Hitchcock bijvoorbeeld geen gelegenheid om te tonen
hoe Tony achter de buitenechtelijke relatie van zijn vrouw komt.
Gevolg: Tony vertelt het in een lange monoloog. De regisseur kan
ook niet tonen hoe een ondernemende politieagent stilaan wind
krijgt van de plannetjes van Tony. Gevolg: ook dit moet achteraf
worden uitgelegd via de teksten. Hitchcock was doorgaans een
voorstander van wat hij zelf “pure cinema” noemde, waarin dialogen
hooguit als versterking dienen voor het verhaal dat de beelden op
zichzelf al vertelden. ‘Dial M For Murder’ is echter vrijwel
volledig afhankelijk van de dialogen, en dat gaat hem niet bijster
goed af. Het resultaat is een statische, praterige film, met maar
weinig visueel opmerkelijke scènes. Alleen een processcène, die
impressionistisch wordt weergegeven via een achtergrond met
wisselende kleuren, springt er een beetje uit.

Waar Hitchcock wel nog steeds sterk uit de hoek komt, is in het
spel met de sympathie van het publiek. ‘Dial M For Murder’ heeft
geen held, met twee echtgenoten in de hoofdrollen die elkaar alleen
maar overtreffen in hun misstappen – een ontrouwe vrouw en een man
die met moordplannen rondloopt. Tijdens het eerste deel – voor de
aanslag op Grace Kelly – zijn we eerder geneigd om Kelly en haar
amant te volgen, maar daarna, wanneer Milland steeds
verder in het nauw wordt gedreven, treedt opnieuw dat eigenaardige
procedé in werking waarbij we als kijker sympathie gaan voelen voor
de schurk. Onbewust willen we dat hij er mee wegraakt, al was het
maar omdat hij de drijvende kracht is achter de hele plot. Milland
is degene die de actie in gang zet, terwijl de andere personages
louter reageren en proberen om hem te volgen. Een nota aan iedereen
die ooit van plan is om een scenario te schrijven: het personage
waarmee we het meeste tijd doorbrengen, al is hij dan een
seriemoordenaar, een nazi, een necrofiel of een combinatie van alle
voorgaande, is per definitie het personage met wie we het meeste
empathie (niet te verwarren met sympathie) gaan voelen. Hitchcock
begreep dat maar al te goed en genoot ervan om te spelen met de
emoties van zijn publiek – we willen dat de slechte gestraft wordt
aan het einde, natuurlijk… Maar het mag ook niet te simpel zijn.
Een slechterik die ons een hele film lang heeft vermaakt met zijn
snode plannetjes, verdient nu eenmaal beter.

De acteurs zorgen er voor dat het overdreven uitleggerige van de
film lange tijd nog onderhoudend blijft: Ray Milland speelt al zijn
charme uit als Tony, een man die van zichzelf weet hoe intelligent
hij is en zich genoegzaam bedient van zijn eigen arrogantie.
Milland (die waarschijnlijk altijd best bekend zal blijven als de
alcoholicus uit Billy Wilders onvergetelijke ‘The Lost Weekend’),
speelt de rol zo glad dat hij bijna op z’n eentje de aandacht van
de kijker weet vast te houden, ongeacht de logheid van het
scenario. Grace Kelly heeft duidelijk de mindere rol van de twee,
in de zin dat haar personage veel minder sterk is uitgewerkt; als
ontrouwe echtgenote bestond de kans er zeker om haar wat diepgang
mee te geven (waarom gaat ze immers vreemd?), maar die motivaties
worden haastig afgehaspeld, en haar personage blijft een
oppervlakkig hulpmiddel om de plot verder te stuwen. Kelly doet
echter wat ze kan met de rol en ziet er onder alle omstandigheden –
zelfs wanneer ze terecht staat voor moord – bovenaards mooi uit.
Hitchcock bracht overigens een subtiele inhoudelijke toets aan in
Kelly’s garderobe: tijdens de eerste helft van de film draagt de
actrice uitsluitend kleurrijke, opvallende kleren (met suggestief
rood de eerste keer dat we haar zien in de armen van haar minnaar).
Naarmate het verhaal vordert, draagt ze echter meer donkere,
getemperde kleuren – een visuele techniek die niet specifiek
uitblinkt door originaliteit, maar die wel doet wat het moet
doen.

‘Dial M For Murder’ was een haastwerkje – er was geen tijd om
het toneelstuk grondig te herwerken, zodat het script quasi
woordelijk werd overgenomen van het origineel. Warner Brothers had
snel een film nodig om zijn 3D-technieken te kunnen showen (hoewel
de film uiteindelijk maar zelden in 3D werd vertoond, met een uit
het scherm priemende schaar), en zelfs Hitchcock merkte laconiek op
dat “I could have phoned that one in”. Een tussendoortje
dus, voornamelijk gemaakt om contractuele redenen. De titel is
ondertussen iconisch geworden en de moordscène is inderdaad
legendarisch (en terecht). Wat er daarvoor en daar achter komt
daarentegen, behoort tot de tweede rang van Hitchcocks oeuvre.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 1 =