Saboteur

In 1942, twee jaar nadat hij zich voor de eerste
keer liet verleiden tot openlijke oorlogspropaganda met ‘Foreign
Correspondent’, en tijdens de donkerste dagen van de Tweede
Wereldoorlog, maakte Alfred Hitchcock ‘Saboteur’, waarin hij –
allicht voor de slechte verstaander die het de eerste keer niet
begrepen zou hebben – nogmaals de algemene heldhaftigheid van de
goede Amerikaan onderstreepte en de snoodaardigheid van de
gemiddelde nazi in de verf zette. Terwijl in Europa de Duitse
terreur op zijn ergst was en in de Pacific een gruwelijke strijd
tussen Amerikanen en Japanners werd uitgevochten, leverde Hitchcock
(net als andere regisseurs die zich aan dat genre waagden) met zijn
propagandafilms een broodnodige morele opkikker aan de mensen op
het thuisfront. De Amerikanen die naar ‘Saboteur’ gingen kijken,
hadden maar al te vaak familieleden die ergens ter wereld aan het
vechten waren – wat de film hen leverde was de verzekering dat ze
tenminste voor een nobele zaak vochten en dat het goede zou
triomferen over het kwade. Dat de morele overmacht die Amerika had
op Duitsland en Japan een overwinning onvermijdelijk maakte. Naïef,
natuurlijk, en als je sommige dialogen uit ‘Saboteur’ (of ‘Foreign
Correspondent’) in een hedendaagse film zou steken, zouden de
meeste mensen ofwel heel hard lachen ofwel hun maag voelen
omdraaien. Maar in die tijd hadden deze films wel degelijk een
functie. Ze waren paternalistisch en simplistisch, maar ze werden
dan ook absoluut niet gemaakt om artistiek te zijn – enkel om de
mensen te vertellen wat ze wilden horen.

Robert Cummings speelt Barry Kane, een arbeider in een
vliegtuigenfabriek, die tijdens een verschrikkelijke brand niet
alleen een groot aantal oorlogsvliegtuigen in vlammen ziet opgaan,
maar ook een goede vriend verliest. Achteraf blijkt dat de brand
kwaad opzet was. Barry is de hoofdverdachte. Hij slaat op de vlucht
voor de politie, vastbesloten om de echte saboteur op te sporen. Op
die manier komt hij al gauw terecht in een sinister netwerk van
vijandelijke spionnen, die het er op begrepen hebben zoveel
mogelijk sabotageacties te ondernemen.

De functie van ‘Saboteur’ is lichtjes anders dan die van
‘Foreign Correspondent’, in de zin dat de Amerikanen zich tegen
1942 al lang in WO II hadden gemoeid – ditmaal ging het er niet om
de VS ten oorlog te krijgen, maar eerder om hen op te roepen
waakzaam te zijn (verraders kunnen overal zitten!) en om hen ook
gerust te stellen dat je de kracht van democratie en vrijheid niet
kunt overwinnen. Het netto resultaat blijft echter grotendeels
hetzelfde, met personages die om de haverklap woorden als
“burgerplicht” en “vrijheid” in de mond nemen (woorden die
historisch gezien waarschijnlijk in de top tien van vaakst politiek
misbruikte woorden staan, doch dit geheel ter zijde), en een finale
die zich – of all places – op het Vrijheidsbeeld afspeelt.
Geen betere plaats om met een landsverrader af te rekenen dan
bovenop lady liberty herself.

Ditmaal echter, heeft Hitchcock een betere plot om alles aan op
te hangen. Het concept van de ten onrechte beschuldigde man die
zijn onschuld moet zien te bewijzen is natuurlijk een klassieker,
die nog eindeloos opnieuw gebruikt zou worden in het oeuvre van de
regisseur, maar het concept werkt wel, en lijkt althans meer
interne logica te bevatten dan het verhaal van ‘Foreign
Correspondent’. De actie volgt in ieder geval een relatief logische
lijn van oorzaak en gevolg, waar die in de eerdere film soms
ontbrak.

Daarbij is het interessant hoe Hitchcock inspeelt op de
sympathie van een lower en middle class publiek,
door er een sociale subtext aan toe te voegen. Tijdens zijn vlucht
wordt Barry immers regelmatig geholpen door buitenstaanders, door
mensen die zich aan de marge van de maatschappij bevinden: een
vrachtwagenchauffeur, een blinde man en zelfs een stel circusfreaks
(inclusief een menselijk skelet en een vrouw-met-baard). Die mensen
doorzien schijnbaar de valse beschuldiging tegen Barry en helpen
hem. Anderzijds bestaat zowat de hele kring van spionnen uit
stinkend rijke upper class societyfiguren. Die rijkelui,
ze zijn niet te betrouwen. De simpele werkmens of de geminachte
outcast, daarentegen…

Er wordt zelfs – in een bizarre zijsprong – de suggestie gegeven
dat de slechteriken seksueel in de war zijn. Op een bepaald moment
steekt één van de schurken een speech af over hoe hij zijn zoontje
soms jurkjes aantrekt, en hoe hij zelf als kind met lange krullen
rondliep. Die scène wordt nooit echt opgevolgd, maar zorgt wel voor
een vreemde voetnoot in het scenario.

Hoewel dat scenario nog wel vragen openlaat. Er zijn scènes
waarin wordt aangegeven dat de saboteurs van plan om een dam nabij
Los Angeles op te blazen, maar daar wordt nooit iets mee gedaan. En
aan het einde krijgen we een confrontatie met één van de schurken,
maar komen we nooit te weten wat er met al de andere spionnen
gebeurt. Hitchcock was altijd iemand die de suspense van het moment
belangrijker vond dan logische vragen die de mensen zich achteraf
konden stellen, maar hier drijft hij het naar het einde toe wel
heel ver. Ook – misschien nog het meest opvallend van allemaal –
wordt het hoge woord “nazi” nooit uitgesproken. De overtuigingen
van de saboteurs blijven schemerachtig. Hier en daar wordt er
gesproken over hun geloof in dictatuur, maar rechtstreekse
verwijzingen naar Duitsland of Japan worden er niet gemaakt, hoewel
een publiek van zowel toen als nu uiteraard maar al te goed weet
waar het over gaat.

Hitchcock is en blijft een master of suspense, en dat
is in een aantal scènes goed voelbaar. Een scène waarin Barry
probeert een aanslag op een oorlogsboot te verijdelen is knap
geconstrueerd, en ook de finale mag er wezen – vooral omdat de
regisseur voor die laatste sequens ervoor kiest om alle muziek en
geluidseffecten achterwege te laten. Een erg gestileerd effect, dat
sommige mensen misschien uit de film zal halen, maar wel erg
effectief is om de kracht van de beelden te benadrukken. Beelden
die, in een sfeervol zwart-wit, overigens de stijl van de film noir
oproepen, met opvallende schaduwen en sterke contrasten.

Alleen al door zijn status als propagandafilm is ‘Saboteur’
haast per definitie gedateerd. De dodelijk oprechte toon van het
patriottisch gewauwel is simpelweg niet meer van deze tijd. Maar
het tempo zit er goed in, en Hitchcock weet zijn verhaal met zoveel
schwung, en bovenal met zo’n goede suspensescènes te
vertellen, dat je toch meegevoerd wordt naar het einde. En zeg nu
zelf, een Hitchcockthriller waarin de slechterik niet weet of hij
nu liever een jongen of een meisje was geweest, dat is toch sowieso
de moeite?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + 20 =