Mudhoney :: The Lucky Ones

Moet er nog Mud zijn? Twintig jaar na hun debuut Superfuzz Bigmuff — dat nu overigens in een luxueuze versie opnieuw in de winkel ligt — draait Mudhoney nog een rondje grunge uit zijn molen. The Lucky Ones brengt niks nieuws, maar wat zou het? Bring along the fuzz!

Mudhoney was ooit zowat het smerigste wat er op muzikaal gebied te beleven viel. Niet moeilijk overigens, met een concurrentie bestaande uit Enya en Phil Collins. Ondertussen hebben bands als Supenik en Millionaire hun opwachting gemaakt. Een jonge garde heeft de oude wolven wat naar de achtergrond gedrukt, maar dat wil niet zeggen dat het einde van de rit in zicht is voor Mudhoney. Want, net als bij voorganger Under A Billion Suns, is er opnieuw die siddering van opwinding, ook al wisten we al lang en breed wat we mochten verwachten van een nieuwe langspeler van dit gezelschap.

Een combinatie van fucked-up gitaren, rudimentaire drums, pulserende bas en tussen meeslepend en nasaal twijfelende zang: dat mag verwacht worden en dat is wat er te horen valt, zij het pas vanaf het tweede nummer, het hoekige en gemene “Inside Out Over You”. Niet track één, denkt u? Nee, inderdaad, niet vanaf opener “I’m Now”. Geen slecht nummer, integendeel, maar het mist de focus die van de rest van dit album zo’n strakke, intense trip maakt. “I’m Now” klinkt alsof de band nog moet warmdraaien voor het echte werk begint. De instrumenten worden gerodeerd, er wordt in handen geklapt en de stem getraind. Ideaal dus voor een ghost track, maar krijg dat maar eens verkocht aan ouderwetse grungerockers die zweren bij vinyl. Zelfs de cd-versie van The Lucky Ones kreeg immers een lp-hoes. Inclusief Inner sleeve.

Eens de oude diesel op gang komt, is hij echter niet meer te stoppen. Mudhoney klinkt gemener dan ooit tevoren. Daar is een reden voor: in geen week tijd is het album afgelopen herfst ingeblikt, onder het waakzame oog van Tucker Martine, die al eerder als producer met de band samenwerkte. Bovendien liet Mark Arm ditmaal alle gitaarpartijen over aan Steve Turner. Niet alleen klinkt Arm daardoor vocaal scherper, de terugkeer naar het basisprincipe van één gitarist, maakt deze plaat er niet minder rauw om. Het beste resultaat daarvan valt te horen in “The Open Mind”,dat een in-your-face-gehalte heeft dat minstens op gelijk niveau staat met dat van menig energieke jonge hond.

Zelfs als er in “What’s This Thing” gas terug genomen wordt, voel je de adrenaline door de boxen pompen en heerst dezelfde elektrische geladenheid als wanneer een bandje voor het eerst — de versterkers op maximum, de handen trillend van opwinding — met een eigen song op de proppen komt in het repetitiehok. En ja, zo klinkt het nummer ook, maar dat amateurisme dat na al die jaren nog steeds een wezenlijk onderdeel is van Mudhoney staat een zeker mate van genialiteit niet in de weg.

Of opwinding: want om een nummer als “Tales Of Terror” te omschrijven zijn slechts twee woorden geschikt: fucking en hell. Een klap in het gezicht is niets bij wat Mudhoney je hier verkoopt. Het mag dan allemaal al vele malen eerder gedaan zijn, niet in het minst door de band zelf, maar zolang Mudhoney met zulke lappen op de proppen blijft komen, hoort deze groep thuis in het select kransje bands wiens albums blindelings gekocht kunnen worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vier =