Lifeboat

Voor een regisseur die er regelmatig van beschuldigd werd dat
hij geen oog had voor personageontwikkeling, is het opvallend hoe
Hitchcock in 1944 een film maakte die uit zo goed als niets anders
dan dat bestond. ‘Lifeboat’, het verhaal van negen drenkelingen in
een sloep op de Atlantische Oceaan, is de meest claustrofobische
prent die de regisseur ooit maakte en heeft een premisse die hem
dwingt om de personages een extra dimensie mee te geven –
oppervlakkige karakters kunnen best in een thriller als je ze veel
te doen geeft en ze continu op de vlucht zijn, maar zet ze
anderhalf uur vast in een reddingsbootje en je hebt een groot
probleem. In die zin was ‘Lifeboat’ een experiment voor de
regisseur: kun je een film met een beperkt aantal personages in een
extreem beperkte ruimte toch spannend en interessant maken? (Een
experiment dat hij overigens nog aantal keer in verschillende
gedaantes zou ondernemen, in onder meer ‘Rope’ en ‘Rear Window’.)
Het resultaat werd een film die tegenwoordig minder bekend is dan
Hitchcocks klassieke suspensethrillers, maar die wel (misschien
voor het eerst) oprechte, geloofwaardige emoties bevat en redelijk
geloofwaardige mensen toont die worstelen met een
leven-of-dood-situatie.

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt een Amerikaans
schip onderweg naar Groot-Brittannië gekelderd door een Duitse
onderzeeër. Enkele overlevenden hijsen zich aan boord van een
reddingssloep: de gedecideerde oorlogscorrespondente Connie
(Tallulah Bankhead), schipper John Kovac (John Hodiak), miljonair
Ritt (Henry Hull), enkele crewleden van het schip en – lichtjes
problematisch – ook de Duitse U-bootkapitein Willy (Walter Slezak).
De dilemma’s van de drenkelingen spreken voor zich: moeten ze Willy
gewoon overboord kieperen, of gebruik maken van zijn vakkennis als
kapitein om terug naar de bewoonde wereld te raken? En als ze dat
laatste doen, leggen ze dan niet veel te veel macht in de handen
van de vijand? Betekent de term “vijand” nog wel iets in hun
situatie?

Losjes gebaseerd op een ongepubliceerd verhaal van John
Steinbeck (wiens naam nochtans prominent in de openingstitels wordt
gezet), ontwikkelt ‘Lifeboat’ zich op die manier tot een
suspensedrama dat rechtstreeks wordt gevoed door de
persoonlijkheden en morele problemen van de personages. Hitchcock
heeft maar zelden zoveel openlijk emotionele scènes in een film
gestoken, en het valt op hoe goed hij die aanpakt. In het begin van
de film komt één van de overlevenden aan boord van de sloep met
haar dode baby in haar handen. Bij gebrek aan opties, besluiten de
anderen om de baby een zeebegrafenis te geven, en Joe, één van de
mannen aan boord, reciteert de psalm van David. Je kunt dat
tranentrekkerij noemen of platte emoterreur, maar Hitchcock zet die
scène zo droog, zonder pompeuze poespas in beeld dat het zowaar
iets ontroerends krijgt.

Het voornaamste thema van de film is evenwel moraliteit onder
extreme omstandigheden. De drenkelingen vormen ogenblikkelijk een
soort minisamenleving, waarin rollen en autoriteit verdeeld moeten
worden en – bijgevolg – oordelen moeten worden geveld. Als
U-Bootkapitein is Willy onrechtstreeks verantwoordelijk voor de
dood van zo goed als iedereen op dat schip, inclusief de baby die
ze net aan de zee hebben toevertrouwd. Hebben ze dan ook het recht
om hem te doden – en zijn ze dan nog de goeien, als ze dat doen? De
paranoia tussen Willy en de anderen wordt goed uitgespeeld – hij is
een nazi, maar in het burgerleven was hij ook chirurg, en wanneer
één van de personages met een door gangreen aangetast been zit, is
hij de enige die het kan afzetten. Hitchcock speelt met onze
sympathie voor dit personage en laat de twijfel over Willy’s
intenties zo lang mogelijk duren. Hij gebruikt Willy ook als
katalysator voor de relaties tussen de overige personages, die zich
uiteindelijk laten opdelen in degenen die hem summier aan de haaien
willen voeren, en degenen die een mens een mens blijven vinden, met
recht op leven.

Misschien wel meer dan in eender welk ander soort film, zijn de
acteerprestaties doorslaggevend in dit soort one set
piece.
Tallulah Bankhead neemt de leiding als Connie, een
eigenzinnige verslaggeefster die we aan het begin van de film
ontmoeten terwijl ze als een barones, gekleed in een bontmantel en
met zowat al haar spullen, in de sloep zit. Naarmate de film
vordert, verliest ze echter één voor één al haar bezittingen – haar
camera, haar koffers, zelfs haar diamanten armband – en daarmee ook
haar vooringenomenheid. Langzaam maar zeker zien we een echt
persoon achter de pedante façade tevoorschijn komen, en Bankhead
speelt die evolutie nagenoeg perfect. Dat ze aan het einde een
ongeloofwaardige speech geeft (“we mogen niet opgeven,
nondedomme!”) past dan weer eerder in de tijdsgeest waarin
‘Lifeboat’ werd gemaakt. De Tweede Wereldoorlog was immers nog
bezig, en goeie film of niet, de Rechtvaardige Zaak moest gediend
worden (let ook op de vermelding dat mensen oorlogsobligaties
kunnen kopen “in this theatre”, onder de woorden “The End” aan het
einde van de film). In tegenstelling tot ‘Foreign Correspondent’ of
‘Saboteur’ is ‘Lifeboat’ geen openlijke propagandafilm, maar aan
het slot moest Hitchcock toch een aantal toegevingen doen en de
mensen geven wat ze wilden horen.

De cast is in zijn geheel erg sterk bezig – de rol van Joe, het
zwarte scheepslid en een voormalige zakkenroller, is tegenwoordig
problematisch (want ruikt het allemaal niet erg naar blank
paternalisme?), maar Canada Lee speelt hem wel schitterend.
Hitchcock maakt van hem het morele centrum van de film, een zondaar
die nu probeert goed te doen, en los van raciale overwegingen
(Connie noemt hem liefkozend “Charcoal”, pijnlijk!) werkt dat wel.
Hij is ook degene die het gebed opzegt tijdens de zeebegrafenis van
de baby, en die van dat moment zo’n overtuigende emotionele scène
weet te maken.

Visueel is ‘Lifeboat’ zeker niet Hitchcocks meest opmerkelijke
film, maar hij weet wel voldoende variatie te behouden en verveling
te vermijden binnen die ene set, wat op zich al een prestatie is.
De rear projection van de horizon is verouderd (een
hedendaagse kijker weet echt wel dat ze met hun sloep in een
zwembadje liggen), maar is veronderstel ik één van die dingen die
je er bij dient te nemen in een film uit die tijd. Let overigens
ook op Hitchcocks cameo in deze film, één van de leukste uit zijn
carrière.

‘Lifeboat’ is een bescheiden Hitchcock – bescheiden qua opzet,
bescheiden qua uitvoering en bescheiden qua impact. Het zal – en
terecht – nooit de film worden die mensen automatisch voor ogen
hebben wanneer ze het over Hitchcock hebben, daarvoor is hij dan
weer niet memorabel genoeg, maar hij is wel een waardige aanvulling
op zijn oeuvre. Een character piece met een paar goede
thema’s en uitstekende acteurs.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 − 2 =