Braindead




Je hebt mensen die films gaan regisseren vanuit een artistieke
ambitie – mensen die iets belangrijks te zeggen hebben en dat op
hun eigen, unieke manier willen doen. En dan heb je nog mensen die
gewoon filmfreaks zijn, en die gaan regisseren omdat ze cool
shit
op het scherm willen gooien. Peter Jackson, de man die
met ‘Lord of the Rings’ één van de grootste financiële risico’s uit
de filmgeschiedenis nam en sindsdien uitgroeide tot een
éénpersoons-supermacht in de industrie, behoort tot die laatste
soort. Waar niks mis mee is. Jackson groeide op met fantasierijke
jongensfilms zoals ‘King Kong’, het vroege werk van Steven
Spielberg en natuurlijk horror classics als ‘Night of the
Living Dead’ en ‘Evil Dead’ – allemaal invloeden die zich duidelijk
laten voelen zijn eigen carrière. Hij was een regisseur die
zichzelf vanaf het begin met de nodige trots profileerde als een
exploitation filmmaker, zonder dat hij zich van artistieke
geloofwaardigheid veel aantrok. Hij wilde films maken die anderen
dezelfde ervaring zouden geven als degene die hij had toen hij naar
‘King Kong’ keek, onder het motto: “Ingmar Bergman maakte misschien
grote kunst, maar een zombiefilm is veel plezieriger om naar te
kijken”.

En zo kwam het dat de eerste drie films van Jackson schaamteloos
entertainende en wansmakelijke sicko comedies werden. ‘Bad
Taste’ was een horrorkomedie over aliens die mensenvlees kwamen
oogsten voor hun intergalactische fast-foodketen; ‘Meet the
Feebles’ was een Muppet-achtige poppenfilm waar konijnen met aids,
geile nijlpaarden en musicalnummers met titels als ‘Sodomy’ in
voorkwamen; en dan was er natuurlijk nog ‘Braindead’, verreweg de
meest ambitieuze prent van de drie en, anno 1992, het summum van
Jacksons carrière. Met ‘Braindead’ scheerde Jackson zo’n toppen van
splatter humor dat hij daarna schijnbaar concludeerde dat
hij de film nooit nog zou kunnen overtreffen, en andere dingen
begon te doen. ‘Heavenly Creatures’, zijn eerste ernstig drama en
nog steeds zijn beste film, volgde. En na het nogal flauwe,
mainstream ‘The Frighteners’ kwamen de hobbits en tovenaars.

Het verhaal speelt zich in het Nieuw-Zeeland van 1957. Lionel
Cosgrove (Timothy Balme laat de Bruce Campbell in zichzelf los met
een staaltje hilarische overacting) is een doodgeknuffeld
moederskindje dat op zijn 25ste nog steeds onder de duim
wordt gehouden van zijn dominante mama Vera (Elizabeth Moody).
Wanneer Lionel dan toch een keer toesj heeft met de
plaatselijke Spaanse schone, Paquita (Diana Peñalaver), volgt Vera
hem en zijn verovering zelfs tot op hun uitstapje in de zoo.
Big mistake: daar wordt namelijk gebeten door een
Sumatraanse rat-aap (afkomstig van Skull Island, een vette knipoog
naar ‘King Kong’). Als gevolg daarvan verandert de bitchy
mama al gauw in een ranzige zombie, die bloed en pus lekt waar ze
maar gaat en verlekkerd is op mensenvlees. Binnen de kortste keren
vallen er nog meer slachtoffers, en de seutige Lionel moet met de
hulp van Paquita en zijn grasmaaier proberen om de zombies af te
weren.

‘Braindead’ werd objectief afgeklokt als de bloederigste film
aller tijden, in de zin dat er meer filmbloed voor werd gebruikt
dan voor eender welke andere productie in de geschiedenis. En dat
merk je: lichaamsdelen worden afgerukt, honden worden opgegeten,
injectienaalden worden in neuzen en oogballen gestoken en hoofden
eindigen in een blender – om maar even een paar van de tammere
scènes aan te halen. Niet dat Jackson ook maar een seconde lang de
intentie heeft om zijn publiek schrik aan te jagen. ‘Braindead’ is
een komedie, zij het er dan één van de ziekelijkste soort. Hij
geeft constant knipoogjes naar zijn publiek om het allemaal niet
serieus te nemen, en zijn gore scènes zijn er voortdurend
zó ver over dat het op den duur haast onmogelijk wordt om nog
geshockeerd te raken. De humor hier is vergelijkbaar met de “Black
Knight”-scène uit ‘Monty Python and the Holy Grail’: koning Arthur
hakt één voor één de ledematen van die ridder af, die echter van
geen ophouden wil weten: “Come on, I’ll bite your legs
off!”.
Dezelfde mentaliteit vind je hier terug, maar dan in de
zoveelste macht. Hoe bloederiger wordt, hoe grappiger zijn film is.
Tenzij je niet tegen bloed of uitpuilende ingewanden kunt,
natuurlijk.

In die zin is ‘Braindead’ een soort slapstick-komedie
met veel gore effecten, en de acteurs spelen het ook zo. Elke regel
dialoog en elke beweging is bewust over de top. Timothy Balme trekt
grimassen, struikelt over zijn eigen voeten en piept zijn teksten
op steeds hysterischer tonen. Een scène waarin hij met een
baby-zombie gaat wandelen in het park is kostelijk. In de bijrollen
is Diana Peñalaver de enige die niet openlijk op een lach staat te
mikken (ze gaat dan ook enigszins verloren in het gedrang). Een
gesjeesde dominee die van zichzelf zegt dat “I kick arse for
the Lord!”
en een vadsige nonkel die geen problemen heeft met
necrofilie, zo lang hij er geld uit kan slaan, zijn veel leuker.
Mensen die zich pijn doen, zijn zowat de oudste, meest klassieke
bron voor humor die er bestaat – de vroegste filmpjes waren grappen
over mensen die uitgleden op een bananenschil. In essentie zijn we
nog niets veranderd, alleen zijn de middelen sinds die tijd
behoorlijk uitgebreid – ‘Braindead’ is de meest extreme vorm van
die humor die je je kunt voorstellen.

Daaronder bevindt zich een milde satire op de conservatieve
goegemeente van Nieuw-Zeeland in die tijd. Moeder is een tiranniek
wijf die meer op haar kerfstok heeft dan Lionel vermoedt – ze houdt
haar zoon haast opgesloten in zijn eigen huis, en de eindscène
suggereert dat ze hem nog het liefst van allemaal opnieuw in haar
baarmoeder zou hebben. Veilig, gecontroleerd en helemaal van haar
alleen. De kerk is een corrupte instelling, met een dominee waar
duidelijk een hoek af is. De plaatselijke country club
wordt vertegenwoordigd door burgerlijke, vraatzuchtige
bourgeois die om geen enkele aanwijsbare reden dingen
zeggen als: “What we need is another war!” En dan is er
nog een bizarre ex-nazi die in verdovende middelen handelt en
schijnbaar de medische wetenschap vertegenwoordigt. Hell,
in de openingsscène wordt duidelijk dat zelfs de zoomedewerkers in
Peter Jacksons wereld met wapens rondlopen en bereid zijn om
inboorlingen van een van God verlaten eiland neer te schieten.
Familie, samenleving, instanties, autoriteiten… Jackson vertrouwt
ze niet, er is steevast iets mis mee. Het enige dat wél overeind
mag blijven, is (pak uw zakdoek maar al) de liefde tussen de
hoofdpersonages.

Dit soort film staat op valt met de kwaliteit van de special
effects, en die wisselen nogal van niveau. De make-up effecten van
de acteurs in hun zombie-outfit zijn indrukwekkend, maar wanneer
creaturen onafhankelijk moeten bewegen, gebruikt Jackson
stop-motion animatie die geen seconde overtuigt (check de
rat-aap in de zoo of de zombie-baby, die tot leven werd gebracht
door regelmatig een simpele pop te gebruiken, en anders wel een
volwassene in een pak, waarbij men de achtergrond op gepaste schaal
probeerde na te bootsen, wat niet altijd lukte). Gelukkig zijn het
de knappe make-up effecten die het grootste deel van de
gore moeten ondersteunen. Jackson vult dat aan met een
hyperkinetische, aan Sam Raimi refererende camerastijl, met veel
handgehouden shots en continu snelle push-ins op de
gezichten van de acteurs, om emoties te benadrukken (emoties die
tóch al overgeacteerd werden).

‘Braindead’ is een verrassend clevere splatter comedy,
die zichzelf geen seconde ernstig neemt, maar waar toch fameus over
is nagedacht. Met zijn overstap naar Hollywood is Jackson die
zelfrelativerende humor kwijt geraakt (getuige daarvan zijn
pompeuze ‘King Kong’-remake). Misschien is het geen slecht idee
voor de regisseur om zelf zijn eigen vroege werk nog eens te
bekijken. Het zou wel eens voor een herbronning kunnen zorgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + 2 =