Paris




130 min. / Frankrijk /2008

Is er iets vermakelijker dan vanop een terrasje naar de
voorbijlopende mensen kijken en fantaseren over hoe hun leven er
uitziet? Ik dacht het niet. Cédric Klapisch, ondertussen een vaste
waarde geworden in Frankrijk, is één van die regisseurs die er in
het verleden meermaals in gelukt is om die ontspannende, aangename
belevenis naar het witte doek te vertalen. Met mozaïekfilms als
‘l’Auberge
Espagnole’
en ‘Les Poupées Russes’,
waarin een schare karakters tegen de achtergrond van een grootstad
zich vragen stelt over het waarom en hoe van het zijn, gaf hij de
kijker ook steeds een prettige prikkeling mee om er weer in volle
vaart in te vliegen. Ook ‘Paris’ is in opzet meer dan ooit een ‘ode
aan het leven’ en we mogen weer, vanop het balkon ditmaal,
meegluren naar de Parijzenaars die Klapisch er voor ons zorgvuldig
heeft uitgepikt. Een prettig vooruitzicht, alleen sloeg de
teleurstelling én de verveling sneller toe dan verwacht. Klapisch’
personages weken geen razende nieuwsgierigheid bij ons los, het
verhaal is half zo levendig als de sprongen die hij tussen zijn
protagonisten in maakt en de som van de deeltjes valt heel
povertjes uit… Als ‘Paris’ een potje ijscrème was, dan zeker geen
Ben and Jerry’s met verrassingen (stukjes chocolade!) of
verwennerijen (mmm, karamelbolletjes!). Eerder een grote eentonige
pot vanille (van 130min.), die je het liefst halverwege al wilt
laten staan.

Qua thematiek rolt Klapisch weer in zijn vertrouwde poel: een
centraal personage beleeft een existentiële crisis, geschetst
temidden van het dagelijkse leven van een groep mensen, in dit
geval een random stel inwoners van Parijs. Romain Duris
speelt Pierre, een danser uit de Moulin Rouge, die zwaar ziek
wordt. Hij heeft een truc au coeur, een hartziekte, en het
ziet er niet al te best uit. Zelfs een harttransplantatie biedt
geen waterdichte kans op overleving. Zijn zus (Juliette Binoche)
komt met haar kinderen bij hem inwonen om hem zoveel mogelijk te
helpen. Door het nieuws dat hij van de dokter kreeg, bekijkt Pierre
de dingen door een andere bril. Vanop het balkon van zijn
appartement heeft Pierre een fantastisch zicht op Parijs. Voor zich
uit starend, met de dood steeds als mogelijke toekomstige metgezel
aan zijn zijde, zoekt hij naar de zin van het leven en zijn plaats
in de maatschappij en verzint hij verhalen bij de personen die hij
beneden voorbij ziet wandelen. Een in volle midlife-crisis
verkerende professor geschiedenis die één van zijn studentes
(Mélanie Laurent, Frankrijks nieuwste chouchoute) intieme sms’jes
stuurt (je te kiffe trop grave), een arrogante bakkerin
die op zoek is naar een nieuwe verkoopster, een groep
groentehandelaars met een broek vol goesting en een stelletje
giechelende catwalkmodellen. Pierre moet het met zijn verbeelding
doen, maar als kijker worden we getrakteerd op the
real stuff – voor de camera van Klapisch komen de
voorbijgangers ook echt tot leven. ‘Paris’ wordt zo een collage,
waarbij een tiental personages onzichtbaar tikkertje met elkaar
spelen en we steeds een stukje uit hun dagelijks leven
meevolgen.

Filmtechnisch werkt Klapisch met panoramische beelden van Parijs
(wide shots) en contrasteert ze met de head shots en medium shots
aan de hand waarvan hij de verhalen van zijn personages vertelt.
Parijs wordt op een professionele manier bewonderd en gekoesterd,
maar echt zin om in het beeld te kruipen, krijg je er niet van en
dat ligt volledig aan de ‘serieuzere’ weg die Klapisch is inslagen.
Met ‘Paris’ heeft Klapisch duidelijk de generatie van de twintigers
achter zich gelaten en focust hij op de dertigers en veertigers. Ik
wist niet dat dat ook betekende dat alles saaier moest wezen. In
‘L’auberge’ en
‘Les Poupées’
gebruikte hij nog visuele spelletjes om zijn verhaal extra te
prikkelen, schwung te geven en te ondersteunen, maar hier laat hij
dat alles achterwege. Met uitzondering van een droomsequentie in
een architectuurtekenprogramma, die ons even deed rechtveren, maar
uiteindelijk nogal flauw uitviel. Het is duidelijk dat Klapisch een
meer volwassen film wou maken, maar door zijn wilde haren af te
schudden, verliest hij ook zijn eigenheid. Deze film is veel minder
‘typisch Klapisch’ dan zijn vorige en door die minder persoonlijke
aanpak past hij in het rijtje van de zoveelste collagefilm (met een
‘typisch Franse’ inslag) en zelfs binnen die categorie steekt hij
er niet met zijn schouders bovenuit.

Niet zo’n denderende carrièrekeuze, maar Klapisch hoeft niets te
vrezen: la France is dol op hem én op alles waar Romain Duris in
meespeelt en laat dit nu hun vijfde samenwerking zijn. De god in
Frankrijk, die tot hier toe toch vooral topklasse vertoonde in
‘De Battre Mon Coeur
s’est Arrêté’
geeft hier een ‘Le Temps Qui Reste’
-impressie (geschoren kopke, bleek geschminkt, rode ogen), maar
haalt het niveau van de diepgravende vertolking van Melvin Poupaud
uit Ozons film absoluut niet. Juliette Binoche straalt dan weer té
hard om een alleenstaande moeder te spelen die slecht in haar vel
zit – zelfs met een bad hair day ziet ze er nog
glinsterend fris uit. Wat stoort is de moraalles die constant
tussen de twee acteurs in hangt (Pierre die zijn zus een lust
for life
probeert aan te praten), en te obvious en
storend is om nog effect te hebben. Die ‘ode aan het
leven’-symboliek valt bovendien nogal mager uit: om ten volle te
leven volstaat het blijkbaar om eens goed van bil te gaan en wild
om je heen te dansen. Alleszins, dat seize the day-liedje
en de rit in de taxi op het einde waren te veel voor Korneel.

Het is niet de eerste keer dat Klapisch een gewichtig thema in
zijn films stopt, maar het verhaal van ‘Paris’ lijkt zich net als
Pierre met een hartkwaal voort te slepen, zonder ooit tot een
infarct of herstel te komen. Zonder al te veel humor (het dansje
van de prof niet meegerekend) of verrassingen blijft het loom
verder tikken tussen personages die wendingen in hun leven nemen,
die soms toch om een frons vragen (dat dat meisje voor die prof
valt bijvoorbeeld). Ondanks de prachtige muziek van Eric Satie valt
de ode aan Parijs en het leven nogal futloos uit. De film dekt
helemaal niet de splendide lading die we van het woord
‘Paris’ verwacht hadden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + 10 =