La Bonne Épouse

Net voordat de zalen dichtgingen tengevolge van de Corona-maatregelen, was La Bonne Épouse al heel kort in België te zien. Met de heropening van de bioscopen, brengt verdeler Imagine de prent nu opnieuw uit voor een volwaardige release.

Martin Provosts La Bonne Épouse weet van bij de eerste beelden waar het heen wil: we volgen doorheen een ironische blik de voorbereidingen van het nieuwe semester in het instituut Van der beck, een prestigieuze meisjesschool in de Elzas, die jongedames voorbereidt op een leven als perfecte echtgenote aan de zijde van een – liefst rijke of machtige – man. De kijk op de door de onberispelijke Paulette (Juliette Binoche) geleide kostschool is vooral op monkelend leedvermaak gestoeld: terwijl een strenge non en een voorbeeldige schoonzuster preken over de juiste houding, het in acht nemen van discretie en het inoefenen van lichaamsverzorging en appelstrudel bakken, staat het Parijs van anno 1967 in vuur en vlam en trekt de seksuele, politieke en feministische revolutie ten strijde tegen alle heilige huisjes waar de school in kwestie voor staat.

Het scenario van Séverine Werba en Provost zelf, gaat daarmee leentjebuur spelen bij Louis Malles Milou en Mai uit 1990, maar mist toch ruimschoots de finesse en subtiliteit van die veruit superieure film. Terwijl Malle op knappe wijze de botsing evoceerde tussen het besloten wereldje van de bourgeoisie en de idealen uit de buitenwereld, raakt La Bonne Épouse niet veel verder dan voor de hand liggende grappen en humor van soms zeer bedenkelijk allooi. Zo zijn er weinig geslaagde grapjes over de tegenstelling tussen de dames die pudeur en bescherming van de zeden hoog in het vaandel dragen en de heer des huizes – echtgenoot van de directrice – die naaktkalenders verbergt en met verlekkerde blik naar de achterwerken van de studentes kijkt. Ook de leerlingen die in opstand komen tegen het toiletregime en in koor ‘pipi, pipi’ beginnen scanderen, is nu niet meteen een moment van dien aard dat het mee zal helpen om de seksuele revolutie te prediken. Het zal allemaal wel bedoeld zijn om de hypocrisie aan de kaak te stellen en de veranderende mores en tijden te verbeelden, maar het zijn ingrepen waar je als kijker bezwaarlijk echt enthousiast kan over worden.

Halverwege wijzigt La Bonne Épouse dan enigszins van toon, nadat de directeur komt te overlijden (hij stikt tijdens het diner in een boutje van het door studentes zorgvuldig bereide konijn) en Paulette er niet alleen achter komt dat haar man gokschulden had, maar ook moet vaststellen dat de bankier die de zaken moet afhandelen, haar vroegere minnaar is die ze al jaren uit het oog verloren heeft (in de meest ridicule scène worden de concentratiekampen erbij gesleurd om uit te leggen waarom de twee elkaar al die tijd niet zagen). De rest van de film toont de stuntelige romance tussen Binoche en haar oude vlam en vooral de langzame transformatie van het hoofdpersonage van muurbloempje tot kranige feministe. Dat laatste wordt bekroond met een onnozel muzikaal nummer waarin de ‘geboden van de perfecte echtgenote’ nu omgezet worden in strijdvaardige leuzes.

De Franse cinema heeft uiteraard een lange traditie in dit soort brede en laagdrempelige ‘feel good’ komedies en Provost (die zijn sporen ook grotendeels als acteur verdiende) is zeker niet de slechtste cineast die zijn hand aan het genre waagt. De man weet duidelijk wel hoe hij een scène moet inblikken, deelt wat knipogen uit (onder andere naar Jean Vigo’s Zéro de Conduite) en schudt hier en daar een paar fraaie shots uit de mouw. Die momenten zijn echter vreselijk schaars en schieten ruimschoots tekort om deze duffe en ongeïnspireerde komedie van de ondergang te redden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + twintig =