Cat Power :: Jukebox

Matador Records
V2, 2008

In 2000 pakte Chan Marshall uit met een coverplaat, ‘The Covers
Record’, iets wat ze zich later zou beklagen. Geheel onterecht
trouwens, want het schijfje bevatte indrukwekkende
herinterpretaties of bewerkingen van songs als ‘Troubled Waters’,
‘Wild Is The Wind’ en ‘(I Can’t Get No) Satisfaction’. Acht jaar
later brengt Marshall met ‘Jukebox’ een nieuwe collectie covers op
de markt. Hoewel de Amerikaanse er andermaal in slaagt nummers als
enkel de hare te laten klinken, klinkt ‘Jukebox’ heel wat anders
dan ‘The Covers Record’. Sinds The Greatest, en dan
vooral de tournee ervan, is Chan Marshall een nieuwe vrouw.

Van door alcohol en andere problemen verstoorde optredens naar tot
in de puntjes georchestreerde shows, het verschil is groot. Chan is
van de drank af en is aan een nieuw leven bezig. Zo is ze het
gezicht van grote reclamecampagnes en probeert ze het nu ook als
actrice, met als meest bekende voorbeeld haar rol in My Blueberry Nights van
Wong Kar Wai. De grote Franz Kafka schreef enkel in periodes waarin
hij zich niet goed voelde en legde de pen neer tijdens zijn betere
levensmomenten. De iets minder grote Chan Marshall volgt dat
voorbeeld gelukkig niet en is geëvolueerd van een onzekere indie
rockster naar een bewuste soulvrouw.

Het grote probleem dat (oudere) Cat Power fans met ‘The Greatest’
hadden en met ‘Jukebox’ zullen hebben is het bijna verdwijnen van
karakter in de songs. Waar Marshalls nummers vroeger aanvoelden
alsof ze die moést zingen en je de emotie in haar nummers als
luisteraar ook kon voelen, klinken haar jongste twee releases als
gladde, weloverwogen en bijna marktgerichte platen. Komt daar nog
eens bij dat haar aandeel erop achteruit is gegaan, want waar de
(veelal schaarse) begeleiding vroeger volledig functioneel was,
heeft zeker ‘The Greatest’ maar ook ‘Jukebox’ het belang van
instrumenten gevoelig de hoogte in gejaagd.

Wil dit zeggen dat haar twee laatste platen minder zijn? Helemaal
niet. ‘Jukebox’ telt (op een paar na) het ene geslaagde nummer na
het andere, op zich niet echt een prestatie gezien het behalve
‘Song to Bobby’ covers zijn en begeleidingsband Dirty Delta Blues
(met onder meer Jim White op drums)
van elke wanprestatie wellicht nog iets fantastisch kan maken.
Opvallend is dat de enige niet-cover een van de sterkste songs op
‘Jukebox’ is. ‘Song to Bobby’, in alle openhartigheid min of meer
een huwelijksaanzoek aan Chans idool Bob Dylan. Het leuke is dat
door de zangstijl en het ritme dit als een nummer van hemzelf
aanvoelt.

Net als op ‘The Covers Record’ neemt Chan nu ook een van haar eigen
nummers onder handen. ‘Metal Heart’ kenden we al van ‘Moon Pix’ en
het moet gezegd, wat Chan hiermee heeft gedaan, klinkt fantastisch.
De song mag dan wat aan subtiliteit hebben ingeboet, de nieuwe
begeleiding en aanpak is groots: een trage opbouw met piano, een
zeer geslaagde introductie van gitaar en drums, en een geleidelijke
overgang van kalmte en beheersing naar uitbundigheid.
Heer-lijk.

In de volledige hervorming van songs is Chan minder ver gegaan dan
op ‘The Covers Record’ maar toch zijn een aantal adaptaties ook
hier echt de moeite. Van de countrysong ‘Ramblin’ Man’ van Hank
Williams maakte Cat Power het erg geslaagde ‘Rambin’ (Wo)man’,
waarin het origineel nog moeilijk te herkennen valt. Bekender is
wellicht ‘New York’, vooral door de versie van Frank Sinatra.
Marshall heeft de oude hit van het nodige stof ontdaan met een
verrassend fris resultaat tot gevolg. Iets gelijkaardigs deed ze
met ‘Don’t Explain’, dat nu werkelijk op ‘Jukebox’ staat te
blinken, met piano in de hoofdrol. Licht dreigende melodieën zorgen
voor een zeker waas van mysterie.

Niet alles is even sprankelend in deze jukebox. ‘Lost Someone’
heeft wel iets liefs maar niet veel meer dan dat, ‘Aretha, Sing One
For Me’ moet het vooral van de instrumenten hebben en ‘A Woman Left
Lonely’ is net niet om bij in slaap te vallen. Dat is de extra cd
van vijf songs die je in het digipack vindt gelukkig niet, al is
die vooral de moeite voor het Spaanstalige (!) ‘Angelitos Negros’.
Ook ‘Naked If I Want To’ – een cover van haar eigen cover – en
‘Breathless’ van Nick Cave zijn niet veel meer dan de voorbeelden
in het Dirty Delta Blues-jasje gestopt.

Het is eerder een persoonlijke teleurstelling dat we Cat Power
wellicht nooit meer haar fantastische indierock zullen zien maken.
Chan heeft immers al laten blijken haar vroegere werk wat beu te
zijn. Het is een kenmerk van vele groten dat ze zich in hun
carrière aan verschillende genres wagen. En het is niet dat de
Amerikaanse ooit de status van een Neil Young of Bob Dylan kan
bereiken, maar wat ze hier doet als bluesrocklady doet ze met
verve. Janis Joplin, you have a daughter.

www.matadorrecords.com/cat_power
www.myspace.com/catpower

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 1 =