We Own the Night





117 min. / 2007 /
VS

Voor wie het nog niet heeft gemerkt: de jaren zeventig zijn
terug. Mottenballenrockers The Eagles genieten van een comeback,
Led Zeppelin heeft een verse verzamelaar in de rekken en ook op
filmvlak brandt de seventies-spirit vuriger dan ooit. Niet
alleen de politieke thrillers rollen half fulminerend van de band
(dankuwel George Clooney), maar ook de retro-aanvoelende
misdaadfilms beleven een ware heropleving, getuige daarvan het
succes van ‘The
Departed’
, ‘Zodiac’, ‘American Gangster’ en
‘Eastern
Promises’
. James Gray, regisseur van het onderschatte ‘The
Yards’, vertoeft eigenlijk al sinds zijn debuut ‘Little Odessa’ in
dat groezelige gangstersfeertje, waar niet alleen cocaïne maar ook
schuld, boete, loyaliteit en corruptie in de lederen binnenzak zit
verstopt. Ondanks het iets te sterk aanwezige déjà-vu-gevoel en de
plaatselijke verzakkingen naar het melodrama heeft Gray ook voor
zijn derde prent ‘We Own the Night’ een stijlvol en door as en
regen gekleurd misdaaddrama afgeleverd. Denk aan een Griekse
tragedie vermomd als policier met de getormenteerde fronsen van
Joaquin Phoenix en Mark Wahlberg in de vuurlinie.

Joaquin Phoenix trekt zijn meest doorleefde smoel aan om in de
huid van Bobby Green te kruipen, de flamboyante manager van een
hippe nachtclub in Brooklyn, anno 1988. Hij heeft een bloedmooie
vriendin (hello hello Eva Mendes), is geliefd bij de
klanten en heeft weinig last van de dealers die in de hoekjes van
de discotheek spul verkopen. Wat zijn ongure vriendenkring niet
weet, is dat Bobby eigenlijk een schuilnaam gebruikt omdat zijn
vader Burt (Robert Duvall blijft leven en acteren) een
gerespecteerde politiecommissaris is. Ook brave broer Joe (Mark
Wahlberg laat de sarcastische opmerkingen achterwege) is
politieagent en werd net gepromoveerd tot kapitein om de drughandel
aan te pakken en Russische druglord Vadim (Alex Veadov) in
te rekenen. Vadim is niet alleen de neef van Bobby’s baas, maar
vertoeft ook geregeld in zijn nachtclub om louche zaakjes op poten
te zetten. Burt en Joe proberen Bobby te overtuigen om te werken
als infiltrant in het drugmilieu, maar hij weigert. Pas wanneer
Vadim persoonlijk afrekent met zijn familie, begint Bobby het
gevaar en het belang van zijn positie in te zien. Hij zal moeten
kiezen tussen zijn eigen familie en zijn succesvolle leven tussen
de gangsters.

James Gray is een jong talent van de oude stempel. Het soort
regisseur dat opkijkt naar het werk van langzaam uitstervende
dinosaurussen als Scorsese (vergelijkingen met ‘The Departed’ zijn niet
toevallig), Coppola en Sidney Lumet. Grays films worden niet
getypeerd door flitsende montagetechnieken, de postmoderne aanpak
van een genre of zelfs fris aangebrachte verhalen. Gray is
behoorlijk oldskool in de meest letterlijke betekenis van
het woord. Thematiek druipt als dikke regendruppels van het grijze
scherm (Shakespeare is nooit veraf), actie wordt schaars maar
effectief ingezet en de acteurs mogen duelleren met dialogen die
meer dan eens naar het theatrale neigen. Het klinkt allemaal
geweldig oubollig en gedateerd, maar in ons huidige MTV-tijdperk
komt dat net fris over. Gray heeft met ‘We Own the Night’ een
oerconventioneel flikkendrama gemaakt, maar bewijst dat met een
stevige, trage opbouw, een resem karakterkoppen (ja, Mark Wahlberg
is een karakterkop!) en een handvol spannende set-pieces
ook nog cinema kan gemaakt worden. Gray beheerst die ouderwetse
aanpak als geen ander (zie zijn andere twee thematisch geladen
misdaadprenten), en ook ‘We Own The Night’ heeft die
classy uitstraling die we vaak te veel moeten missen bij
het Amerikaanse massa-aanbod van vandaag.

Niet dat ‘We Own the Night’ een meesterwerk voor the
ages
is geworden, wel integendeel. Gray heeft in principe zijn
derde variatie op hetzelfde thema gemaakt. Vooral de raakpunten met
het superieure ‘Little Odessa’, waarin Tim Roth een gangster speelt
die terugkeert naar en geconfronteerd wordt met de buurt waar hij
is opgegroeid, zijn markant en opvallend gelijkaardig. ‘We Own the
Night’ is degelijk, maar Gray heeft dit verhaal al eens beter en
geloofwaardiger verteld. Dat kost je punten. Ook het gebruik van
voorspelbare plotconstructies (iedereen zal wel weten welk
personage de aftiteling niet zal halen) om de primaire emoties en
conflicten (een nochtans goed uitgewerkte dualiteit tussen de
personages) op het voorplan te laten treden, werken te veel in het
nadeel van de regisseur. Het is dat de acteurs het zo goed
aanbrengen en dat er een interessante thematiek aan vasthangt, want
anders was de film weinig meer dan een opeenvolging van banale
melodramatische gebeurtenissen. En de grens tussen theatrale
dialogen en trailerhyperbolen wordt ook net iets te vaak
overschreden om goed te zijn. Oldskool of niet, gezwollen
zinnen als ‘I have to do this!’ en ‘The important
thing is that we finish this’
zouden ten alle koste moeten
vermeden worden.

Maar het werkt dus allemaal nog net voldoende om uit te kijken
naar Grays volgende project. De sfeer zit erin, zowel in de
uitbundige nachtclubscènes (Blondie op de soundtrack versterkt het
seventies-gevoel, ook al situeert het verhaal zich in de
jaren tachtig) als tijdens de onderkoelde en onglamoureuze
police talk-momenten en er passeren een paar briljante
suspensescènes om de kijker mee te slepen tot de overdreven maar
bijzonder strak in beeld gezette climax tussen het onheilspellend
geritsel van een rietveld. Vooral de naar Friedkin en ‘The French
Connection’ knipogende drive by shooting-achtervolging is
een huzarenstukje van spanningsopbouw, ten top gedreven door
geluidseffecten, origineel camerawerk (alles is gefilmd vanuit het
standpunt van Joaquin Phoenix die in één van de belaagde wagens
zit) en montage. Niet alleen een technisch hoogtepunt, maar ook op
emotioneel vlak een cruciale scène die eigenlijk een vroegtijdige
catharsis teweegbrengt. Jammer dat Gray na die krachtige scène de
pedalen verliest en zijn toevlucht zoekt in een ontwikkeling die
niet alleen thematisch oninteressant is (in plaats van de
ambiguïteit van Joaquins getormenteerde personage tot een
uitbarsting te laten komen, wordt een seutige morele keuze
gemaakt), maar ook ronduit ongeloofwaardig en geforceerd
overkomt.

‘We Own the Night’ straalt ouderwetse klasse, statigheid en
doorleefdheid uit (net zoals de coole, in retro zwart-wit genomen
affiche). De acteurs geven het beste van zichzelf, Grays
thematische stokpaardjes en sobere visuele stijl blijven
interessant, maar de plot maakt net die paar voorspelbare annex
ongeloofwaardige wendingen te veel, om er een echte klassefilm van
te maken. Misschien wordt het gewoon eens tijd dat Gray zich uit
dat donkere misdaadmilieu murwt en met zijn rastalent nieuwe
gebieden verkent. Want nog zo’n grimmig stadsdrama met deprimerende
fronskoppen zou er echt één teveel zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × drie =