Bottle Rocket





Het oeuvre van Wes Anderson laat zich nog het best
vergelijken met een charmant vertelde, maar ook kurkdroge mop waar
je ofwel onmiddelijk plat voor gaat of volledig op afknapt. Ofwel
aanvaard je het disfunctionele wereldje dat uit de bizarre
bovenkamer van Anderson wordt gehaald, ofwel staar je verbouwereerd
in het ijle wanneer een matroos David Bowie-nummers in het
Portugees begint te zingen. De klik komt niet altijd even
makkelijk, maar wanneer je dan toch toegeeft aan de alternatieve en
ongelooflijk gedetailleerde hersenspinsels van Anderson, dan wacht
er een heerlijk absurd universum achter de brave en conventionele
bruggen. Een wereld waarin de Tenenbaums het woord familie een
nieuwe betekenis geven, de zeediertjes zich nog in stop-motion
voortbewegen en een freaky scholier toneelstukken maakt
van ‘Serpico’ en ‘Apocalypse Now’. En weet dat het allemaal begon
met ‘Bottle Rocket’, een goedgeluimde komedie uit Andersonville
waarin de broertjes Wilson, gekleed in een kanariegele overall, de
weg proberen te vinden naar hun big score. Krul de
mondhoeken maar al naar een zacht goedkeurende glimlach.

Anthony (Luke Wilson) is een doelloze twintiger die na een
vrijwillige adempauze in een instelling voor mentaal getroebleerde
geesten op sleeptouw wordt genomen door zijn vriend Dignam (Owen
Wilson). De overenthousiaste Dignam heeft grote plannen en hoopt
zich te kunnen bewijzen als kruimeldief om indruk te maken op
lokale misdaadman en tuinier Mr. Henry (James Caan). Na een
geslaagde (nu ja) overval op een boekenwinkel, vluchten Anthony,
Dignam en Bob de chauffeur (Robert Musgrave) de baan op – ook al
zit niemand hen achterna – en houden ze zich gedeisd in een motel.
Dignam geniet van het avontuur, Bob zou het liefst van al gewoon
terug naar huis gaan en Anthony wordt smoorverliefd op Inez (Lumi
Cavazos), de schattigste schoonmaakster die ooit een motelkamertje
heeft moeten verfrissen. Swoon…

‘All the young dudes’, zo noemde producer Michael de
Luca de jonge garde Amerikaase filmmakers die halverwege de jaren
negentig met hun niet aflatend talent kwamen aankloppen. Regisseurs
met een neus voor cinefiel entertainment die de steun kregen van de
studio’s en tóch hun onafhankelijkheid konden bewaren. Jongens
zoals David O. Russell, David Fincher, Spike Jonze, Paul Thomas
Anderson en niet te vergeten ook meisje Sofia Coppola, die met
‘The Virgin
Suicides’
haar beruchte optreden in papa’s maffia-epos deed
vergeten. Ook Wes Anderson maakte deel uit van de New New Wave
(opgegroeid met de invloedrijke jaren zeventig-cinema) die tot
vandaag furore blijft maken met eigenzinnige cinema voor
eigenzinnige kijkers. Het was topproducer James L. Brooks die zijn
oog liet vallen op het in 16mm gedraaide kortfilmpje ‘Bottle
Rocket’ en Anderson de kans gaf om zijn project uit te rekken tot
een langspeelfilm. Het resultaat liet de kiem van het talent zien,
maar het was nog geen onweerstaanbare ‘Rushmore’.

‘Bottle Rocket’ mag dan wel alle typische kenmerken van een
vintage Anderson meedragen, het resultaat is nog niet de
eigenzinnige en unieke quirkiness die van ‘Rushmore’ en
‘The Royal
Tenenbaums’
disfunctionele pareltjes maakte. De zorgvuldige
symmetrische composities, de kleurrijke personages met een halve
hoek af, de clevere dialogen met een air de slacker en
uiteraard de uitbundige retro-soundtrack om het naïeve enthousiasme
te evoceren. Het is allemaal aanwezig, maar op een iets te
onsamenhangende manier om echt goed te zijn. De grappige vondsten
(in de finale met de amateuristische overval op een opslagplaats
zit Wes eindelijk op het juiste wolkje) worden met andere woorden
iets te vaak en te lang onderbroken door dode en tempovertragende
stukken, die de zwaktes van het dunne verhaaltje alleen maar
vergroten.

Het grootste probleem met Wes Anderson zijn debuut is nogal voor
de hand liggend: ‘Bottle Rocket’ was een studentenkortfilmpje dat
werd uitgerokken voor een langspeelversie die zijn lengte niet
volledig kan verantwoorden. ‘Bottle Rocket’ is opgebouwd als een
niet altijd even vlot aanvoelende drie-akter die aan een
wisselvallig tempo de personages introduceert (pluspunt voor de
toonzettende openingsscène), daarna pijnlijk stilvalt voor de veel
te lang aanslepende amoureuze ontwikkelingen van Anthony en Inez om
in het laatste half uur dan toch op het juiste spoor te eindigen
met een perfect georchestreerde finale die zoveel beter is dan het
uur dat er aan vooraf gaat. Dat alles maakt van ‘Bottle Rocket’ een
weinig samenhangende tragikomedie die cruciale personages te lang
laat verdwijnen en te veel de tijd neemt om nietszeggende dingen te
herhalen (de romance is cute as pie, maar Anthony is een
te saai personage om het boeiend te houden). Gelukkig heeft de film
genoeg charme, verborgen humormomentjes en Owen Wilson (tevens de
co-scenarist en boezemvriend van Wes Anderson) om de screwball
caper
in leven te houden.

Het is moeilijk om niet gecharmeerd te raken door de strapatsen
van het trio losers dat als goedkoop vuurwerk (en voila, daar komt
de titel ‘Bottle Rocket’ vandaan) rondknettert van de ene
halfgeslaagde overval naar de andere. Luke Wilson is aandoenlijk en
geloofwaardig als de leading man die doelloos rondsuft tot
hij verliefd wordt op een prinses vermomd als een Paraguyaanse
schoonmaakster, maar mist de pit en de grillige onvoorspelbaarheid
die zijn broer Owen in een rol kan steken. Luke is de aangever,
maar het is Owen die ze in doel trapt met zijn herkenbare
easygoing slackertypetje dat hij sindsdien opnieuw en
opnieuw en opnieuw blijft spelen. Over zijn acting range
kan er gediscussieerd worden, maar als je een blonde stoner met een
idiote grijns nodig hebt, dan is Owen de man voor de job.

En dan zijn er nog de Andersoneske kwinkslagen die verstopt
zitten in de omgevingen en dialogen. Let op het loungy interieur
tijdens het feestje (die kitschy lippenfauteuil!), de pleisterjes
op de neuzen tijdens de overval en het ongelooflijk kig
brommertje waar Owen mee rondsjeest in de tweede helft van de film.
Het zijn speldeprikjes van de typisch absurde droge humor die later
nog veel beter uitgewerkt zou terugkeren in het rijpere werk van de
regisseur.

‘Bottle Rocket’ is duidelijk de minste van Wes Anderson. Alle
elementen zijn min of meer aanwezig, maar je ziet de regisseur nog
te veel zoeken naar zijn schwung om het allemaal
harmonisch samen te brengen. Nu blijft het een genietbaar kleinood
dat het vooral moet hebben van zijn momenten en aanstekelijke
charme. Dat is voldoende, maar ‘Rushmore’ zou niet veel later
zoveel meer droge fun bieden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × drie =