Songs Of Green Pheasant :: Gyllyng Street

Iedereen kent hen wel: de jonge, goedmenende leerkrachten die na schooltijd graag de sfeer van hun tienerjaren opsnuiven, jeugdige ouderen die beweren nog jong van geest te zijn. Om dat te bewijzen nemen ze op tijd en stond hun gitaar mee naar school , waar ze dolenthousiast nummers van The Beatles, The Animals of godbetert Simon & Garfunkel ("The Boxer"!) spelen.

Er zou een wet uitgevaardigd moeten worden die docenten verbiedt op school gitaren of andere rockinstrumenten te bespelen, ware het niet dat een enkele uitzondering bewijst dat het ook anders kan. Duncan Sumpner, de leidende kracht achter Songs Of Green Pheasant, is immers — zoals in reviews tot in den treure herhaald wordt — leraar van beroep. Wanneer de man niet voor de klas staat of in schoolse activiteiten verwikkeld is, schrijft hij kleine popsongs. En dat doet hij inmiddels al drie platen lang.

Een klein jaar na Aerial Days ligt opvolger Gyllyng Street al in de platenbakken, een plaat waarvoor je het haardvuur best lekker laat knetteren wanneer het nummer "Boats" de spits afbijt. Het nummer heeft een vrolijk deinend ritme gekregen waarboven Sumpners meest etherische stem zweeft. De gitaren lijken dan weer naar shoegazers met een minderwaardigheidscomplex te verwijzen en laten nergens hun iele verstoorde klanken scheuren. Het bellengeratel op het einde is het enige geluid dat de rust verstoort.

Zonder de in het nummer aanwezige dissonante klanken was "King Friday" voorbijgeslopen terwijl niemand er erg in had. Nu en dan valt er in Sumpners gezang een echo van Syd Barrett te horen, maar de op elkaar gestapelde muzieklijnen verraden eerder een knutselaar die nog naarstig in zijn atelier aan het werk is. De tempowissel rond de tweede minuut is nauwelijks meer dan een rimpel in het water en klinkt dan ook weinig geloofwaardig.

Het venijn zit in de staart, hoewel meteen duidelijk is dat er opnieuw een rustige song klaar staat. "The Ballad Of Century Paul" dient zich immers al even bescheiden aan als zijn twee voorgangers. Een snuifje Beatles, een streepje Pink Floyd en wat (psych-)folk (die fluit!) geven de grotendeels instrumentale song mee vorm. Op "Fires P.G.R." mag Julie Cole de vocalen voor haar rekening nemen, terwijl de kaduke drum en repetitieve gitaarlijnen lippendienst bewijzen aan de zachte en dromerige new wave van Cocteau Twins en Cranes.

Op het acht minuten lange "West Coast Profiling" is die invloed nog duidelijker te horen. De zwevende song laat de gitaren samenvloeien met buitenwereldlijke klanken. Sumpner weifelt tussen voluit zingen en fluisteren, waarna een coda het nummer na een slordige vijf minuten afsluit.

Ook "Alex Drifting Alone" overschrijdt moeiteloos de acht minuten, hoewel in dit nummer een vreemd soort troosteloosheid heerst die zijn kracht aan de weemoedige trompetklanken van Clive Scott dankt. Het meest intrigerende nummer is evenwel de soundscape "A Sketch Dor Mainport" — ook al boven de acht minuten — die geleidelijk reguliere instrumenten toelaat maar nooit zijn doel uit het oog verliest. Het is de enige song waarop Sumpner afwijkt van zijn stramien, al blijven de echo’s van zijn andere nummers duidelijk hoorbaar.

Op Gyllyng Street overheersen opnieuw dromerige songs zonder dat ze nadrukkelijk weemoedig of melancholisch willen zijn. Een kniesoor zal opmerken dat de nieuwe plaat in essentie weinig toevoegt aan het oudere werk. Maar wie al weet hoe hij fijne droompopnummers moet afleveren, hoeft zichzelf heus niet opnieuw uit te vinden met elke plaat. Die heeft zijn stem al lang gevonden. Fans van Songs Of Green Pheasant kunnen dus op beide oren slapen, ware het niet dat ze dit kleine poppareltje dan dreigen te missen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 − vijf =