Songs of Green Pheasant :: Gyllyng Street



Met ‘Maiden Voyage’ liet Herbie Hancock zich al inspireren door de
zee en ook Paul Snoek gebruikte het wassende water veelvuldig als
metafoor in z’n poëzie. ‘Dat moet ik ook kunnen’, heeft Duncan
Sumpner, de man achter Songs of Green Pheasant, waarschijnlijk
gedacht, want zijn epische songs overspoelen de luisteraar als
onvoorspelbare getijden. Op zijn vorige plaat schiep de man nog een
folkweide die sporadisch werd getransformeerd tot een mijnenveld,
maar ‘Gyllyng Street’ voelt aan als een dal dat onder water werd
gezet na het breken van de stuwdam der conventionele folk. De
akoestische gitaar werd ingeruild voor haar elektrische soortgenoot
en enkele ijle samples en welgemikte synths laten deze kruik te
water gaan. Barstjes blijven opnieuw uit, want Songs of Green
Pheasant klinkt alweer pastoraal met een vervaarlijk randje, maar
Sumpner slaagt er tegelijkertijd in om de luisteraar te verrassen
met een gemuteerde klankenwereld.

De hoes verraadt veel over ‘Gyllyng Street’: Sumpner staat op de
krijtrotsen en vraagt de zee om inspiratie. Postrockwinden en
passaten van subtiele elektronica komen hem tegemoet en deze
invloeden resulteren in het verstilde melodie-minimalisme van deze
plaat. Luister bijvoorbeeld naar ‘Fires P.G.R.’ dat met een wind
van zoete vrouwenstemmen koers zet naar de volledige bedwelming.
‘Gyllyng Street’ telt slechts zeven nummers, maar elke song
ontbolstert erg gestadig en gaat pas voor anker wanneer de
luisteraar de fase van extase heeft bereikt. Dat geldt ook voor het
desolate ‘Alex Drifting Alone’, waarin de schipbreukeling geen
steun zoekt bij een volleybal zoals Tom Hanks in Cast Away, maar bij een
vlot van echoënde gitaarklanken en koperblazers.

Songs of Green Pheasant verloochent echter z’n roots niet en
Sumpner pakt ook uit met ijle vocale melodieën die herinneren aan
het debuut. Zo schiet opener ‘Boats’ niet uit de startblokken als
Steve Fossett die een katamaran-race wil winnen, maar meandert de
song door Venetiaanse kanaaltjes om te eindigen in het klokkengelui
van het San Marco-plein. ‘The Ballad of Century Paul’ kiest dan
weer voor de open zee maar meeuwenklanken stellen ons gerust en ook
de gemoedelijke stem van Sumpner overtuigt de luisteraar dat een
veilige terugkeer nog mogelijk is. ‘West Coast Profiling’ gaat op
de ingeslagen weg verder met breekbare vocals als papieren bootjes
die worden geruggensteund door een zachte beat en fluwelen
pianoklanken. Als Apse vecht tegen de
kilte en de angst, dan probeert Sumpner met deze plaat de totale
eenzaamheid te verklanken én te overwinnen.
‘Gyllyng Street’ bereikt zijn catharsis echter pas met de
ontroerende soundscape ‘A Sketch For Maenporth’. Het water klotst
tegen de wanden van het schip wanneer het de haven binnenvaart en
een zweverige drone zet de gelukzalige vreugde op muziek van de
eenzame schipper die voet aan wal kan zetten. Denk múm, denk Wixel, denk
meeslepende pracht!

Als we moeten kiezen tussen ‘Met Jambers onder zeil’ en deze plaat,
is de keuze gauw gemaakt. Daar kan zelfs Pascale Naessens niks aan
veranderen. Op ‘Gyllyng Street’ zijn er namelijk geen gekunstelde
gesprekjes te horen over koetjes en kalfjes, maar harmonieuze songs
die natuurlijk en puur aanvoelen. Voor de tweede keer op rij dekt
Songs of Green Pheasant de luisteraar toe met een emotionele warmte
die beroert en ontroert. Voor wie wil varen op de binnenwateren van
de ziel, is ‘Gyllyng Street’ gesneden koek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + zes =