Einstürzende Neubauten :: Alles Wieder Offen

Vele bands hebben een misleidende naam. Een onwetend iemand die een
plaat van Pixies in de cd-lader schuift in de hoop te kunnen
drijven op een vlot van Scandinavische elfjespop, zal nog geen
beetje schrikken wanneer Frank Black begint te schuimbekken als een
vergiftigde hond. Niet zo bij Einstürzende Neubauten, deze band
doet z’n naam eer aan. Dit Duitse collectief schopt namelijk niet
tegen heilige huisjes, maar ze dynamiteren de gepolijste en
zielloze nieuwbouw binnen de muziekindustrie om dan dada-gewijs met
het puin een hoogst eigen en bijzonder geluid te scheppen. Als
Blixa Bargeld en co moeten vergeleken worden met een gebouw, dan
zou het een statig kraakpand met industriële allures zijn waaruit
even wonderlijke en bevreemdende klanken opstijgen als uit de pas
opnieuw geactiveerde chocoladefabriek van Willy Wonka.

Na 25 jaar mag Einstürzende Neubauten dan lijken op een niet in te
nemen vesting, maar de financiële fundamenten zijn ondertussen
weggeërodeerd, waardoor dit zelf uitgebrachte album de plaat van de
laatste kans is. Met hun geringe financiële injecties proberen de
platenbonzen de band dan wel kapot te krijgen, maar ‘Alles Wieder
Offen’ klampt zich als Homer Simpson vast aan de loden bal van de
sloopmachine. Na het fantastische Perpetuum Mobile is
deze plaat immers opnieuw een ijzersterke release van de
Neubauten.

“Bleibst du jetzt hier?/Bleibst du jetzt hier, oder was?”,
het zijn de laatste woorden van opener ‘Die Wellen’, een prachtig
staaltje crescendo-dreiging dat je als een gestadig hoger wordende
golf overspoelt. Bargeld smeekt de frasen op een bijna dreigende
manier alsof hij de luisteraar voor altijd aan hem wil binden. Niet
onlogisch, want het voortbestaan van Einstürzende Neubauten hangt
namelijk van de fans af. ‘Alles Wieder Offen’ is betaald met het
geld van de abonnees van www.neubauten.org en de band verzorgt zelf de promotie
en marketing om de hand uit te steken naar het laatste sprankeltje
licht in de economische duisternis. Om de luisteraar van de
noodzaak van de band te overtuigen, bewerkt Einstürzende Neubauten
de gehoorwegen niet met metalen buizen tot er bloed uit de
oorschelpen druipt. Het industriële vuur en de militaristische
oorlogsmarsen worden op ‘Alles Wieder Offen’ gedoofd door het
zweverige, intimistische geluid van Perpetuum Mobile, dat
alle kansen krijgt om te verleiden en bedwelmen.

Enkel in het dreunende ‘Weil Weil Weil’ weerklinkt de metalen
oorlogstrom en trekken de Duiters als een geolied Spartaans leger
ten strijde met Bargeld als vastberaden Leonidas. In ‘Let’s Do It A
Dada’ is het dan weer de Marcel Duchamp in de Duitsers die de
overhand neemt. Met huishoudelijke apparatuur, elektronische
manipulaties en de onvolprezen electric drill record
player
eert de band het dadaïsme met een stuwende percussieve
mantra in de trant van Liars.
‘Unvollständigkeit’ documenteert de frustratie van mentale leegte
dan weer met een verstilde dreiging. “Aber bin ich noch
vollständig genug/hab ich noch alle beisammen?”
, fluistert
Bargeld vertwijfeld, waarna hij aan een opsomming van verschillende
objecten begint om zich uit de psychische diepte te trekken. Om
zijn strijd te onderstrepen komen macabere strijkers als een
sprinkhanenleger uit de afgrond gekropen. Onze gedachten gingen
onmiddellijk uit naar The Drift, waarop
Scott Walker de zeven plagen op noten zette.

Toch zijn deze songs slechts koortserige momentopnames, want hoewel
de experimenteerdrift van deze band nooit aan banden zal gelegd
worden, straalt ‘Alles Wieder Offen’ een grote rust en
ingetogenheid uit. De band verklaart alles weer open en de
drammerigheid van het vroegere werk verlaat als een nest schichtige
vleermuizen de habitat van de Neubauten. De band klinkt complexloos
en speelt met veel focus zonder het spelplezier uit het oog te
verliezen. Die bevrijding komt helemaal tot uiting in ‘Von Wegen’.
“Sehnsucht ist die einzige Energie”, zingt Bargeld terwijl
grote metalen drums en meeslepende strijkers (een prachtige
constante op deze plaat) een verslavend dansje uitvoeren op het
puin van de financiële onzekerheid.

Nog meer bedaarde pracht valt te horen in het gestroomlijnde
‘Nagorny Karabach’ dat aan de late dEUS doet denken en ‘Ich Hatte
Ein Wort’, waarin een enthousiaste Bargeld zich zelfs Thor-gewijs
aan een ‘di di di…’-zanglijn waagt. Het titelnummer bulkt van de
details, maar klinkt erg atmosferisch. Hetzelfde geldt voor het
bijna religieuze ‘Susej’ waarin de symfonische arrangementen voor
prikkelingen zorgen. De band laat de plaat echter zonder catharsis
eindigen met het sublieme ‘Ich Warte’, waarin Bargeld met veel
gevoel voor berusting een opsomming geeft van de vragen waarop hij
nog steeds een antwoord zoekt.

Zo, alle songs zijn vermeld en zwakke schakels zijn er niet aan te
pas gekomen. ‘Alles Wieder Offen’ is een geoliede ketting waarmee
Einstürzende Neubauten de luisteraar niet als een sm-slaaf pijnigt,
maar kiest voor zachtjes strelen. Het koude ijzer op de huid zorgt
voor aanhoudende rillingen en de verslaving is bij deze plaat dan
ook al snel een feit. Wie ‘Alles Wieder Offen’ in huis haalt, slaat
twee vliegen in een klap. Uw cd-kast heeft er weer een fantastische
bewoner bij en u zorgt voor het voortbestaan van een van de meest
interessante collectieven in de 21ste eeuwse muziekwereld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 4 =