Rilo Kiley :: Under The Blacklight

Rilo Kiley maakt de definitieve overstap naar een majorlabel met een zonnige popplaat, en hop daar staan de indiekindjes op hun achterste poten. "Het klinkt allemaal wel proper, maar achteraf voel je je schuldig, en wil je de schuld van je afwassen", jankt Pitchfork zelfs. Balderdash, riposteren wij op zoveel nonsens. Under The Blacklight is een heel straffe popplaat geworden.

Trouwens, is Rilo Kiley wel zo commercieel gegaan als nu in bepaalde kringen gehuild wordt? Sure, de band levert met "Dreamworld" de beste Fleetwood Mac-single af in twintig jaar. Ja: er is al eens een discokoortje te horen. Maar hebt u hen al gehoord op Donna? We denken van niet, en we vermoeden evenmin dat het voor binnenkort is. De mainstream van gisteren is al lang in de marge beland.

Op de hoes en in het boekje: detailopnames uit groezelige nachtclubs in Los Angeles. En daartussen de band, een beetje aan de rand of als vreemdelingen in het gewoel: als afstandelijke observatoren. "ID required", want op Under The Blacklight exploreert frontvrouwe Jenny Lewis de minder propere kantjes van de mens.

Neem nu "15". Een straffe soulballad, maar dan wel één over een foute chatrelatie tussen een wat oudere man en een meisje van vijftien: "She was bruised like a cherry, ripe as a peach / how could he have known that she was only fifteen?" En in de wel erg gortdroge, funky single "The Moneymaker" is het niet moeilijk een reflectie te zien van Lewis’ verleden als kindsterretje, toen zij de kostwinner van het gezin was. In "Close Call" gaat het dan weer van: "Funny thing about money for sex / you might get rich, but you die by it".

Under The Blacklight is met nadruk een plaat die het Californiëgevoel uitademt: muzikaal is het al handclaps en zonneschijn dat de klok slaat. Het mooiste nog in het erg prettige "Breakin’ Up", een joyeus einderelatieverhaal dat begint met de droge mededeling "It’s not as if New York City burned to the ground / Once you drove away". Met een juichend Jackson Five-koortje bezingt Lewis uiteindelijk de herwonnen vrijheid. "Smoke Detector" roept dan weer de onschuld van een jaren vijftigdansvloer op, en "Dejalo" geeft Under The Blacklight een lichte latinotoets. In "The Angels Hung Around" waart de geest van Roy Orbison rond, wiens "Handle Me With Care" Lewis nog coverde op haar soloplaat vorig jaar.

Van begin tot einde — op "Dreamworld" na — is het ook Lewis die het hoge woord voert. Sinds Rabbit Fur Coat zingt ze met meer persoonlijkheid en vertrouwen, overigens niet meer dan terecht: haar gouden stembanden geven de pop van Rilo Kiley een extra silver lining. In "Close Call" slingert ze haar zanglijn prachtig tussen de instrumenten, die slechts het hoognodige doen. Want dat is de andere troef van Under The Blacklight: hier is een echte groep aan het werk die, goed op elkaar ingespeeld, zich niet meer roert dan vereist.

Met het alweer prachtige, ingetogen "Give A Little Love" besluit Under The Blacklight, één van de mooiste verrassingen van dit jaar. Veel indiegroepjes zouden de prut eens uit hun hoofd moeten halen, en de moedige stap van Rilo Kiley volgen: niets mis met goede muziek die een groot publiek kan bereiken. Under The Blacklight verdient die bredere luisterkring. Hup, u moest al op weg zijn naar uw platenboer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vier =