Jenny Lewis with The Watson Twins :: Rabbit Fur Coat

Boots zijn terug in, zo vertellen modegoeroes ons alom. Hoe kan het ook anders, met al die jongeren die zich wentelen in weemoedige americana? Als het van sommigen zou afhangen, worden ook de lasso en de sporen binnenkort verplichte hippe attributen, want het mag soms erg traditioneel. Kijk naar Rabbit Fur Coat van indiekoningin Jenny Lewis, dat — "yeehaw" nog aan toe — wel erg hard lonkt naar vervolgen tijden.

Het is een vraag waar ze zelf niet uit zijn: hoe komt het dat jonge indie-artiesten plots de countrysoul van het oude Nashville hebben herontdekt? Feit is dat de muziek uit het voormalige wilde westen terug hip is. Trok Cat Power voor haar recente The Greatest de studio in met Al Greens muzikanten, een jaar eerder injecteerde Bright Eyes op I’m Wide Awake, It’s Morning zijn dagboekschrijfselen al met een forse scheut country.

Samen met Bright Eyesproducer Mike Mogis bewandelt Lewis nu diezelfde route. Een aantal songs die ze niet voor Rilo Kiley geschikt achtte, bleken al hard beïnvloed te zijn door traditionele grootheden als Laura Nyro. Lewis besloot het pad dan maar volledig te volgen: met backing vocals van The Watson Twins werd Rabbit Fur Coat een plaat die nadrukkelijk niet hedendaags is.

"Ik wil gewoon verhalen vertellen, en dan is die eenvoudige muziek het best geschikt", zo verklaart Lewis haar keuze. Allemaal goed en wel, maar soms gaat het muzikaal wel de mist in en komt de chanteuse te dicht op de grens met de schmalz, die het genre zijn slechte naam gaf. A capella-opener "Run Devil Run" had van ons niet gehoeven, en uit "Rise Up With Fists" sijpelt genoeg stroop om de Luikse siroopindustrie overuren te laten draaien.

Lewis kan de nagel echter ook wel op de kop slaan. "The Charging Sky" is een aanstekelijke deun en "Melt Your Heart" blijft aan de goede kant van foute grenzen om schoonmelig te blijven. Het mag wel eens plakken maar dan niet zoals in Luik. Waarna "You Are What You Love" weer wat leven in de brouwerij brengt met een stel waarheden als een koe.

Met dat centraal trio is het hoogtepunt wel gepasseerd. Titelsong "Rabbit Fur Coat" kan niet helemaal overtuigen, naar het einde klinkt deze plaat wat vermoeid. Ware het niet dat Lewis nog één konijn in haar Stetson heeft zitten: de Traveling Wilburyscover "Handle With Care". Met de vocale steun van indierocktoppers Conor Oberst, M. Ward en Ben Gibbard is het een gezellige boel waarbij het plezier voor een keer uit de boxen spat.

Dit is het probleem met Rabbit Fur Coat: Lewis heeft een plaat gemaakt die zich zo hard spiegelt aan de grote voorbeelden uit moeders platenkast, dat ze haar eigen, veel boeiender gezicht is kwijtgespeeld. Waar Bright Eyes en Cat Power hun geluid opsmukten met wat typische stijlkenmerken en gasten, verloor Lewis zich zo hard dat ze met niet meer dan een pastiche afkomt. We vrezen dat Lewis beter af is als ze bij de indiejongens van Rilo Kiley de rockchick speelt. De jeans staat haar sowieso beter dan die brave rode jurk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + achttien =