Prince :: Planet Earth

Sony/BMG, 2007

Prince Rogers Nelson is wat je met een beetje goede wil een held
kan noemen. Nu niet op dezelfde duizelingwekkende hoogten als een
Thom Yorke, Morrissey, Nick Cave of andere Michael Rasmussens
(Jehova, hello!), maar geen zinnig mens kan ontkennen dat Prince
voor de laatste twintig jaar popmuziek even belangrijk is geweest
als Johny Voners voor Eén. Denk aan het in ’82 verschenen ‘1999’,
waarop de man zijn luisteraars uitlegde wat soul en seks juist
waren, of aan het vijf jaar later uitgebrachte ‘Sign O’ The Times’,
dat balanceert tussen soul en jazz, zever en sérieux, blank en
zwart. Al was dat voor Prince en konsoorten nooit echt een
punt.

Om maar te zeggen dat iedereen die het zich in zijn hoofd haalt om
de loftrompet niet af te steken over alles wat deze anderhalve
meter genialiteit uit zijn vezels schudt, dringend tot het besef
moet komen dat Prince in het leger des levens koning is. En de
rest, die is ondersoldaat.
En toch. Hoe crescendo Prince’s relevantie de afgelopen twintig
jaar ook ging, met zijn nieuw werk werd per album de
tegenovergestelde richting ingeslagen. Net zoals ‘Musicology’ en
‘3121’ is ook Planet Earth niet het album geworden dat ergens nog
in hem zit. Akkoord, het is tegenwoordig niet makkelijk, nu adepten
van lager allooi Prince schaamteloos zijn gaan plagiëren en handige
producers voor andere artiesten zijn cd’s maken, maar van een man
als Prince verwachten we toch iets meer.

Niet dat ‘Planet Earth’ zo’n gruwel is geworden. Als Michael
Jackson zichzelf had uitgevonden, en dit Prince zijn debuut was
geweest had het zeker naast het beste van de witste gekleurde
medemens mogen staan. Dat hoor je aan de uitstekende opener, tevens
de titeltrack. Ook al doet deze song wat on-Prince aan, en klinkt
hij meer als Damien Rice dan als James Brown (die naam zal u nog
tegenkomen), het nummer is vinniger dan alles wat de soft-rock de
laatste jaren heeft voortgebracht. In ‘Guitar’, een ode aan de
rock, zit wel al funk, doch nog niet overdreven veel. Daarvoor is
het wachten op de tweede helft van de cd, met eerst ‘Mr.Goodnight’,
waar James Brown – voilà – D’Angelo ontmoet zoals enkel Dante en
Vergilius het hen hebben voorgedaan. Het vagevuur van funk en
hip-hop resulteert in een van de momenten waarop Prince zijn oude
niveau wél haalt. Evenzo in ‘Chelsea Rodgers’; ingewijden zouden
het disco kunnen noemen, anderen kunnen er gewoon op dansen.
Andere hoogtepunten zijn de vaak tragere nummers, zoals ‘Somewhere
Here On Earth’ en ‘All The Midnights’, beide gekenmerkt door een
ijzersterke intro en een goed bij stem zijnde zanger, maar evenzeer
‘The One U Wanna C’, met een sterke vrouwelijke
Revolution-vertegenwoordiging. Niet het origineelste nummer op
‘Planet Earth’, maar wel campy, sterk, en gewoon geestig.

De plaat valt vooral tegen naar het eind, met ‘Lion Of Judah’, dat
begint met de riff van ‘Purple Rain’ maar te catchy is om okee te
zijn, en ‘Resolution’, een vlak nummer om snel te vergeten, al
neigt het refrein wat naar ‘Little Red Corvette’ van een goeie 25
jaar geleden.

Als je vaker in de media komt met je randprojecten dan met je nieuw
materiaal, kan je al raden dat er dingen fout zitten. De laatste
jaren hebben we van Prince gehoord dat hij getuige van Jehova was
geworden, cd’s uitdeelde op optredens en lucratieve shows gaf in
Las Vegas. ‘Planet Earth’ zorgde voor controverse door gratis bij
een Britse krant te zitten, en zo eigenlijk illegaal en volledig
tegen de wetten van de platenbonzen in verkrijgbaar te zijn, en
klinkt, alles bij elkaar genomen, best okee om anno 2007
uitgebracht te worden. Wij blijven hopen op de comeback van Frank
Vandenbroucke en de oude Prince, maar voor beiden koesteren we niet
al te veel hoop. Al is het laatste afstervende sprankeltje
uiteraard het finale einde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 15 =