Björk :: Volta

We hebben doorheen de carrière van Björk al enkele wendingen moeten
verwerken, die de laatste jaren steeds drastischer werden. Voor
‘Vespertine’ verliet ze de uptempo popsound die op haar vorige
platen steeds eclectischer geworden was. Het resultaat was een
licht ontvlambare tot zachtjes smeulende plaat die zich nestelt in
de stille schermzones des levens. Op opvolger Medulla werd bijna
alle instrumentale inbreng gebannen, om aan te tonen dat de
menselijke stem flexibel genoeg is om een boeiend, gevarieerd album
mee te boetseren. Drie jaar later zet Björk met ‘Volta’ niet nog
een stap verder weg van het establishment, maar keert ze terug naar
het ongebreidelde amusement van weleer. Björk zelf gaf in de
voorbereidende fase dan ook al te kennen haar sérieux opnieuw te
willen omruilen voor full-bodied fun.

Naar goede gewoonte liet ze zich bij deze nieuwe queeste alweer
bijstaan door de huidige cream of the crop. Tim Mosley
aka Timbaland was een heel verrassende keuze, maar de
single ‘Earth Intruders’ toonde meteen de sterke
aantrekkingskracht. Toch is dit nummer vintage Björk: een tribal
beat stuurt haar terug naar de opzwepende experimentele pop van
‘Post’ en ‘Homogenic’. ‘Innocence’ draagt een duidelijkere
Timbaland-stempel en klinkt nog opzwepender dan de single. Ingeleid
door een Missy Elliott-groove loopt de track over in een amalgaam
van ‘Alarm Call’ en ‘Triumph Of A Heart’, met de meest markante
hiphopritmiek die we bij de IJslandse nimf al mochten opmerken. Wie
met het derde bezoek van de heer Mosley op de plaat de apotheose
verwachtte, krijgt echter een teleurstelling te verwerken, want bij
‘Hope’ gaat hij het verkeerde pad op. De eentonige beat past niet
bij de trage melodie, waarover Björk op zagerige wijze het
moraliserende vingertje opheft richting zelfmoordterroristen, om te
besluiten met de kleffe flower power-conclusie “Well I don’t
care, love is all”
.

Timbaland kon serieus op zijn bek gaan met deze opdracht, maar
slaagde in zijn missie om ‘Volta’ te voorzien van een amusante
uitstraling. Wanneer hij dieper het Björk-universum tracht binnen
te dringen, gaat het echter wringen. Dan horen we dat Mark Bell
(medeverantwoordelijk voor het meesterwerk ‘Homogenic’) een grotere
affiniteit heeft met de stem van mevrouw Guðmundsdóttir en
catchy op een intrigerendere manier weet te brengen. Voor
het pareltje ‘Wanderlust’ (een samenwerking met die andere oude
bekende Sjón) combineert hij beats en brass in het betere
laagjeswerk. Zo legt hij een complexe grondlaag waarover Björk haar
vocale kracht voluit in verschillende registers mag opensmeren.
“Peel off the layers until you get to the core” horen we
haar zingen en zachtjes dringt Bell inderdaad door tot het drukke
zenuwcentrum van Björks geest, om tegen ‘Declare Independance’ de
furie in haar boven te halen die we sinds ‘Pluto’ niet meer gehoord
hadden. Toch gaat deze song nog verder dan zijn voorganger en laat
Bell zijn muze over een aanzwellende smeltkroes van bigbeat en
noiserock een onafhankelijkheidsboodschap (volgens insiders gericht
tot Groenland en de Faroër-eilanden) sissen, declameren en briesen.
Evengoed kan hij ook doordringen tot de meest intieme vertrekken
van haar gedachtengang. Die worden prachtig blootgelegd op de
sluimerende oriëntaalse klanken van ‘I See Who You Are’, dat
illustreert hoe de intieme band tussen zielsverwanten doorheen de
jaren niet degenereert maar enkel sterker wordt.

Met deze overgang van uitzinnigheid naar rust zijn we
terechtgekomen bij de keerzijde van ‘Volta’, want wie dacht dat
Björks jongste welp een pure party animal is, heeft het bij het
verkeerde eind. Voor elke verhitte explosie is immers afkoeling
voorzien en het is in deze adempauzes dat het schoentje soms gaat
wringen. Geen slecht woord over de Fyodor Tyutchev-bewerking ‘The
Dull Flame Of Desire’, het liefdesduet tussen Antony en Björk dat
met een spanwijdte van meer dan zeven minuten alleen al op
kwantitatief vlak het magnum opus van dit album genoemd mag worden.
Terwijl de twee stemmen sereen naar elkaar toe schrijden, horen we
in de prominenter wordende beat niet alleen de opgedreven hartslag
van de minnaars, maar ook de terugkoppeling naar het opgedreven
tempo voor het vervolg van de tracklist. De hereniging met Hegarty,
‘My Juvenile’ wordt zonder dergelijke ingreep achter ‘Declare
Independance’ gelast en kan in deze geïsoleerde positie als kleffe
ode ook minder boeien. De sound refereert bovendien naar
‘Vespertine’, maar de uitkomst is in strijd is met de uitstraling
van de build-up. Hoewel het een veel sterkere track
betreft, heeft ook ‘Pneumonia’ op dezelfde manier moeite om zich
binnen het geheel te nestelen.

Het doet deugd om Björk nog eens op haar typische eigenzinnige
manier de hitlijsten te horen bestormen, na enkele conceptplaten
waaruit het moeilijker was tracks te distilleren om buiten de
context los te laten. Laat er geen twijfel over bestaan: het
materiaal dat hier samengebracht werd, is alweer van dergelijk hoog
niveau dat het de tag ‘safe buy’ verdient. Gezien de aard
van het beestje is het onmogelijk om ‘Volta’ niét naast ‘Homogenic’
te leggen. In deze vergelijking moet de meest recente worp toch het
onderspit delven, omdat hier voor een stuk het organische verloop
ontbreekt. Dit legt de kleine kantjes van enkele mindere tracks
meteen duidelijker bloot. Een straffe plaat, maar geen nieuw
meesterwerk dus.

Björk staat op 28 juni op de main stage van Rock
Werchter

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + 14 =