TMNT




Eén van de kruizen die we allemaal met ons meedragen, is dat
zolang je ouders leven, ze het nooit beu zullen worden om genante,
maar o zo schattige anekdotes uit je kindertijd op te rakelen.
Dingen waarvan je zit te hopen en bidden dat ze het ooit zullen
vergeten, of dat ze tenminste zullen ophouden om het te pas en te
onpas aan wildvreemden te vertellen. In mijn geval is zo’n “en weet
je wat hij toen zei?”-klassieker de dag toen ik op m’n elfde de
naam Leonardo Da Vinci hoorde vallen en reageerde: “Leonardo, was
dat dan één van de Turtles?” Resultaat: al vijftien jaar lang
algemene hilariteit op elk familiefeestje, terwijl ik het niet eens
zó’n goeie grap vond. Maar bon, de Turtles behoren dus wel tot mijn
nostalgie, net zoals dat het geval is voor elk kind van de jaren
tachtig. Ze staan al jarenlang roest te verzamelen in het pantheon
van mijn jeugdhelden, samen met BA Baracus (fool!),
MacGyver (nekdekens rule!) en de tepelhoven van Tatjana
Simic (“maar buurman, wat doet u nu?”, het blijft toch een
definiërend moment, hoor). In die duistere kamer, die ergens aan
het begin van de jaren negentig op slot ging, hadden ze rustig
mogen blijven zitten, maar blijkbaar besloot iemand in Hollywood
dat er uit de ter ziele gegane franchise nog wel enkele
dollars te persen viel. Het gevolg is deze ‘TMNT’ (het acroniem
lijkt te verwijzen naar een geslachtsziekte, maar betekent
natuurlijk gewoon ‘Teenage Mutant Ninja Turtles’), een
all-CGI versie van onze pizzavretende superhelden.

In tegenstelling tot wat je zou verwachten maakt schrijver en
regisseur Kevin Munroe van de film géén reboot van de
reeks. Hij houdt zich niet bezig met het uitleggen van de
achtergrond van de Turtles, maar pikt de draad op (voor zover er al
een draad wàs, natuurlijk) enige tijd na de dood van aartsvijand
The Shredder. Nu de broers hun grote boosdoener hebben verslagen,
dreigt de Turtle-familie uiteen te vallen: Leonardo is bij wijze
van bezinning en training naar Centraal-Amerika getrokken waar hij
plaatselijke dictatortjes op hun donder geeft. Donatello heeft een
frustrerend baantje als telefonist voor een call center,
Michelangelo gaat optreden op kinderfeestjes en Raphael ligt de
hele dag in z’n bed, om ‘s nachts een masker op te zetten en onder
de naam “Nightwatcher” de vigilante-held te gaan
uithangen. Trainer en vaderfiguur Splinter staat erbij en kijkt
ernaar.

Al gauw krijgen de Turtles echter weer nuttige dingen te doen,
wanneer de industrialist Max Winters vier eeuwenoude stenen
krijgers opnieuw tot leven wekt. Met die krijgers wil hij dertien
monsters vangen, zodat hij een oude vloek ongedaan kan maken.
Monsters vangen en vloeken omkeren lijkt een goed plan, totdat
Winter de controle over zijn stenen gedrochten verliest.

Het zal wel open deuren instampen zijn om op te merken dat
‘TMNT’ weinig meer is dan een doorzichtige poging om toch maar
zoveel mogelijk action figures en aanverwante producten te
verkopen. Dertien monsters, vier stenen slechteriken en dan
natuurlijk nog de Turtles en hun entourage, allemaal voorzien van
verschillende outfits en wapens, apart verkrijgbaar. Zo gaat dat
dan – de merchandising-brol die ze je in de maag willen
splitsen, lag al in magazijnen klaar nog voor het scenario
geschreven was. Blijft er de vraag of de film wel een beetje te
genieten valt. En alles in aanmerking genomen valt dat nogal
redelijk mee.

Tijdens het eerste half uur weten de makers zelfs een aangenaam
back to the eighties-sfeertje aan hun film te geven, dat
voor prematuur nostalgische twintigers zoals ondergetekende erg
ontwapenend werkt. Laurence Fishburne spreekt op gepast
plechtstatige toon (alsof hij nog steeds Morpheus uit ‘The Matrix’
kanaliseert) en met de tongue very, very much in cheek de
openingstekst in: Four brothers… four turtles! En ook
daarna blijft het even silly. Een Zuid-Amerikaanse soldaat
gaat lopen na een aanval van Leonardo onder het krijsen van: “Ik
heb thuis de oven laten aanstaan!”, en een stuk straattuig dat net
een pak rammel heeft gekregen van Raphael kruipt weg terwijl hij
gromt: “Ik had toch rechten moeten blijven studeren!” Leukste grap:
Donatello die z’n job bij een computer-hulplijn uitvoert: No,
ma’am, I’m not playing hard to get, this just isn’t that kind of
phone service!
Geinig. En dan zijn er natuurlijk nog de
klassiekers uit de Turtles-vocabulaire, zoals daar zijn
cowabunga, dude en awesome! Ergens halverwege
maakte ik plots de bedenking dat Keanu Reeves gewoon z’n hele
acteerstijl op de Turtles heeft gebaseerd. Zeg nu nog dat ze niet
invloedrijk zijn geweest.

So far, so good, maar daarna wordt de zelfrelativerende
humor fameus teruggeschroefd om plaats te maken voor lang
uitgerokken actiesegmenten, die elkaar vrijwel zonder rustpunten
opvolgen tot aan het einde. Tegen de tijd dat de credits lopen, heb
je dan ook een gevoel van overdosis: hoe dikwijls moet die camera
eigenlijk tegen waanzinnige snelheden rond z’n as draaien en hoe
dikwijls moeten onze helden eigenlijk in silhouet van dak naar dak
springen in de fotogeniek neerplensende regen? Bovendien incasseert
Kevin Munroe wat àl te gretig op de conflicten tussen de Turtles.
De show-off tussen Leonardo en Raphael is goed in elkaar
gestoken, maar gaat gepaard met pathetische “eigenlijk zijn we
enkel gekwetste pubertjes”-dialogen. ‘t Is makkelijk te zien wat
Munroe met dergelijke scènes wilde doen: hij wilde bewijzen dat
zijn film méér was dan enkel een aaneenschakeling van
actiesegmenten en eighties nostalgia, maar laten we even
wel wezen, het gaat hier over schildpadden. Vanaf het moment dat je
een concept als ‘TMNT’ ook maar eventjes zónder ironie benadert,
val je al snel door de mand.

De animatie is over het algemeen goed gedaan, hoewel de
menselijke personages er opvallend minder gedetailleerd en fijn
afgewerkt uitzien als de Turtles en de andere fantasiefiguren. De
standaard voor CGI-animatie is de laatste jaren natuurlijk enorm
hoog gelegd, maar ‘TMNT’ mag gezien worden: elk haartje van de
vacht van Splinter lijkt een afzonderlijke massa en volume te
hebben, en tijdens één scène kun je zelfs individuele regendruppels
op de huid van de Turtles zien. Over een paar jaar zal het wel weer
voorbijgestreefd zijn, maar momenteel zag ik niets om over te
klagen.

Ach ja, een goeie film kun je ‘TMNT’ niet noemen, maar
de ramp waar ik een beetje voor vreesde, is het zeker ook niet
geworden. Hier en daar zit er een leuke gag tussen en wat
belangrijker is: de prent speelt onmiskenbaar in op z’n
doelpubliek. Als ik een tienjarig jongetje was, zou ik hier zonder
twijfel stapelgek van zijn geweest, en who cares dat heel
die film eigenlijk maar een klein radertje in een veel grotere
marketingstrategie is? Cowabunga, zeg ik u!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =