Charlie’s Angels

Het Fenomeen Charlie’s Angels begon als een vijf seizoenen lopende televisieserie in 1976, opgetrokken uit vrouwelijke rondingen en fotogenieke badpakken, waarin onder andere Farah Fawcett en Tanya Roberts als geheime agentes optraden. Er volgde een nieuwe serie en op het witte doek waren er de onbekijkbare ondingen Charlie’s Angels en Charlie’s Angels – Full Throttle van McG waarin Cameron Diaz, Lycy Liu en Drew Barrymore de fakkel overnamen. Met de nieuwste incarnatie komt er met Elizabeth Banks een dame aan het roer te staan van het concept (al was dat ook al het geval voor sommige episodes van de meest recente televisieversie) waardoor de vrouwelijke personages voor het eerst de overhand krijgen in de verhaallijn.

Dat dit een Charlie’s Angels is voor de post #MeToo generatie wordt meteen duidelijk tijdens de spectaculaire opening: Kirsten Stewart – met blonde pruik – gebruikt haar charmes en intelligentie om een rijke zakenman (en zijn hele entourage) te manipuleren en vervolgens uit te leveren aan haar team. Het is een scène die zich volkomen bewust is van de clichés en seksistische inslag van de franchise, inspeelt op die vooroordelen en ze tegen zichzelf keert op een manier die van de mannelijke personages belachelijke zwakkelingen maakt. Zo subtiel dat moment is, zo overdreven nadrukkelijk is echter het volgende, dat bestaat uit een gemakzuchtige montage van vrouwen van over de hele wereld en hun respectievelijke kwaliteiten.

Het is dat onevenwicht dat de film de hele looptijd lang achtervolgt: de geslaagde alternatieve kijk op het basisidee en de botte, lawaaierige en zelfbewuste stijl van de cineaste die achter de camera stond voor het vreselijke Pitch Perfect 2.  Nochtans lijkt Banks wel het een en ander opgestoken te hebben in tussentijd: een ‘shot’ van Ella Balinska die een belager onder een tafel opjaagt en vervolgens overgaat in de wentelende trappenloop van Kristen Stewart, is oprecht geïnspireerd, net als het aan de Hong Kong cinema ontleende moment waarop diezelfde Balinska uit de deur van een wagen hangend, de banden van een achtervolger stuk schiet. Deze feminiene ‘James Bond’ (in een knipoog naar de auteur achter 007 heet het personage van Naomi Scotts gluiperige baas ‘Fleming’) heeft zeker zijn momenten, maar het blijft natuurlijk een extreem voorbeeld van wat de Amerikaanse filmhistoricus David Bordwell ‘intensified continuity’ doopte: elke actie wordt tot het uiterste gedreven door extra bewegingen met de camera en extra ‘cuts’ – al slaagt Banks er tenminste in haar gevechten niet volkomen te herleiden tot onbegrijpelijke puzzels.

Veel minder geslaagd is dan weer Banks’ neiging om zo goed als alles dicht te plamuren met popsongs en haar lamentabele pogingen tot relativerende humor die vooral bijzonder geforceerd overkomen. Charlie’s Angels is dan ook op zijn best wanneer de makers het houden bij het draaien van een actiethriller de van het idee van vrouwelijke ‘empowerment’ een centraal gegeven maakt op verschillende vlakken: er is een oprecht pijnlijke scène waarin Scott tijdens een gesprek gekleineerd wordt en zelfs een aanraking van haar hand voelt als een diepe vernedering, maar evengoed wordt er op plezierige manier de draag gestoken met de relaties tussen de seksen: alle mannelijke personages vallen hopeloos ten prooi aan hun fascinatie voor vrouwen of vrouwenlichamen en zijn ofwel onbeschoft ofwel onhandig charmant. De enige uitzondering is Patrick – Captain Jean-Luc Picard – Stewart, die mag opdraven als de coördinator van het vrouwelijke team en die zich blijkbaar kostelijk amuseert met het spelen van de schimmige vaderfiguur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × drie =