Vijf jaar is in Hollywood een eeuwigheid wanneer het aankomt op het uitbrengen van een sequel en tenzij je James Cameron bent en het origineel Avatar heet, is het best na een dergelijk verloop van tijd er niet meer op te rekenen dat het oorspronkelijke publiek nog zal opdagen. Dat bleek aan de Amerikaanse kassa nog maar eens een harde waarheid toen het weinig origineel betitelde Ready or Not 2 behoorlijk flopte.
De vorige film was een heel matige variant op The Most Dangerous Game, een voor het eerst in 1932 verfilmd verhaal waarin mensen op mensen jagen, met als vermeldenswaardige voetnoot dat er wat controverse was omdat Donald Trump (toen aan het eind van zijn eerste termijn als president) de film wél gedoogde terwijl hij zich een paar maand eerder nog had verzet tegen het uitbrengen van het gelijkaardige The Hunt, zogezegd omdat de prent kon aanzetten tot geweld (dat daarin liberalen jagen op conservatieven zal er wel iets mee te maken gehad hebben).
Zelfs een dergelijk fait divers is het holle en overbodige vervolg niet gegund, een film die de draad oppikt letterlijk meteen na afsluiten van het origineel (geen nood, een paar flitsen brengen u nog even in herinnering waar we gebleven waren) en nu de zus van de protagoniste binnenbrengt in de plot (Samara Weaving wordt dit keer vergezeld door Kathryn Newton). Veel verschil maakt dat niet en dus krijgen we een zelfde afslachtingsrace met dat verschil dat dit keer een pak bekende gezichten achter de slachtoffers mogen aanzitten: Elijah – Frodo – Wood, Sarah – Buffy – Michelle Gellar, Kevin Durand (die nog steeds zo griezelig veel op Elon Musk lijkt dat je meteen een hekel aan hem hebt) en zelfs de grote Canadese cineast David Cronenberg, die tien minuten mag opdraven om de wereld in chaos te storten en dan al snel van het toneel verdwijnt.
Met Matt Bettinelli-Olpin en Tyler Gillett, het duo dat ook al twee vreselijk slechte Scream-films afleverde, zowel in de regiestoel als achter de schrijftafel van het script, weten we meteen dat we niet veel verrassends of creatiefs moeten verwachten. Dit tweede deel biedt dan ook exact dezelfde ongeïnspireerde cinema: de eentonige moordpartijen, de rotvervelende personages en de totaal oninteressante vlakke cameravoering. Erger is dat we daar nu ook nog eens klef familiegelul moeten bijnemen over de trauma’s van de beide zussen die elkaar al jaren niet meer gezien hebben. Een dergelijke genrefilm kan zich alleen maar onderscheiden door een beetje gedurfd uit de hoek te komen, maar de onnozele scène gemonteerd op Bonnie Tylers Total Eclipse of the Heart moet een absoluut dieptepunt zijn in de annalen van de slasherfilm en dat is verdorie een genre met genoeg dieptepunten.
Maar zie, mirakels (al dan niet door satan opgezet) gebeuren, en ergens twintig minuten voor het einde word je als filmliefhebber dan toch even geprikkeld door een heel fraai beeld van de zwart gesluierde Weaving die een trap naar de – letterlijke – krochten van de hel afdaalt. Dat ene beeld wordt zowaar de prelude tot een finale die dan toch het bekijken waard blijkt. Wat ontbreekt in alles wat voorafgaat (lef, visuele verbeelding en degelijke regie), komt er plots wel, waardoor de film er ei zo na in slaagt zichzelf nog een beetje te rehabiliteren.



