Klaxons :: Myths of the Near Future

Hipperds opgelet: Klaxons is nu al passé. Een tijdje ging het de band voor de wind. Eventjes maar, want NME begon al snel weer te rotzooien met een nieuwe lading potentiële puberidolen. Waarop Klaxons huilend het veld moest ruimen, de vijftien minuten roem in geen tijd opgeconsumeerd.

Excuses voor bovenstaande inleiding. Die druist in tegen alle regels van de journalistieke deontologie want er is vrijwel niets van waar. Toch komt een dergelijke pennenvrucht niet uit de lucht vallen. Veel Britse bands vergaat het zo, en er is niets dat erop wijst dat Klaxons een uitzondering zou zijn. Maar vooralsnog is dat dus niet het geval, en dat is op zijn minst opmerkelijk.

Nu ja, opmerkelijk, er is geen ervaren recensent voor nodig om vast te stellen dat dit Britse gezelschap wat meer te bieden heeft dan de zoveelste post-Libertineshype. Toegegeven, dat gedoe met rammelende gitaren hebben ze gemeen met Doherty’s voormalige junkiegezelschap, maar de meerwaarde schuilt in het snuifje rave/gabber dat ze er nog tussen smokkelen.

Het mag dan ook geen toeval heten dat de platenbaas van dit drietal dan maar besloot het labeltje ’new rave’ erop te plakken. Een briljante zet, al is het maar vanuit marketingtechnisch oogpunt. Klaxons werd plots door Britse muziektijdschriften gebombardeerd tot de voorvechters van een nieuwe stroming. Maar hoe okselfris de drie Britten ook ogen, vernieuwers zijn ze niet. Er is geen substantieel verschil met wat pakweg Clor enkele jaren geleden deed.

Toch slikten duizenden jongeren het verhaaltje van de new rave als zoete koek en kwamen vele — voorheen obscure — bands als Shitdisco of Datarock plots volop in de spotlights. De songs van dit drietal bevatten enerzijds voldoende pop om een communiefeest te veraangenamen en anderzijds voldoende dance om stijf van de pillen een anonieme opslagplaats op stelten te zetten. Een garantie op succes, denkt men dan. Eerste single "Atlantis To Interzone" werkt met een synth toe naar een denderend refrein. Meezingbaarheid primeert, zo ook in "Gravity’s Rainbow", dat drijft op een aanstekelijk koortje.

Het recept blijft op de hele plaat ongewijzigd: euforische synths, koortjes en rammelende gitaren. En daar houdt het op. Misschien beukt de repetitiviteit van "Magick" er wat harder in dan de rest, maar de track gaat ook snel vervelen. "Four Horsemen of 2012", het lijkt de titel van een slechte scifi-film, klinkt vooral rommelig. Het is alsof Mike Skinner plots een synth in handen heeft gekregen en gevraagd is er iets dreigends mee te doen. Dat is dus niet zo’n goed idee. Gelukkig toont "Golden Skans" nog een keer hoe het moet: naast pure pop ook pure klasse. Dankzij de — hoe kan het ook anders — juist geplaatste koortjes en synths.

Klaxons is op zijn minst een vreemd verschijnsel. De drie Britten weten de zeitgeist van begin jaren negentig te vatten maar gaan voorbij aan het hersenloze hedonisme dat de jongeren toentertijd kenmerkte. Het is te veel een concept om een sensatie te zijn, maar zelfs dat is het probleem niet. Myths of the Near Future is een debuut dat op het eerste gehoor inventief overkomt maar na verloop van tijd simpelweg gaat vervelen. Daarvoor hebben de deuntjes niet genoeg levensvatbaarheid. En geen rondzwaaiende glowstick die daar iets aan kan verhelpen. Warhols kwartiertje lijkt voor dit drietal langer te duren dan strikt noodzakelijk.

Klaxons speelt op 5 maart in AB. Het optreden is volledig uitverkocht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + negentien =