DJ Mehdi :: Lucky Boy

Op het juiste moment op de juiste plaats zijn is een niet te onderschatten voorrecht. Wanneer het escapisme weer hoogtij viert, fantaseren we soms over hoeveel spannender onze muzikale ontdekkingstocht in de jaren tachtig geweest zou zijn, mocht niet een Oost-Vlaamse gemeente maar de Bronx onze bakermat zijn. Na het dagelijkse heroïsche gevecht tegen onderdrukking en uitsluiting, zouden we bij valavond de eer van ons getto fier verdedigen in het b-girl-legioen.

De negentwintigjarige dj Mehdi heeft net zomin zijn wieg aan de overkant van de Atlantische oceaan staan, maar zijn tweede album Lucky Boy verraadt dat de erfenis van Grandmaster Flash en de Furious Five de Parijzenaar minstens na aan het hart ligt. Mehdi is een van de raspaardjes in de stal van Pedro Winter, ex-manager van Daft Punk en labelbaas van het ongemeen hippe Ed Banger Records (Justice, Sebastian, Busy P, So Me, Uffie, Vicarious Bliss). Met de eerste electro/hiphop-langspeler van Mehdi bij Ed Banger (debuut The Story of Espion (2002) kwam uit bij Virgin) lijkt er vooralsnog geen einde te komen aan het ongebreidelde Franse succes in de internationale dance.

De jaren tachtig-hiphop is op Lucky Boy terug van nooit echt weggeweest, maar krijgt door een injectie van stevige synths en digitale gitaren een erg vette en bijwijlen punky electrosound. Daarmee begeeft Mehdi zich in het goede gezelschap van de electropunkers die anno 2007 het mooie weer maken in de dance. Boys Noize, Digitalism en labelgenoten Justice: we danken hen op onze blote knietjes voor de heropstanding van electro met attitude. Vergeleken met hen heeft Mehdi er de rauwste kantjes afgevijld en opteert hij liever voor de moddervette knipoog: single "I Am Somebody", met vocals van de ook al erg op de eighties gerichte Chromeo, trekt zozeer de kaart van de excessieve synthfunk dat het er ruimschoots over, maar ook daarom nogal onweerstaanbaar, is. Hell, de synths klinken zelfs beter dan bij de Grandmaster zelve.

De strakke sound van het album laat er geen twijfel over bestaan dat hier allerminst een beginneling aan het werk is. Mehdi kan inderdaad meer dan mooie adelbrieven voorleggen. Sinds midden jaren negentig is hij de producer van de grootste Franse hiphopsterren en heeft hij zijn vaste stek bij de bands Ideal J en 113. Op zijn curriculum staan verder remixen van de belangrijkste elektronische acts en een resem filmscores (o.m. Brian de Palma’s Femme Fatale). Live dj-sets van de man, resident in de Parijse Pulp-club en met Pedro Winter en Justice regelmatig de hort op onder de naam Club 75, worden omschreven als "Sex, Drums and Beats&Blues" of "Kraftwerk, maar dan op zijn Afrikaans".

Waar dat laatste vandaan komt, wordt perfect geïllustreerd door "Saharian Break". De gortdroge drums komen uit het Duitse handboek voor steriele electro, maar een vlucht nerveuze violen en etnische motieven geven een idee hoe raï klinkt aan meer dan 120 beats per minuut. Een prominente rol voor etnische instrumenten is ook weggelegd in "Wee Bounce" (djembé), maar de prima donna in het gebruikte instrumentarium blijft in alle omstandigheden de oh zo vette synth. "Hot-o-momo" zegt het op dat vlak helemaal: dik aangezet en onbeschaamd funky, geen angst voor overdaad die mogelijk schaadt. Het is uitstekend gedaan, dus Mehdi komt er nog mee weg ook.

Er staan vullertjes met weinig toegevoegde waarde op het album (de twee afsluitende tracks, "Constellation" en "Love Bombing", ook "Always Be An Angel") maar daarnaast valt weinig aan te merken op het kunnen van Mehdi. "Maak nog iets meer gebruik van al die namen in je adresboekje", zouden we nog kunnen meegeven, want de nummers met gastzangers (het heliumstemmetje van Feadz in "Pony Rocking" en de vrouwenstem in de slome titeltrack "Lucky Boy") bleken altijd net dat ietsje meer te hebben. L’union fait la force, nietwaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vier =