PET :: Rewind The Sofa Lady

"Subliem", "meesterwerk" en "buitenaardse grooves", die woorden hadden we veil voor Player One Ready, het ronduit fantastische debuut van Pet, en de plaat bij uitstek voor het betere feestje. Op Rewind The Sofa Lady verzamelde spilfiguur Andre Abshagen enkele gelijkgestemde zielen en gaat hij radicaal verder op het ingeslagen pad: Kraftwerk meets Superfurry Animals.

Eerste vaststelling: Pet is een groep geworden. De Berlijnse Abshagen rekruteerde stadsgenote Miss Mono voor de synthesizers — in sommige gevallen omgebouwde versies van de legendarische Commodore 64-computer uit de jaren tachtig. De rest van zijn band vond hij in Milaan: drummer Dodo Nkishi zat in Mouse in Mars en bassiste Stefania Vacca komt uit de punk- en reggaescene. Die uitbreiding maakt de sound van Pet nog organischer: de gitaren en bliepgeluidjes uit de synthesizer smelten nog meer samen tot iets waarop het onmogelijk stilzitten is.

De half mislukte single "Whip My Blue Ship" — een beetje Vive La Fête, maar vooral veel intellectualistisch gemasturbeer — staat niet model voor de rest van de plaat. Daarvoor kan u beter vertrouwen op "Out Of The Blue", single nummer twee en een stevige lap funk die rechtstreeks uit de jaren zeventig lijkt geïmporteerd, compleet met foute achtergrondkoortjes, een honingzoet refrein en een gitaar van schuurpapier. Of anders gezegd: de song waar The Black Eyed Peas een arm voor over zouden hebben.

Al van opener "Cloud Nine" is het duidelijk: hier gaat een feestje losbarsten in een hoogst surrealistisch universum. Welkom in de wereld van Pet, waar muziek klinkt alsof Beck, The Superfurry Animals en The Pet Shop Boys een monsterverbond sloten, waar containers camp en synthesizertapijten uit de jaren tachtig absoluut niet storen en waar zinsneden als "I used to live in cloud 9, now I moved to 8" hoogst normaal klinken.

Na de twee vernoemde singles wordt het tijd voor het echte werk. "That Kinder Feeling" drijft op een moord van een distortion-baslijn, heel contrapuntisch gecombineerd met een akoestische gitaar en gestoei met echo’s en flangers op de stemmetjes in het refrein. Kitsch? Absoluut. Maar dan wel artistiek verantwoorde kitsch, van het soort waarbij je spontaan verlangt naar een dansvloer in de onmiddellijke nabijheid.

Maar het kan ook rustiger. In "Diving For Pearls" bijvoorbeeld: hippe lounge met een waterval aan wahwah-geluidjes, een stevige gitaarsolo en een refrein dat erin gaat als zoete broodjes."Why", alweer de zevende track, gooit het over een heel andere boeg. Denk aan een guerrillabeweging die naar lounge luistert, denk aan dansbare hardcore of neen, denk nergens meer aan en geniet.

Staat er dan niets slechts op deze plaat? Toch wel. Zowel "Slow Machine" — postrock in een dieetversie — als de titeltrack "Rewind The Sofa Lady" — gitaarlawaai dat, godbetert, herinnert aan het slechtste van de grunge — skipt u beter al van de eerste keer. Gelukkig eindigt de plaat met drie wolkbreuken van songs.

Zo zou "Dynamite" wel eens de "Born Slippy" van een nieuwe generatie kunnen worden: aan een rotvaart glijden de beats en gitaarflangers je lijf in totdat je finaal tilt slaat. "All The Same" versterkt die status nog. Voor de zoveelste keer bewijst Pet hoe je disco, funk, soul en Kraftwerk moeiteloos combineert tot iets wat misschien niet grootse maar wel prettige kunst is.

Hekkensluiter "Wurlitzer Jukebox" ten slotte, beëindigt de plaat met een moeiteloze combinatie van de symfonische rock van Pink Floyd, de prachtige zang van bassiste Stefania Vacca en een drumcomputer waarvan de houdbaarheidsdatum al lang verstreken is. Pet is retro ten voeten uit, meticuleus knip- en plakwerk uit een paar decennia muziekgeschiedenis. U kan er zowel bij uit de bol gaan op het betere rockfestival als op een goede dancefuif, of, zoals wij, op De Nachten 2007, waar de groep volgens het verzamelde rockjournaille de absolute revelatie was. Kopen die handel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + 19 =