Romeo + Juliet




Zoals dat het geval is met praktisch alle
kunstvormen, is er ook in de cinema vaak sprake van een
golfbeweging: een idee of een genre wordt plotseling populair,
zonder dat iemand echt kan zeggen waarom, en ineens worden de
bioscoopzalen overspoeld met gelijkaardige films. In de jaren
negentig had je eerst de golf aan serial killer thrillers,
die begon met ‘The
Silence of the Lambs’
. Daarna kwam Quentin Tarantino, die een
immense beweging aan nouvelle violence-films in gang trok.
En, ergens midden jaren negentig, had je ook plots een vernieuwde
interesse in Shakespeare. Kenneth Branagh had daar natuurlijk veel
mee te maken; je kunt ‘m een blaaskaak vinden zoveel je wilt, maar
hij wist de toneelstukken van de Bard wél toegankelijk te maken
voor een groot publiek, en gaf met z’n soms eigenzinnige adaptaties
ook aan dat je best een persoonlijke interpretatie aan dat werk
mocht geven. Updates van Shakespeare’s stukken, waarin de
verhalen in meer of mindere mate werden gemoderniseerd, waren aan
de orde van de dag, met Branagh’s ‘Hamlet’, dat in de
19de eeuw werd geplaatst, Richard Loncraine’s
schitterende ‘Richard III’, waarin de venijnige koning plots een
soort nazi werd, en vooral met Baz Luhrmanns omstreden ‘Romeo +
Juliet’.

De hyperactieve Aussie had tot dan toe nog maar één
film gemaakt, die het, naar de omstandigheden, redelijk goed had
gedaan aan de kassa – het dansdrama ‘Strictly Ballroom’. Met de
set-up van zijn eigentijdse ‘Romeo + Juliet’ waagde hij
zich echter aan een veel omvangrijker, ambitieuzer en gewaagder
spektakel, dat vanaf het begin veroordeeld was om felle voor- en
tegenstanders te krijgen. Het idee is simpel: we krijgen het
verhaal van Romeo en zijn Juliet, met de orginele dialogen van
Shakespeare, maar dat alles dan wel geplaatst in een hedendaags
decor. Alles speelt zich af in “Verona Beach”, een soortement
Miami, waar meisjes in bikini’s op het strand liggen en jongens met
Hawaïhemdjes rondlopen. Iedereen rijdt rond in coole cabrio’s, in
plaats van zwaarden hebben de personages pistolen
(“Sword”-pistolen, nog wel) en de beroemde balkonscène speelt zich
ditmaal af naast en in een verlicht zwembad. De montagestijl is
hyperkinetisch, de vuurgevechten en autoachtervolgingen worden lang
uitgerokken en de acteurs maken er een punt van om hun
Elizabethaanse dialogen uit te spreken met eenzelfde ritme en
cadans die ze zouden geven aan eender welk yo,
homie-
gesprek. Op de achtergrond weerklinken voortdurend
hippe, hedendaagse hits.

De negatieve kritieken waren voor de hand liggend: de moderne
setting vloekte met de taal, Luhrmann had een dude
generation-
verbastering van Shakespeare gemaakt en ga zo maar
door. Nogal gemakkelijke kritiek – op die manier kun je élke film
die iets nieuws probeert aan te vangen met oud materiaal onder
tafel vegen. Maar ondertussen wist Luhrmann wel een emotionele
intensiteit aan dat stuk te geven die wellicht ongezien was sinds
de late zestiende eeuw. Voor een modern publiek creëert
Shakespeare’s taal immers onvermijdelijk een distantie – mensen
spreken gewoon niet meer zo, en elke filmmaker die die taal toch
wenst te gebruiken, moet een oplossing vinden voor dat probleem.
Hoe laat je je publiek voélen wat er aan de gang is? Luhrmann
probeert dat te doen door de context van de taal – de setting, de
acteerstijl – zo modern en hip mogelijk te maken. Op die manier
zijn beeld en tekst eigenlijk constant in dialoog met elkaar. Je
kunt dan zeggen dat de twee in conflict met elkaar zijn, of je kunt
van mening zijn dat ze elkaar juist aanvullen.

Neem nu de scène waarin Mercutio, een vriend van Romeo, wordt
vermoord. Romeo vecht met diens moordenaar Tybalt, en zegt:
“Mercutio’s soul is but a little way above our heads, staying
for thine to keep him company. Either thou, or I, or both must go
with him.”
Geef dat aan een laat-twintigste eeuws publiek en
misschien zullen ze het wel begrijpen, maar of ze de emotie ervan
ook echt zullen voelen is maar de vraag. Maar esceneer dat als het
einde van een wilde car chase, waarin Leonardo Di Caprio
de revolver van Tybalt tegen z’n eigen voorhoofd zet en de tekst
met overslaande stem uitschreeuwt tegen het lawaai van een
beginnende storm in, dàn voel je verdomd waar het over gaat.
Luhrmann gebruikt z’n beelden als commentaar op de tekst, min of
meer zoals je in veel boekedities van Shakespeare verklarende
nota’s krijgt. Je hoort wat ze zeggen, je ziét wat ze daarmee
bedoelen, en aan die bedoeling heeft Luhrmann uteindelijk niet
zoveel veranderd.

Bovendien helpt die hedendaagse setting ook om het publiek te
herinneren aan gelijkaardig geweld in de echte wereld. Straatgeweld
tussen jongeren, bendeoorlogen en dergelijke gebeuren nu ook nog –
Luhrmann speelt in op de tijdloosheid van Shakespeare’s thema’s en
doet dat met onweerlegbaar succes. Vraag dat maar aan eender welke
leerkracht Engels die ooit een klas van een middelbare school iets
over Shakespeare heeft moeten bijbrengen. Er is geen vijftienjarige
op aarde die niet geafascineerd naar deze film zit te kijken.

Luhrmanns eigen visie op z’n film klinkt logisch: Shakespeare
was in zijn eigen tijd geen verheven grootmeester die onsterfelijke
kunst zat te maken, maar een volksvermaker. Iemand die tegen een
recordtempo toneelstukken schreef, opdat die op een week of twee in
scène gezet zouden kunnen worden en enkele weken nadien was het
alweer tijd voor het volgende stuk. Hij gebruikte soms vulgaire
humor, heel wat actie en plots die tsjokvol zaten van wat je enkel
“vuile manieren” kunt noemen. Zoveel zijn we tenslotte nog niet
veranderd op vierhonderd jaar: we willen nog altijd sensatie zien.
En Luhrmann geeft ons dat.

Natuurlijk gaan er altijd dingen verloren wanneer je dit soort
vrijheden neemt met een klassiek toneelstuk, en in dit geval zit
dat voornamelijk in de nevenpersonages: Romeo’s vader wordt
gespeeld door Brian Dennehy, maar heeft nauwelijks een woord te
zeggen. Heel af en toe mag hij eens somber de camera in komen
loeren en dat is het dan. Luhrmann is niet helemaal succesvol in
het contrast dat hij probeert te creëren tussen de Capulets
(Juliets familie) en de Montagues (die van Romeo). De ouders van
Juliet zijn immigranten die zich hebben weten op te werken om de
American dream waar te maken, terwijl de Montagues al
zoveel generaties lang in Amerika wonen. Je merkt wel dat Luhrmann
probeert om daarmee een subtext te creëren voor het verhaal, maar
die komt nooit echt van de grond. Enerzijds omdat de Montagues
vrijwel geheel in de schaduw blijven staan, en anderzijds omdat de
Capulets dan weer te karikaturaal zijn: Paul Sorvino die op een
gemaskerd bal zijn Romeinse toga opheft om z’n benen te tonen
terwijl hij en passant een ariaatje zingt – erg subtiel is
dat niet. Om nog maar te zwijgen van Juliets moeder, gespeeld door
Diane Venora, die zowat de decadentie zelve is.

Di Caprio en Claire Danes zijn nochtans sterk als het centrale
koppel. In tegenstelling tot heel wat adaptaties van dit verhaal,
voel je hier op z’n minst een reële aantrekkingskracht tussen de
twee, die ook weer met de moderne setting te maken heeft. Hun
lichaamstaal is steeds die van twee verliefde tieners, ongeacht de
verhevenheid van hun woorden.

Baz Luhrmanns ‘Romeo + Juliet’ is en blijft een wervelend
creatieve herwerking van het klassieke toneelstuk voor een modern
publiek. Stoffige professoren zullen er waarschijnlijk hun neus
voor ophalen, maar hey, dat deden de stoffige professoren van de
zestiende eeuw waarschijnlijk al voor Shakespeare zelf.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + 19 =