Pretty Woman





Marshall
117 min.
/
USA / 1990

Onder normale omstandigheden beschouw ik mezelf als
een schoolvoorbeeld van wat je enkel kunt omschrijven als a
man’s man.
Geef mij een boom en ik hak hem om, een speer en ik
ga jagen, een Ikeakast en ik zet ‘m in elkaar. Oké, da’s
overdreven, dat laatste lukt niemand, maar u weet wat ik bedoel.
Het is in feite al veel gevraagd van mij om mes en vork te
gebruiken als ik eet, zó erg is het. De nogal zwaar
oestrogeen-gedreven stukjes pluis die door bepaalde partijen soms
wel eens romantische komedies genoemd worden, zullen mij
in de regel dan ook aan de reet roesten – de hele carrière van Hugh
Grant is wat mij betreft een snood complot tussen de Flair, de
Libelle en Cosmopolitan, en reken maar dat ik daar ooit dermate
wraak voor zal nemen dat ze een jaar lang van pure schrik geen
spiraaltjes meer durven uitdelen bij hun boekjes.

Eén van de weinige, zoniet de enige chick flick die er
toch in slaagt om door die zorgvuldig opgetrokken defensies heen te
breken, is ‘Pretty Woman’ – ik vermijd het dan ook om die prent te
bekijken wanneer er andere mensen bij zijn, je moet nu eenmaal toch
aan je reputatie denken. Ik zou niet precies kunnen zeggen wat het
is – het scenario is voorspelbaar, de beide hoofdacteurs staan nu
niet bepaald bovenaan m’n love list, en het wereldbeeld
dat uit de film tevoorschijn komt is zodanig naïef dat ik eigenlijk
op de kast zou moeten kruipen van ergernis. Maar toch… als
guilty pleasure kan ‘Pretty Woman’ tellen.

Voor de vorm even het verhaal: Edward Lewis (Richard Gere) is
een doorgewinterde zakenman die op bezoek is in Beverly Hills om
een grootschalige bedrijfsovername voor te bereiden. Tijdens zijn
eerste avond daar pikt hij hoertje Vivian op (Julia Roberts in de
rol die haar carrière definitief lanceerde). De twee kunnen het
verrassend goed vinden met elkaar, en Edward stelt Vivian voor om
de rest van de week bij hem te blijven en hem te vergezellen
tijdens zijn saaie zakentrip. Verdomd als daar geen liefde van
komt.

Aan het begin van de film zien we een man over straat lopen die
ons figuurlijk welkom heet in het verhaal: Welcome to
Hollywood!
Everyone who comes here has a dream! What’s
your dream?
En daarmee is de toon gezet: ‘Pretty Woman’ wil
een update zijn van klassieke sprookjes als ‘Assepoester’ (waar
overigens expliciet naar wordt verwezen in de dialogen), zonder
zich verder iets aan te trekken van de realiteit. Het is een
romantische droom, en vanaf de eerste minuut wordt de film ook zo
geïntroduceerd.

Het is regisseur Garry Marshall hier en daar verweten dat hij in
die droom verwijst naar maar al te reële problemen: prostitutie op
Hollywood Boulevard, druggebruik onder de hoertjes en de gevaren
die ze lopen. Ergens is daar wel iets van aan. Tijdens één van de
eerste scènes loopt Vivian voorbij de plaats delict van een moord:
een tippelaarster werd dood teruggevonden ergens in een
vuilniscontainer. Vivians vriendin Kit (Laura San Giacomo), geeft
haar commentaar: “Ze zat aan de crack, wat wil je dan ook?” Dat is
behoorlijk heavy voor een romantisch niemendalletje, en
het vloekt nogal met de stijl van de film. Het lijkt wel alsof
Marshall zich realiseerde dat hij met z’n verhaal ergens in de
buurt van een lelijke werkelijkheid dreigde te komen en dan maar
besloot om die realiteit er, hoe geforceerd dan ook, toch maar bij
te sleuren.

Een ander punt van kritiek was het idee dat ‘Pretty Woman’
prostitutie zou verheerlijken. Opnieuw een punt waar best wel een
logica achter zit, want hoeveel hoertjes komen ooit een stinkend
rijke ridder op een wit paard tegen? Anderzijds is het wel zo dat
‘Pretty Woman’ duidelijk wordt geconstrueerd als sprookje en dat je
al een ongelooflijke mossel moet zijn om te denken dat het er echt
zo aan toe zal gaan in de prostitutie. Overigens wordt er, in een
knappe scène, verwezen naar Vivians ervaringen als prostituée, die
lang niet altijd even positief waren.

Maar goed, daarmee laat ik de film weer serieuzer klinken dan
hij is. In principe is dit natuurlijk een feel good
comedy,
die voldoende onbevangen, schijnbaar strikt spontane
humor bevat om zelfs de grootste zuurpruim te doen glimlachen. Het
heeft iets bijzonder ontwapenends om Julia Roberts en Richard Gere
te zien gaan winkelen. Mensen die niet naar geld moeten kijken en
gewoon shoppen tot ze zich gelukkig voelen – heerlijk. Gere en
Roberts zijn geen van beide fantastische acteurs – hij blijft veel
te vaak steken in zijn ondraaglijke Ferrero Rocher-gladheid, zij
heeft doorgaans de emotionele diepgang van een goudvis – maar zet
twee middelmatige acteurs bij elkaar en op de één of andere manier
klikt het toch. Ze zijn erg goed op elkaar ingespeeld en weten op
die manier regelmatig een leuke scène op poten te zetten. Daarbij
helpt het dat Garry Marshall een veteraan is waar het komedies
betreft – een groot regisseur zal hij nooit worden, maar hij weet
wél wat timing is. In ‘Pretty Woman’ neemt hij zijn tijd om scènes
op te bouwen en de personages een kans te geven om in hun element
te komen. Neem nu de eerste ontmoeting tussen Edward en Vivian in
zijn hotelkamer. Ze babbelen, zij haalt haar condooms boven, voor
hem gaat het allemaal wat te snel, ze laten champagne naar boven
komen en ga zo maar door… Dat is een sequens van een kleine tien
minuten. Ik betwijfel of er veel regisseurs zijn die het
tegenwoordig nog zouden aandurven om zo’n scène zo lang te laten
aanslepen. Tenslotte wordt er niets wereldschokkends gedaan waar
het de plot betreft. De meeste filmmakers zouden zo snel mogelijk
al dat introductie-gedoe achter de rug willen hebben, maar Marshall
neemt er zijn tijd voor, en weet op die manier personages te
creëren waar we de rest van de film lang mee kunnen meeleven.

‘Pretty Woman’ bracht een heropleving teweeg in het genre van de
romantische komedie. Dit is een film die ongegeneerd verkondigt wat
het is: een sprookje, een illusie, een mechanisme met als enig doel
het publiek te laten wegdromen. Opdracht volbracht, ook al levert
dat dan wel een film op die ongeveer even weinig weegt als Nicole
Richie, en die soms een beetje oncomfortabel balanceert op de grens
met de werkelijkheid. Schiet me maar neer als je wil, maar ik kan
hiermee lachen en ik kan hier, op een onbewaakt moment, als ik niet
moet gaan jagen of bomen omhakken, best bij wegdromen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 13 =