The Beatles :: Love

In dit jonge millennium wordt iedere ‘nieuwe’ release van The Beatles niet ten onrechte met de nodige portie wantrouwen gadegeslagen. Tal van overbodige uitgaven deden de laatste jaren de wenkbrauwen fronsen bij menig Beatlesfan. Met Love verschijnt er drie jaar na Let It Be Naked dan toch nog eens een plaat die de naam waardig is van zoniet de beste dan toch de belangrijkste popgroep aller tijden.

De voortekenen kondigden weinig goeds aan. Een uitgedoofde ex-producer, die in opdracht van Cirque Du Soleil (aaargh!) met het oog op een unieke show in Las Vegas (aaaargh!) de hele Beatles back catalogue kriskras op een hoopje smijt? We keken er naar uit als Jean-Marie Dedecker naar een nakend media-embargo. En toch: ook al lijkt dit op papier je reinste blasfemie, in praktijk levert het een briljante plaat op. Dit is te danken aan de revolutionaire geluidskwaliteit die ongetwijfeld iedere Beatlesfan van zijn sokken blaast én aan George Martin, de ‘vijfde Beatle’ die op zijn oude dag samen met zijn zoon, eveneens producer, nog een laatste keer met een waar huzarenstukje op de proppen komt.

Love is een mashupplaat zoals we die kennen van 2 Many Dj’s en Girl Talk. Niet alleen worden alle songs netjes aan elkaar gemixt, de shuffleknop blijft best onaangeroerd, ook ín de nummers zelf worden fragmenten uit andere songs verstopt waardoor het zalig muziekstukjes ontdekken en plaatsen is. Een flard “Good Night“ hier, een zucht “Hey Bulldog“ daar, een scheut “Helter Skelter” ginder. “Blackbird”, McCartneys fijnste, dient hier als intro voor het onvermijdelijke, maar enigszins overschatte “Yesterday” en in “Strawberry Fields Forever” menen we zowel stukjes “Piggies” als “Hello Goodbye” te ontwaren.

Het meest opvallende aan deze plaat is misschien wel de duizelingwekkende surround mix waaruit meer dan ooit blijkt dat de vijf Liverpoolse knapen destijds in Abbey Road hun tijd mijlenver vooruit waren. “Come Together” en “I Am The Walrus” (voor het eerst in stereo te horen) klonken nooit beter. Het siert Martin dat hij ook het minder bekende werk niet heeft geschuwd. Zo krijgt Lennons voor het grote publiek onbekende, want niet op de rode of de blauwe verzamelaar, psychedelische lap “Tomorrow Never Knows” hier wél de aandacht die het verdient.

Martin gaat er op prat op dat hij voor Love enkel heeft geput uit de originele opnametapes uit de jaren ’60. Slechts een enkele uitzondering werd op deze regel toegestaan: op speciaal verzoek van weduwe Harrisson schreef de producer voor één nummer een gloednieuw arrangement. De herwerkte versie van “While My Guitar Gently Weeps”, kaalgeplukt en opgefleurd met een respectvolle strijkerpartij, maakt het origineel rijp voor de prullenmand. Een práchtig eerbetoon aan de jongste Beatle die kort voor zijn dood het startsein gaf voor dit Cirque Du Soleil-project.

Harder gaat het eraan toe in ”Revolution”, waarin een glansrol is weggelegd voor het scheurende gitaarspel en de verwoestende uithalen van wijlen John. Enig minpuntje is dat er bij momenten wel duidelijk te horen valt dat we hier te maken hebben met een soundtrack bij een Vegasvertoning: Love heeft een opvallend tekort aan momenten om even tot rust te komen en bovendien wordt de dramatische finale een eind te lang getrokken door zowel “A Day In The Life”, nóg indrukwekkender in surround sound, “Hey Jude”, “Sgt. Pepper’s Lonely Heart’s Club Band” als “All You Need Is Love” nog vlug te laten opdraven.

Hoewel Love compleet overbodig zou zijn mochten alle Beatlesalbums reeds een digitale remasterbeurt hebben ondergaan, heeft deze plaat toch zijn bestaansrecht. Voor de Beatlofielen is er de magnifieke geluidskwaliteit en het plezier van het raden en zoeken naar de juiste songfragmenten, voor anderen is deze mashup- annex verzamelplaat een uitstekende eerste kennismaking met een band die de popmuziek naar een nooit meer overtroffen hoogtepunt heeft geleid. A splendid time is guaranteed for all.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + 10 =