Rob Crow :: Living Well

Herinnert u zich de debuutplaat van The Thrills nog, een goeie drie jaar terug? Vijf jonge Ieren die naar de Amerikaanse westkust waren getrokken om daar de mooiste melodieën uit hun instrumenten te halen. Het resultaat van die overzeese trip zorgde toen bij velen voor een gelukzalige zomer.

“Let’s go to San Diego/hey that’s where all the kids go” zong Conor Deasy in het heerlijke “Deckchaires And Cigarettes”, en wij voelden instinctief aan dat het daar in San Diego beter leven was dan in ons doffe Belgenland van snelwegen en superboetes.

Ook Rob Crow opereert sinds jaar en dag vanuit San Diego en de man is ons, onder elk van zijn pseudoniemen en met elk van zijn groepen, evenzeer lief. Wat hij met zijn meest bekende exponent, Pinback, op plaat heeft gezet, behoort tot het mooiste wat er ooit ten westen van de Mississippi aan duysters te horen viel. Klaterende melodieën, achteloze tweestemmigheid, achttien-karaatsmuziek die elke zomer opnieuw als soundtrack mag fungeren bij nachtelijke tuinfeestjes, waar iedereen in elkaars armen wegdroomt.

Intussen is het rond Pinback erg stil geworden — de band z’n laatste release dateert alweer uit 2004 — maar wie Crow een beetje volgt weet dat de man nog niet met muzikaal pensioen is. Vorig jaar bracht hij immers, samen met Hella’s Zack Hill, als The Ladies het op verdeeld succes onthaalde They Mean Us uit, een experimentele plaat die elke conventionele songstructuur hartelijk aan zijn laars lapte. Nu is Crow er terug met een tweede officiële solo-album, na My Room is a Mess uit 2003.

En wat meteen opvalt: experimental this ain’t. Klassieke songstructuren worden door Crow van kenmerkende weerhaakjes voorzien, maar alle nummers kleuren netjes binnen de lijnen van een makkelijk in het gehoor liggend lied, zoals ook Pinback ze zo mooi maakte. Korte niemendalletjes als “Bam Bam” en “I Hate You, Rob Crow [album version]” suggereren nog een lofi-klinkende plaat vol onafgewerkte demo’s, maar vanaf het lichtvoetige “Taste” krijgen we dromerige, aan Pinback verwante, melodieën voorgeschoteld. Jammer genoeg missen de meeste tracks vaak de spankracht die de Pinbackplaten wel bezaten.

De gelijkenissen met Pinback liggen ‘m niet enkel in die vertrouwde, wat ijle stem van Crow, maar ook, meer algemeen, in hele songflarden. Regelmatig vraag je je als luisteraar af op welke Pinbackplaat je een bepaalde gitaarlijn al eens eerder gehoord hebt en zo klinken tracks als “Over Your Heart” of “Chucked” veelal als afleggertjes voor Summer in Abaddon of Blue Screen Life.

Om enkele nummers zijn we wel blij met deze plaat. Zo heeft “Focus” de weemoed met grote W, die wij altijd van Rob Crow verwachten. Ook “Taste” en “If Wade Would Call” zijn mooie aanwinsten voor een potentiële Crow-best of, maar voor het overige blijven de fans toch een beetje op hun honger zitten. En zo komt het dat de zevenendertig minuten die deze plaat toch maar duurt, bij wijlen aanvoelen als een eeuwigheid van saaikabbelend geneurie. Het had gerust wat geïnspireerder mogen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vijf =