A Prairie Home Companion




103 min. /
USA / 2006

Ironie kan een echte teef zijn – onderweg naar buiten na het
bekijken van ‘A Prairie Home Companion’ zag ik een affiche van de
film hangen waarop als alternatieve titel stond: ‘The Last Show’.
Degene die dat bedacht heeft was óf helderziende, óf had een
bijzonder flauw gevoel voor humor, óf beide. Legendarisch regisseur
Robert Altman stierf immers op 20 november 2006, kort voor zijn
laatste onze zalen bereikte (maar wel een tijdje nadat hij in de VS
werd uitgebracht). Niemand leek echt op de hoogte te zijn van zijn
gezondheidsproblemen. Een tiental jaar geleden onderging hij een
harttransplantatie en tijdens het draaien van ‘Prairie’ liet hij
zich uitgebreid bijstaan door wonderkind en Altman-adept Paul
Thomas Anderson. Dat alles werd echter stilgehouden, aangezien
Altman bang was dat hij anders geen werk meer zou krijgen. Hij
stierf op z’n 81ste en staat bekend als één van de
grootmeesters van de Amerikaanse cinema. Oké, af en toe maakte hij
dan wel eens een absolute flop (zijn vorige, ‘The Company’, was
bijvoorbeeld ook niks om over naar huis te schrijven), maar goed of
slecht, hij luisterde altijd enkel naar zichzelf. Zijn flops waren
tenminste zijn flops. ‘A Prairie Home Companion’, zijn
onverwachte zwanenzang, behoort goddank niet tot die categorie.

De film draait rond een ouderwetse radioshow, ‘A Prairie Home
Companion’, waarin enkele country-performers al meer dan dertig
jaar lang live optreden. Zusters Yolanda (Meryl Streep) en Rhonda
(Lily Tomlin) zingen weemoedige liedjes over hun moeder, cowboys
Dusty (Woody Harrelson) en Lefty (John C. Reilly) kwelen een
meestamper over vuile moppen en master of ceremonies G.K.
(Garrison Keillor) praat de hele boel op geheel eigen wijze aan
elkaar. Zoals security man Guy Noir (Kevin Kline) het
zegt, is dit het soort van radioprogramma dat al vijftig jaar niet
meer gemaakt wordt, maar niemand heeft de betrokkenen dat
gemeld.

We treffen de radiosterren op de avond van hun laatste optreden.
De zender waarop ze zitten is veranderd van eigenaar, en ‘A Prairie
Home Companion’ eindigt in de vuilnisbak. Bezieler G.K. beslist
echter dat hij geen grafrede wil maken van die laatste show, en dat
alles gewoon moet doorgaan zoals altijd. We horen de laatste
liedjes, de laatste grappen en grollen, en zijn getuige van de
laatste kleine intriges tussen de zangers.

In pure Altman-stijl krijgen we hier eigenlijk geen echt verhaal
– de regisseur observeert het gedrag van zijn personages en laat
het vervolgens aan het publiek over om zijn conclusies te trekken.
Er broeit soms wel drama op de achtergrond, maar daar wordt bewust
nooit dieper op ingegaan. Yolanda’s dochter Lola (Lindsay Lohan)
schrijft continu gedichten over zelfmoord, maar wat haar nu precies
scheelt blijft eerder vaag. Yolanda zelf heeft ooit een avontuurtje
beleefd met G.K., en dat levert merkbare spanningen op tussen hen,
maar ook hier weigert Altman om precies te laten weten wat nu de
situatie was. Ergens halverwege de film valt er zelfs een dode,
zonder dat dat een fundamentele invloed heeft op de
gebeurtenissen.

Er zullen vast wel mensen zijn die dat frustrerend vinden, maar
Altman is niet geïnteresseerd in het afwikkelen van een
traditionele plot. In plaats daarvan gebruikt hij die plagerige
fragmentjes uit de mensenlevens die hij in beeld brengt, om zijn
thematiek kracht bij te zetten. ‘A Prairie Home Companion’ gaat
immers in de eerste plaats over dingen die voorbij gaan. De
regisseur lijkt zich hier, meer dan ooit tevoren, pijnljk bewust te
zijn van de onsympathieke neiging die alles heeft om maar tijdelijk
te zijn. Plezier, gelach, vriendschap, liefde, een show zoals
‘Prairie Home Companion’ en zelfs het leven – niets blijft. De
personages zijn wandelende anachronismen, die lijken te zijn
weggelopen uit een tijd toen er nog cowboys waren en
hard-boiled privé-detectives zoals Guy Noir (de naam
alleen al!) er graag één zou willen zijn. Er is voor hen geen
plaats meer in de wereld, en willen of niet, verdwijnen zullen
ze.

Die thematiek zou de indruk kunnen geven dat ‘A Prairie Home
Companion’ een deprimerende, bittere film is, maar niets is minder
waar. Want de conclusie die Altman trekt, is schijnbaar dat die
vergankelijkheid van alles er juist voor moet zorgen dat we
genieten van wat we hebben. Een simplistische wenskaartfilosofie?
“Geniet van het leven, het duurt maar even”, dat soort van
pathetische onzin? Tja, misschien kun je ‘t zo bekijken, maar
Altman giet die gedachte wel in een heerlijk nostalgische film over
mensen die zingend ten onder gaan. In rijke schakeringen van warme
aardkleuren (deze film is visueel zo warm dat je ‘m als kolenkachel
zou kunnen gebruiken), filmt hij een teder portret bijeen van
mensen die zich niet laten domineren door al wat er fout is
gelopen. De film is regelmatig bijzonder grappig, vooral in het
perfect getimede samenspel tussen Streep en Tomlin en tijdens de
double act van Harrelson en Reilly, en slaagt erin om
humor te vinden waar anderen alleen tragedie zouden zien. Alles
gaat voorbij, maar ‘A Prairie Home Companion’ weigert zowel als
radioprogramma als film om een grafrede te zijn.

Niet àlles is even geslaagd: Altman introduceert een
bovennatuurlijk element dat niet echt werkt. Virginia Madsen speelt
een soort van bewaarengel die alle personages eventjes bezoekt
tijdens hun laatste avond en hen wellicht moet helpen om de
overstap naar het leven-na-de-radio te maken. Het is makkelijk om
in te zien waar Altman naartoe wilde, maar het komt geforceerd
over. Ook Kevin Kline als would-be Humphrey Bogart valt
tegen. Zijn vertolking is nogal eentonig en sowieso te
slapsticky voor deze film. Mensen die heel hard moeten
lachen om een man die op z’n smoel gaat achter een balie, hebben
bij deze prent nu eenmaal niets te zoeken. Nuja, het goede nieuws
is dat hij zowat de enige is die teleurstelt. Altman gebruikt
alweer lange, lyrische camerabewegingen om zijn acteurs de kans te
geven hun scènes helemaal uit te spelen, als in een toneelstuk, en
de meesten van hen grijpen die kans met zichtbaar enthousiasme aan.
Vooral Streep was zelden beter.

‘A Prairie Home Companion’ is een waardig afscheid voor Altman –
nostalgisch, maar nooit pathetisch, zonder plot maar mét betekenis,
over het algemeen goed geacteerd en visueel nooit pocherig, maar
altijd perfect verzorgd. Geen Altman grand cru, daarvoor
zijn er teveel schoonheidsfoutjes in terug te vinden, maar wel een
mooi adieu.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + 9 =