Todo Sobre Mi Madre




101 min./Spanje/ 1999

Liefde op het eerste gezicht was het zeker niet tussen Almodóvar
en mij. Bij mijn vuurdoop (‘Mujeres Al Borde De Un Ataque De
Nervios’) wist ik niet wat ik ervan moest denken en kon ik me toen
alleen nog maar uitspreken over één ding: dat één van de vrouwen
wel een heel buitengewone neus had. Maar niet veel later zag ik
‘Átame’ en ik was meteen gefascineerd door de bizarre
bondageromance tussen Antonio Banderas en Victoria Abril. En het is
nooit meer overgegaan, (hoor je de violen al aanzwellen?) want er
is geen enkele regisseur bij wie ik zo koortsachtig begin af te
tellen naar de release van z’n nieuwste film, bij wie ik kregelig
wordt als ze het accentje op zijn naam verkeerd plaatsen en er is
geen vent waarvoor ik heen en terug naar Parijs reis alleen om zijn
tentoonstelling te zien (de onvergetelijke ¡Almodóvar
exhibition!).

Meestal worden tentoonstellingen gewijd aan dode artiesten, maar
Almodóvar is springlevend. Zestien films heeft hij al op zijn naam
staan, de ene al geslaagder dan de andere, maar ze zijn allemaal
100% Almodóvarmateriaal. ‘Todo Sobre Mi Madre’ mag je wel
beschouwen als Almodóvars doorbraakfilm bij het grote publiek
(dankzij meneer Oscar) en het is tevens zijn overstap naar het iets
serieuzere werk. Na jaren van drugsdealende nonnen, bevallingen op
een bus en ex-pornoacteurs die negen maal achter elkaar kunnen
klaarkomen, was het tijd om de hysterie wat terug te schroeven en
de mogelijkheden van het melodrama af te tasten. Almodóvar ging
meteen voor de heavy shit met zowat het grootst mogelijke
verdriet ter wereld: je eigen kind overleven.

‘Todo Sobre Mi Madre’ verhaalt de emotionele belevenissen van
Manuela, een nevenpersonage uit een vorige A-film (‘La Flor De Mi
Secreto’). Manuela werkt als verpleegster op de donorafdeling van
een ziekenhuis en speelt soms in videosimulaties de rol van
familielid, die slecht nieuws te horen krijgt en aan wie men de
toestemming voor een transplantatie vraagt. En dan slaat de ironie
in als een klusterbom: Manuela wordt haar eigen casestudy, wanneer
ze in het echte leven haar 17-jarige zoon verliest en zijn hart
voor donatie wordt afgestaan. Na de voorstelling van het
theaterstuk ‘A
Streetcar Named Desire’
liep Esteban achter de auto aan van
zijn favoriete actrice, Huma Roja, om een handtekening te vragen,
maar hij werd aangereden door een andere wagen en overleed. Na zijn
dood besluit Manuela de verjaardagswens van haar zoon te vervullen
en zijn echte vader van zijn bestaan in te lichten. Daarvoor moet
ze terug naar Barcelona, terug naar haar verleden, op zoek naar
haar ex-man. Ze komt er in contact met een oude vriend, de
transseksuele prostituée La Agrado, raakt betrokken bij het leven
van de zwangere seropositieve zuster Rosa (Penélope Cruz) en zoekt
onbewust ook het gezelschap op van de actrice Huma Roja, die in
Barcelona voorstellingen speelt.

Manuela moet zowat Almodóvars soberste personage zijn: ze is
redelijk onopvallend tussen een lesbisch theaterduo, een half
man/half vrouw en een seropositief nonnetje. Cecilia Roth is
eerlijk gezegd ook niet onze favoriete Almodóvar-actriz, –
daarvoor is er teveel concurrentie-, maar ze vult haar rol wel heel
emotioneel correct in. Eigenlijk is het zoals met de hele film:
Manuela steekt sober af tegen de bonte verzameling vrouwen, net
zoals er tussen al het gekwetter en geouwehoer ook een eenvoudig
verhaal verscholen gaat over moederliefde. Op Agrado’s nachtelijke
avonturen na, is de algemene toon van de film redelijk serieus. Een
kind verliezen is dan ook zowat de ondraaglijkste pijn van ons
bestaan: het is alsof je zelf ook een beetje doodgaat, alsof ze je
DNA van je lijf stropen, het is iets dat moeilijk valt uit te
leggen en al even moeilijk om eerlijk (zonder geforceerd of
druilerig melancholisch te worden) in beeld te brengen. Maar
Almodóvar vat het onderwerp zonder taboes bij de horens, geeft er
zijn eigen draai aan en doorstaat de leugendetectortest: dit is
gemeend, gevoelig en écht. De film zuigt je mee, slorpt je op en
spuwt je weer uit.

En het is ook weer prachtig om te zien hoe Almodóvar zijn liefde
voor cinema erin verwerkt. “Cinema has become my life.
I don’t mean a parallel world, I mean my life itself. I
sometimes have the impression that the daily reality is simply
there to provide material for my next film
.” Van toewijding
gesproken, Pedro Almodóvar maakt dan ook geen films, hij
is film. Al van vóór hij zijn eerste film zag, was de
kleine Pierre al geobsedeerd door cinema: hij spaarde de
stickertjes van filmsterren die je gratis kreeg bij een stuk
chocolade en plakte ze zorgvuldig (op het autistische af) in zijn
stickerboek. (Waar chocolade allemaal niet goed voor is!). Hij
maakt er een kunst van om films te maken die over film gaan: de
titel is bijvoorbeeld eerlijk gepikt van ‘Todo Sobre Eva’ (‘All
About Eve’ van J.L. Mankiewicz) en ook het leven van Manuela wordt
symbolisch vervlochten met de film/het toneelstuk ‘A Streetcar Named
Desire’
. Manuela vereenzelvigt zich met Stella en diens
moeilijke relatie met de bronstige Stanley, wat de scheidingslijn
tussen spelen en het echte leven ook weer vager maakt. Naast
verwijzingen naar echte films en filmfragmenten, zet Almodóvar ook
gewoon graag de ‘acteerwereld’ in de kijker en veel van zijn
personages zijn actrices. Het dankwoord aan het einde van de film,
zegt het allemaal: deze film is “voor Bette Davis, Gena
Rowlands, Romy Schneider… Voor alle actrices, die actrices hebben
gespeeld, voor alle vrouwen die acteren, voor alle mannen die
acteren en vrouwen spelen, voor iedereen die een moeder wil zijn.
Voor mijn moeder.

Met een ode aan alle mammies zou je denken dat Manuela een
supermama is, maar wel integendeel: ze heeft fouten gemaakt in haar
verleden (ze heeft haar zoon weggehouden van zijn vader), maar ze
krijgt ook steeds een nieuwe kans. Almodóvar heeft veel respect
voor zijn personages en hij is niet bang om mensen te tonen zoals
ze zijn. ‘Todo Sobre’ is uiteindelijk een film over drie pogingen
tot moederschap: Manuela ontfermt zich eerst over haar zoon
Esteban, dan over Rosa en tenslotte ook over diens baby.

‘Todo Sobre’ navertellen, klinkt waarschijnlijk nogal
zeepachtig, maar de film staat er zoals het hoort: straffe
acteerprestaties, gevoelige beeldvorming en vooral een aangrijpend
scenario, zo eentje waar je veel troost uit kan halen in moeilijke
tijden. Een ontroerdend goed over moeder-proberen en
moeder-zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − 6 =