Venom: Let There be Carnage

Terwijl Disney de toon zet met de geïntegreerde verhalende werelden van Marvell en Star Wars en Warner Brothers hetzelfde doet met de ‘Dark Comics’, probeert Sony een gelijkaardige reeks franchises op te zetten die de focus leggen op het ‘Spiderman’ universum (ook het lang uitgestelde Morbius met Jared Leto en Spiderman: No Way Home zitten er aan te komen). Venom werd al in 2018 op het publiek losgelaten en met enige vertraging is er nu de onvermijdelijke sequel, al is dat zeker niet iets om als filmliefhebber vrolijk over te worden.

Tom Hardy geeft nog steeds gestalte aan voormalig journalist Eddie Brock, die zijn lichaam moet delen met een buitenaardse mutant en op die manier uitgroeide tot een wat bizarre schizofrene superheld en beschermer van het mensdom. Anders dan de rechtschapen helden uit het ‘MCU’ (het Marvel Cinematic Universe waar Spiderman nog steeds deel van uitmaakt dankzij betaling van de rechten aan Sony) is deze Venom niet meteen een doetje en dat gewelddadige, meer duistere kantje dat aanleunt bij Batman, wordt in Venom: Let there be Carnage, zeker ten volle in de kijker gezet. Tegenstander is seriemoordenaar Cletus Kasady (opnieuw Woody Harrelson) die dankzij een pak onzinnige hocuspocus eveneens de trotse bezitter wordt van een mutant, wat de makers de kans geeft om inderdaad de meest bloeddorstige zijde van het alter ego van de superheld aan de bak te laten komen.

Regisseur van dienst is ditmaal Andy Serkis, de acteur die vooral zijn faam dankt aan het feit dat zijn gezicht persoonlijkheid schonk aan digitale creaturen zoals Golum, King Kong, Supreme Leader Snoke in The Force Awakens en The Last Jedi en de aap Caesar in de meest recente versies van Planet of the Apes. Sindsdien legde Serkis zich ook toe op regie, al moet gezegd dat Breathe en Mogwli – de twee meest in het oog springende titels – weinig om het lijf hadden. Dat is helaas ook het enige mogelijk oordeel over Venom: Let there be Carnage, een draak van een film die op droevige wijze de grenzen van de stupiditeit verlegt.

Eigenlijk is dat niet eens Serkis’ schuld want het materiaal waar hij mee opgescheept zit is dermate idioot dat geen cineast ter wereld er iets van had kunnen maken. Het eerste deel is een soort What Women Want (een vreselijke Mel Gibson komedie die uitkwam rond de eeuwwisseling) maar dan voor superhelden, met Hardy en zijn ‘monster’ die kibbelen over gevoelens en ego. Het laatste deel schakelt dan toch over op actie, al is dat niet meteen beter nieuws: de strijd tussen beide mutanten is andermaal een orgie aan slecht gemonteerde speciale effecten die vooral uitblinken in alarmerende saaiheid.

De enige interessante vraag die opkomt bij het bekijken van Venom: Let there be Carnage is dan ook enkel hoe DP Robert Richardson (Shutter island, The Aviator, Kill Bill, Platoon …) in staat is om iets af te leveren dat er zo banaal uitziet als dit schier onbekijkbare onding.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − zes =