Hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, het is al van 2017 en het schitterende Zama geleden dat Lucrecia Martel nog een langspeelfilm afleverde. Samen met Lisandro Alonso (Jauja) en Mariano Llinás (het dertien uur durende La Flor) vormt Martel zowat de heilige drievuldigheid van de hedendaagse Argentijnse cinema, maar ondanks haar grote naam op het festivalcircuit sinds titels als La Ciénaga en La Mujer sin Cabeza, is de cineaste er nooit echt in geslaagd een heel groot publiek te bereiken.
Nuestra Tierra is een hybride documentaire die drama, observatie en interviews mengt in een kijk op de strijd van de Argentijnse Chuschagasta bevolking om de rechten van hun landbezit te behouden. Niet meteen het soort film waarmee Martel haar niche als filmmaakster zal doorbreken, al is dat wellicht ook absoluut niet haar bedoeling. Katalysator in het opzetten van een narratief is de moord op lokale leider Javier Chocobar, die neergeschoten werd toen hij probeerde te verhinderen dat alweer een inbreuk zou plaatsvinden op de historische rechten van de Chuschagasta. De details van het gebeurde worden ontvouwd tijdens het pas negen jaar later gehouden proces waarvan we in gefragmenteerde versie de echte geluidsregistratie horen, gemonteerd over beelden van de procedure, maar ook losse stukken die de verdachten laten zien in conversaties en onderlinge samenkomsten.
Van bij de opening – satellietbeelden onder begeleiding van koorzang die langzaam meer en meer in detail gaan tot we het bewuste stuk gecontesteerd land zien – is het duidelijk dat Martel met haar film de botsing tussen endemisch perspectief en een van buiten uit geobserveerde kijk in de verf wil zetten. Zoals een Amerikaanse criticus opmerkte, zit dat zelfs vervat in het idee van veelvuldig gebruik van drone-camera’s (absoluut een nieuwe aanpak voor Martel): we overschouwen het geheel, maar enkel de gesprekken met lokale actoren kunnen ons een kijk van binnenuit geven. Het contrast tussen afstandelijk overschouwen – gesymboliseerd door de dronebeelden – versus de details van de realiteit is dan ook heel bewust. Een verdere mix van vraaggesprekken, vaak wazige en moeilijk te lezen videobeelden van het gebeuren in juxtapositie met haarscherpe digitale shots van de reacties van nabestaanden, forensische re-enactment, familiefoto’s, de achtergrond van de plaatselijke geschiedenis die zelfs in kerkelijke taferelen doorspekt is met verdeeldheid, én de droge registratie van de verklaringen levert aansluitend een gelaagd beeld op van een complexe situatie: een document over historische waarheid die moeilijker leesbaar is en daarom manipuleerbaar versus de enkel schijnbaar duidelijk begrijpbare beeldtaal van de moderne digitale maatschappij.
Martel neemt bij het ensceneren van dat alles overduidelijk een standpunt in – er bestaat geen twijfel over dat ze de zijde van de Chuschagasta kiest en de brutale intimidatie van de getuigen tijdens het verhoor zorgt ervoor dat ook de kijker dat al snel doet – maar ze laat de conclusies groeien uit het getoonde materiaal en de vorm waarin dat materiaal gepresenteerd wordt, niet uit voorgekauwde prekerigheid. Soms zijn het echter ook gewoon de woorden van de betrokkenen die voor zich spreken: “Als de tegenpartij wil praten, is dat niet goed voor onze gemeenschap. Als ze willen praten, wil dat altijd zeggen dat we iets gaan moeten opgeven. Dialoog is goed, maar hier wil dialoog altijd zeggen iets moeten opgeven of toegeven.”
Nuestra Tierra verzandt hier en daar een klein beetje in herhaling, maar is verder toch vooral andermaal een illustratie van Martels grote talent als filmmaakster. In dit geval als antwoord op de vraag ‘Hoe vertaal ik deze boodschap over onrechtvaardigheid in een visueel kunstmedium?’ Je kan dat doen door abstractie (zoals Picasso deed toen hij de Guernica schilderde om verontwaardiging te uiten), je doet dat liefst niet in nadrukkelijke, maar filmisch weinig interessante pamfletten zoals The Voice of Hind Rajab, je doet dat wel zoals Martel door op doordachte wijze te werken met de unieke bouwstenen van het medium.



